Diplomaat van de Duitse eenheid

Necrologie Hans-Dietrich Genscher (1927-2016)

Opgegroeid in het oosten van Duitsland, was de hereniging in 1990 een politieke én persoonlijke triomf voor hem.

Op het hoogtepunt van zijn carrière was Hans-Dietrich Genscher eigenlijk ziek. Maar dat weerhield hem er niet van om zich tot het uiterste in te spannen voor een vreedzame afloop van de dramatische omwenteling die Duitsland en Europa in 1989 en de jaren daarna beleefden.

Genscher, die in de nacht van donderdag op vrijdag op 89-jarige leeftijd is overleden, was al een door de wol geverfd politicus en diplomaat toen de communistische regimes in Oost-Europa begonnen te wankelen. Als minister van Buitenlandse Zaken van het toenmalige West-Duitsland genoot hij in binnen- en buitenland groot gezag. Maar hij had ook van jongs af aan al, een zwakke gezondheid.

Op 30 september 1989 was hij nog aan het herstellen van een hartaanval toen hij, net terug van een toespraak voor de VN in New York, alweer naar Praag vloog. Daar bivakkeerden duizenden DDR-burgers die hun land waren ontvlucht in de tuin van de ambassade van de Bondsrepubliek. Ze wilden naar het Westen, naar de andere kant van het IJzeren Gordijn.

In een moment vol dramatiek betrad Genscher het balkon, waar hij het woord nam om de Oost-Duitse vluchtelingen te vertellen wat hij voor ze had weten te bereiken. „Wij zijn hier vandaag gekomen om U mee te delen”, zei hij, „dat uw uitreisvergunning…” De rest van de zin verdronk in een oorverdovend gejuich. Ze mochten weg. De Berlijnse Muur zou pas enkele weken later vallen, maar politiek gezien was er nu een grote bres in geslagen.

Helmut Kohl is terecht de geschiedenis in gegaan als de vader van de hereniging van de twee Duitslanden, in 1990. Maar het is moeilijk voorstelbaar hoe hem dat gelukt was zonder zijn minister van Buitenlandse Zaken, die met vasthoudendheid, doelgerichte diplomatie en een netwerk van goede contacten in Oost en West de weerstand in de rest van de wereld tegen een groot, verenigd Duitsland wist te overwinnen. Net als Kohl zag Genscher al vroeg de kans die zich destijds voor Duitsland aandiende. „Laten we de woorden van Gorbatsjov serieus nemen”, zei hij in 1987 over de leider van de Sovjet-Unie die hervormingen beloofde en zei open te staan voor toenadering tot het Westen.

Genscher is 23 jaar minister geweest, en populair is hij altijd gebleven. Hij groeide op bij Halle, in het oosten van Duitsland, maar als jonge jurist (en toen al liberaal) verliet hij de DDR in 1952. In de Bondsrepubliek maakte hij carrière in de liberale FDP en werd minister van Binnenlandse Zaken onder bondskanselier Willy Brandt (SPD).

Bloedbad

In die functie beleefde hij het dieptepunt van zijn politieke bestaan, toen de Palestijnse groepering Zwarte September tijdens de Olympische Spelen van 1972 in München elf sporters uit Israël gijzelde. Genscher nam niet alleen persoonlijk deel aan directe onderhandelingen met de Palestijnen, hij bood ook aan om de plaats van de Israëliërs in te nemen. Maar de gijzelnemers gingen er niet op in en het drama eindigde in een bloedbad.

Onder Brandt’s opvolger Helmut Schmidt kreeg Genscher de post Buitenlandse Zaken. Aanvankelijk voelde hij daar weinig voor, omdat hij slecht Engels sprak en vreesde overschaduwd te worden door Schmidt, die veel meer een man van de wereld was. Maar Genscher leerde snel. Hij zou achttien jaar minister blijven en een van de grote staatslieden van het naoorlogse Duitsland worden.

Als leider van de kleine FDP benutte Genscher zijn macht optimaal toen hij in 1982 zijn ministers terugtrok uit de regering-Schmidt. Zo hielp hij Helmut Kohl (CDU) in het zadel en kon hij zelf weer minister van Buitenlandse Zaken worden. Die plotselinge breuk met de SPD en de overstap naar een coalitie met de christen-democraten leidde wel tot verdeeldheid in zijn eigen partij.

Veel kritiek kreeg Genscher voor zijn rol bij het uiteenvallen van Joegoslavië. Vooral zijn snelle erkenning van de onafhankelijkheid van de voormalige Joegoslavische deelrepublieken Slovenië en Kroatië, zonder dat met zijn collega’s van de EU te hebben afgestemd, kwam hem op het verwijt te staan dat hij medeverantwoordelijk was voor het oorlogsgeweld in de jaren daarna.

In 1992 verraste Genscher iedereen door zijn vertrek als minister aan te kondigen. Zijn goede internationale contacten is hij ook daarna nog blijven benutten. Zo speelde hij in 2013 nog een belangrijke rol bij de vrijlating van de Russische oligarch Chodorkovski.