Diepe verlangens zijn er om te verdringen

Een gezin in het laatste kwart van de vorige eeuw zou zich niet meer opgesloten hoeven voelen in de conventies van het burgerlijke leven, zou je denken. Bij Sicking is het conformisme onontkoombaar.

Foto iStock

In Ferrari’s in de hemel, de vierde roman van Anja Sicking (1965), lezen we hoe tussen 1971 tot 2014 de onderlinge verhoudingen tussen een vader, moeder, twee dochters en een zoon zich ontwikkelen. In korte hoofdstukken worden vooral de ogenschijnlijke hoogtijdagen beschreven: een uitje naar een pretpark, Oud en Nieuw, een verjaardag, een bezoek aan de opera.

Dores, de moeder, is op het eerste oog de minst sympathieke van het stel. Zij had liever een veel mondainere man getrouwd dan haar brave, redderende echtgenoot, en ze drijft vaak weg in meisjesachtige dromen over een relatie met een piloot of operazanger. Dat dit dagdromen geen fraaie eigenschap is, onderkent ze half: ‘Ze had het idee dat er een voor iedereen zichtbare wolk van romantisch verlangen om haar heen hing, die niet geheel paste bij haar inmiddels iets gevorderde leeftijd. Ze zette zichzelf met dat verlangen voor schut […]’.

Dores is een Emma Bovary met enig vermogen tot zelfreflectie. En met een baan: ze is podoloog. Haar zorgzame echtgenoot heeft traditionele opvattingen over werkende vrouwen en kan alleen maar bedenken dat zijn vrouw vaak zo koud en afwezig is omdat ze te veel werkt. ‘Met veel rust zou ze wel opknappen […] Hij kende geen enkele vrouw die zoveel werkte als zij.’ Op de achtergrond speelt zijn onderdrukte agressie tegen haar: hij wil seks terwijl ze diep in slaap is (maar ze doet het niet), en gooit hete thee over haar hand als ze op een flirterige en uitgelaten manier met hun zoon over een gezamenlijke vakantie fantaseert.

Heel kort wordt aangestipt dat Dores in de jaren zeventig feministische vriendinnen had, maar tot een werkelijke verandering in haar leven leidde dat niet. En deze korte interesse in feminisme geneest haar evenmin van vooroordelen: de ontluikende lesbische gevoelens van haar dochter Lizzy keurt ze genadeloos af omdat ze haar dochter wil beschermen tegen een leven als uitzondering op de regel. Lange tijd zal Lizzy haar erotische verlangens inderdaad onderdrukken, niet omdat ze niet opgewassen is tegen de stille tirannie van de moeder, maar omdat ze er zelf net zo goed naar verlangt binnen de lijnen te blijven van het gewone leven – of wat zij zich daarvan voorstelt.

Heel knap aan de roman is hoe Sicking het perspectief laat wisselen tussen de vijf gezinsleden, zonder dat dat gekunsteld overkomt. Mooi is ook dat ze veel oog heeft voor de veranderende tijdsgeest en wijzigende sociale omstandigheden. Alle drie de kinderen erven het verlangen van de ouders om aan de kleurloze wereld van de hogeropgeleide middenklassers te ontstijgen, en allemaal blijven ze daar toch in steken. Dat klinkt alsof de roman een droge studie naar klassenbesef is, maar Sicking verwerkt feitjes heel gedoseerd, onopvallend, zodat als vanzelfsprekend historische en sociale patronen oplichten in de haarvaten van het kleine privéleven.

De gezinsleden in Ferrari’s in de hemel zijn slim en ontwikkeld, niet boosaardig maar wel halfslachtig. Ze zijn allemaal bereid hun diepste verlangens te verdringen. En waarom? Dat is het werkelijke raadsel dat de roman ons voorhoudt, want de personages leven in een wereld waarin er officieel geen groot taboe meer rust op scheiding, homoseksualiteit of het kiezen voor een kunstenaarsleven. In zijn vorm lijkt de roman de onopvallendheid van de personages te spiegelen. Zo is de stijl van Sicking vooral effectief: in korte en droogkomische zinnetjes staan soms rake observaties (over Dores: ‘ze vond het uitputtend, dat „doenerige” van veel mensen’) maar de taal blijft altijd binnen de band van een spreektaalachtig schrijven. Daardoor kun je deze roman al te gemakkelijk lezen als een wat kabbelend realistisch portret van een familie. De brave ondertitel ‘een familieverhaal’ en de achterflaptekst ‘vijf familieleden op zoek naar liefde’ suggereren ook al dat dit een boek zonder scherpe kantjes zou zijn. Terwijl toch op subtiele wijze wordt beschreven hoe de personages zichzelf en elkaar geweld aandoen om binnen de betoverende cirkel van de normaliteit te blijven, ook al leven ze in een tijd en in een land waar ogenschijnlijk alle ruimte is om die betovering te doorbreken.