‘Waarom werd ik nu gearresteerd, wil ik van Nederland weten’

De in Den Haag aangehouden Franse journaliste wil aangifte doen tegen Nederland.

Na vijf dagen tussen oorlogsmisdadigers in de VN-gevangenis in Scheveningen is de journalist en ex-woordvoerder van het Joegoslavië-tribunaal Florence Hartmann (53) dinsdag vervroegd vrijgelaten. In 2008 werd ze veroordeeld tot 7.000 euro boete voor het publiceren van geheime informatie over een deal tussen Servië en het hof. Omdat ze niet betaalde, werd dat omgezet in celstraf. Ze werd in Den Haag door VN-bewakers aangehouden, zegt ze.

Was u voor het eerst terug?

„Nee, ik heb na mijn veroordeling een lezing gegeven in Amsterdam en ik was vorig jaar bij het Libanon-tribunaal. Iedereen wist dat ik daar was, maar de Nederlandse politie heeft me toen niet gearresteerd.”

Was is er donderdag gebeurd?

„Ik wachtte op een grasveld buiten het hof met organisaties van slachtoffers op de veroordeling van Radovan Karadzic toen bewakers van de VN me oppakten. Dat is een flagrante schending van de Nederlandse soevereiniteit. Of de politie arresteert me op Nederlands grondgebied, of VN-agenten doen dat in het gebouw van het tribunaal. Maar dit is illegaal. Ik riep nog naar de Nederlandse agenten: ‘They have no mandate!’, maar ze deden niets om me te beschermen. Daarom doe ik aangifte.”

Waarom was de arrestatie juist nu?

„Geen idee, dat wil ik van Nederland horen. Het tribunaal heeft voor zover ik weet aan twee landen om mijn arrestatie gevraagd: Frankrijk en Nederland. Beide weigerden dit tot nu toe. Frankrijk heeft dat besluit publiek gemaakt, Nederland niet. Terwijl het hof in persberichten benadrukt dat ik woordvoerder was, ben ik als journalist veroordeeld. Ik heb geen informatie gebruikt die ik als werknemer van het tribunaal heb gezien. Mijn arrestatie is zo in strijd met het recht op onafhankelijke rechtspraak en op vrijheid van meningsuiting uit het EU-mensenrechtenverdrag. Wat voor Nederland nu veranderd is, begrijp ik niet.”

Waarom heeft u niet betaald?

„Er is geen hogere instantie die een geschil met een internationaal hof kan oplossen, dus als ik dat geld meteen had betaald, dan had ik mijn recht niet gehaald. Ik heb het op een door een ngo geopende rekening in Lille gestort en de gegevens doorgegeven aan het hof. Zo wilde ik afdwingen dat ze Frankrijk zouden vragen beslag te leggen op het geld en dat zo een derde partij als arbiter naar de zaak zou kijken. Maar ondanks regels voor proportionaliteit is mijn boete omgezet naar celstraf.”

Kunt u de situatie daar beschrijven?

„Ik werd aan een extreem strikt regime onderworpen, dat niet op de andere gevangenen van toepassing was. Ondanks een definitieve veroordeling tot zeven dagen, werd ik behandeld als oorlogscrimineel die mogelijk veertig jaar moest zitten en tegen zelfmoord beschermd moest worden. Ieder half uur was er controle. Ik had geen enkel contact met andere gevangenen. Die kon ik vanuit de sportzaal zien lopen, terwijl mij dat onthouden werd. De enige plek waar ik frisse lucht kreeg was in een kooi. Luchtkooi is het eerste Nederlandse woord dat ik heb geleerd.”