A-ha klinkt nog steeds charmant

Foto Andreas Terlaak

Zes jaar geleden hielden ze hun afscheidstournee, maar het bloed kroop waar het niet gaan kon. Het Noorse poptrio A-ha is terug en dat betekent vooral veel nostalgie naar die ene briljante popsong met een videoclip die eruit sprong op het prille MTV. In 1985 waren ze de enigen die de hegemonie van Michael Jackson doorbraken met Take on me, bekend van het tekenfilmpje waarin een meisje in een nog primitieve virtuele wereld werd getrokken.

Het siert A-ha dat ze het tijdloze filmpje dertig jaar later niet uitmelken, maar alleen een deel van de animatie als achtergrondprojectie gebruiken. Zanger Morten Harket (56), goed geconserveerd en nu met bril, is niet de meest dynamische performer en van nieuw werk moet A-ha het al helemaal niet hebben. De drie liedjes van het nieuwe album Cast In Steel die donderdag in de Heineken Music Hall gespeeld werden, verbleekten bij de onverminderd charmante synthesizerpop van hun oude hits.

Take on me werd tactisch bewaard voor de laatste toegift. In de anderhalf uur daarvoor waren het Cry wolf, The sun always shines on tv en de James Bondtune The living daylights die goedmaakten dat er verder perfect ambachtelijke maar niet erg opwindende muziek werd gespeeld. Veel kwam neer op de schouders van gastzangeres Anneli Drecker, bekend van de groepen Bel Canto en Röyksopp. Ze zong een fraaie tweede stem en bracht een luchtig element bij een cover van het door The Everly Brothers bekend gemaakte Crying in the rain.

Met het vage natuurthema van We’re looking for the whales en Mother nature goes to heaven deed Harket vergeefse pogingen om A-ha in een ecologisch verantwoorde richting te stuwen. Het lekkerst klonken ze op de momenten dat ze de jaren tachtig lieten herleven met vette synthesizers, waaruit de dromerige falset van Morten Harket opsteeg als een fel gekleurd vogeltje uit een tropisch regenwoud. Het springerige synthesizerriedeltje uit Take on me bleef weer net zo onweerstaanbaar plakken als ooit tevoren.