Column

Zorgelijk onvermogen bij Van der Steur in terreurdebat

Volkomen terecht besloot de Tweede Kamer dinsdagavond het debat met het kabinet over de terreuraanslagen in Brussel van vorige week op te schorten. De kwelling had lang genoeg geduurd. Minister Van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD) excelleerde in het geven van geen antwoorden, halve antwoorden, of antwoorden die nieuwe vragen opriepen. Een week na de terreuractie trof de Tweede Kamer geen daadkrachtig doch een hakkelend landsbestuur dat moest toegeven het helaas ook niet allemaal te weten.

Het draaide vooral om de gang van zaken rond Ibrahim el-Bakraoui, een van de terroristen die zichzelf vorige week dinsdag opblies in de vertrekhal van de Belgische nationale luchthaven Zaventem bij Brussel. Al snel na de aanslag werd duidelijk dat El-Bakraoui vorig jaar juli door Turkije op eigen verzoek naar Nederland was uitgezet. Eerder hadden de Turkse autoriteiten hem in de plaats Gaziantep nabij de grens met Syrië opgepakt. Het vermoeden was dat hij vandaar uit naar Syrië wilde reizen om zich bij de strijders van IS te voegen.

Vanaf het moment dat El-Bakraoui zou worden teruggestuurd hadden alle alarmbellen moeten afgaan zoals dat ook in protocollen is vastgelegd. Maar dat gebeurde niet. Integendeel; er volgde een optocht van incompetenties die, als de gebeurtenissen waartoe dit uiteindelijk leidde niet zo ernstig waren, alle ingrediënten hadden van het script voor een klucht.

Om goede redenen besloot de Tweede Kamer vorige week donderdag af te zien van een debat met de direct betrokken ministers. De brief die minister Van der Steur over de kwestie had gestuurd, riep te veel vragen op: 166 in totaal bleek later. Maar de schriftelijke antwoorden die de minister dinsdag voor het debat naar de Kamer stuurde waren wederom op tal van terreinen weinig verhelderend. Duidelijkheid die daarna ook in het debat uitbleef.

Natuurlijk zijn er verzachtende omstandigheden aan te dragen. De pijnlijke realiteit is dat bijna altijd weer lessen getrokken kunnen worden uit aanslagen. Ook in het geval van Ibrahim el-Bakraoui is sprake van veel wijsheid achteraf. Met de wetenschap van nu dat het om een zelfmoordterrorist ging, kan met terugwerkende kracht makkelijk kritiek worden geleverd.

Dit neemt niet weg dat zodra het onvoorstelbare toch plaatsvond een overheid alles in het werk dient te stellen om tot het uiterste uit te zoeken wat is misgegaan en er verantwoording over af te leggen. Maar gezagsdragers die onder deze omstandigheden vertrouwen zouden moeten uitstralen etaleerden slechts eigen onvermogen. Dat is pas echt zorgwekkend.