De Cubs willen afrekenen met vloek

Geen profteam in de VS staat al zo lang droog als de Chicago Cubs. Wordt het dit jaar anders? „Elk team kan een slechte eeuw hebben”

De Chicago Cubs in 1945, het jaar van de laatste World Series die ze speelden, het jaar dat hun vloek begon.

Als mensen hem vragen of de Chicago Cubs tijdens hun leven nog eens de World Series zullen winnen, dan geeft oud-speler en commentator Steve Stone altijd hetzelfde antwoord: „Hoe lang ben je van plan te blijven leven?”

Fan zijn van de Cubs heeft iets tragisch. Fan zijn van de Cubs betekent dat je eigenlijk bij voorbaat beter van het slechtste uit kunt gaan. Ze worden er in Chicago cynisch van. Sinds 1908 wonnen de Cubs geen titel meer en er is geen Amerikaans profteam in één van de vier grote competities – honkbal, American football, basketbal en ijshockey – dat zo lang niets te vieren heeft gehad. Sinds 1945 stonden ze zelfs niet meer in de World Series. „Elk team kan een slechte eeuw hebben”, zei kortstondig Cubs-coach Tom Trebelhorn ooit.

Maar de Cubs hebben er al die decennia niets aan kunnen doen, zeggen de bijgelovigen onder de fans, want er rust nou eenmaal een vloek op het team. Het is een van de mooiste stukjes folklore in het honkbal. In oktober 1945 zou de eigenaar van de plaatselijke Billy Goat Tavern verzocht zijn de vierde wedstrijd in de World Series tegen de Detroit Tigers te verlaten vanwege de geit die hij had meegenomen. Waarop de man volgens de legende zou hebben gezegd dat de Cubs nooit meer een World Series-titel zouden winnen. Tot op heden geen woord aan gelogen.

Dode geit opgehangen

Rabiate fans hebben door de jaren heen geprobeerd de vloek te breken, soms op morbide wijze. Er werd al eens een dode geit opgehangen aan het standbeeld van Harry Caray, voormalig omroeper in stadion Wrigley Field, een andere keer alleen het hoofd van een geit.

De Cubs willen de Boston Red Sox achterna, die in 2004 de World Series wonnen en zo hun eigen vloek wisten te breken, een vloek die het team achtervolgde sinds de overstap van de legendarische Babe Ruth van de Sox naar de New York Yankees in 1918.

Dit seizoen, dat volgende week begint, moet het dan gebeuren. De voorbije maanden is geen team meer gehypet dan de Cubs; een ploeg die langzaam een toekomstig topteam aan het bouwen leek, maar vorig jaar verraste met 97 overwinningen, de eerste play-offplek sinds 2008 en één serie wedstrijden tegen de New York Mets verwijderd was van de World Series.

Dit seizoen zien de kenners ze in elk geval de World Series halen, bij de gokkantoren in Las Vegas zijn de Cubs de titelfavoriet. „Vind een betere ploeg op papier”, staat lovend in menig analyse op Amerikaanse sportsites. En toegegeven: dat is bijzonder lastig. De Cubs hebben een complete ploeg, waar talenten als Kris Bryant, Anthony Rizzo en Addison Russell na vorig seizoen gezelschap kregen van betrouwbare veteranen als Jason Heyward, Ben Zobrist en John Lackey. Die laatste moet als werper een goede nummer drie worden achter Jon Lester en Jake Arrieta, die vorig jaar na een fenomenale tweede helft van het seizoen de Cy Young-award voor de beste werper won. En met Joe Maddon, die successen behaalde met de Tampa Bay Rays, hebben de Cubs een coach die uitstekend bij ze past.

De beruchte tijdschriftcover

De bijgelovigen hadden echter vorige week weer reden tot zorgen. Tijdschrift Sports Illustrated besloot Bryant, Rizzo, Heyward en Arrieta breeduit lachend op de cover van een van de nieuwe honkbalnummers te zetten. „De Cubs: uit de woestijn, in de World Series (eindelijk)”, staat erbij. Laat het alleen zo zijn dat een aardig aantal sporters en teams die op de cover van het blad verschenen vervolgens een dramatisch seizoen hadden. Coach Maddon werd er, vanzelfsprekend, naar gevraagd: „Het betekent niets, behalve dat het fijn is om te lezen.”

Nee, de hype doet de Cubs weinig. En Maddon hangt zelf liever een nuchter motto aan voor dit jaar. Hij liet zijn spelers zelfs in shirts met de tekst erop trainen: try not to suck.