Aan ‘Volle Zalen’ van Cornald Maas valt nog veel te verbeteren

Het beëindigen vorig jaar van Opium TV (AVRO-TROS), de laatst overgebleven talkshow over kunst en cultuur, was geen beslissing van de redactie of van de omroep. De zendermanager van NPO2 wil nu eenmaal minder sprekende hoofden en meer reportages.

Op zich is dat een begrijpelijk standpunt, want er is al zo veel radio op televisie. Maar het was tragisch dat deze beslissing juist Cornald Maas’ programma trof, net nu na jaren van schaven en van alles uitproberen het concept een beetje stevig in de schoenen begon te staan.

Sinds kort is er een opvolger, Volle Zalen, waarin Maas op reportage gaat. Na twee afleveringen vind ik het nog geen vooruitgang. Nu had het programma de pech vorige week zomaar te zijn geschrapt, net als het slot van het tweeluik Kijken in de Ziel - Schrijvers (NTR), om plaats te maken voor een ingelaste herdenking van Johan Cruijff. Actualiteit gaat voor, maar als cultuur moet wijken voor sport, is de kans groot dat het geschrapte programma voor eeuwig in een zwart gat verdwijnt.

De eerste inhoudelijke tegenvaller is dat Volle Zalen zich niet alleen beperkt tot de podiumkunsten, maar in de praktijk vooral gericht is op toneel, met uitstapjes naar musical en muziektheater, cabaret en concert.

Maas bezoekt een repetitie en later een voorstelling van hetzelfde stuk, zoals deze week De Welwillenden, geregisseerd door Guy Cassiers. De nadruk ligt vooral op het feit dat hoofdrolspeler Hans Kesting drie en een half uur bijna in zijn eentje grote lappen tekst moet uitspreken. En er wordt gepraat met een popcornpanel van bezoekers, dit keer in Antwerpen, die gelukkig relatief goed kunnen verwoorden wat ze er wel of niet goed aan vonden.

Totaal overbodig was een bezoek aan de al heel lang spelende voorstelling Chez Brood, die bovendien in zo ongeveer elk actueel programma al aandacht heeft genoten. Het is bijzonder dat Bart Chabot nog zo geëmotioneerd raakt van de door hemzelf bedachte en geschreven voorstelling over vriend Herman, maar dat is een magere basis om te praten over een voorstelling, waarvan Maas zelf zegt: „Ik weet niet zeker of ik wat nieuws heb geleerd.”

Het meest bemoedigende item vond ik nog wel een lang interview (toch Maas’ sterkste kant) met acteur Gijs Scholten van Aschat, naar aanleiding van zijn bejubelde rol in Het Jaar van de Kreeft, maar gestructureerd aan de hand van korte filmfragmenten: Lolita van Kubrick , Cloaca van Maria Goos en de documentaire O Amor Natural van Heddy Honigmann.

Naar aanleiding van de rol van James Mason in Lolita legt de acteur nog eens uit dat de kunst niet is om „in iemands huid te kruipen” maar om „in het moment te zijn.” Daar zouden we meer over willen horen, net als een factcheck van de uitspraak dat een acteur in Nederland gemiddeld nog maar 12.000 euro per jaar verdient.

Er valt nog veel te winnen in Volle Zalen. Ik zou vaak naar België gaan, de publiekshits links laten liggen en vooral veel en lang met één prominente gesprekspartner praten.