Vel en veren in het zeepsop

Als je dode dieren in zeepsop laat drijven, krijgen ze nieuw leven. Sinke en Van Tongeren maken er kunst van.

De dood komt in verschillende gedaanten. In de handen van de taxidermist is de rode ibis niet veel meer dan een hoopje fraai gekleurde veren. Maar als het vel en de veren in het zeepsop drijven waarin ze vóór het opzetten worden schoongespoeld krijgt het dier een ander leven – zwevend, gewichtloos, in een nieuwe, onbekende houding. Daar worden ze door Jaap Sinke en Ferry van Tongeren gefotografeerd, soms met de belletjes van het sop nog tussen de veren. De lange snavel van de lepelaar zijgt zedig op zijn borst; de kerkuil vouwt zijn vleugels devoot voor zijn buik. De kaaiman heeft geen veren om zijn naaktheid te bedekken, maar ligt in drieën gevouwen als een damestas in wording. De foto’s zijn uitermate precies, soms extreem gedetailleerd, soms verdwijnen de veren in de onbekende diepten van het sop.

De volgende etappe in het tarten van de dood is het opzetten van het dier, zo levensecht mogelijk en met rekwisieten die aan Wunderkammers doen denken. Sinke en Van Tongeren beschouwen hun dieren als kunstwerken, geïnspireerd op de schilderijen van zeventiende-eeuwse meesters als Jan Weenix en Melchior d’Hondecoeter. Ook de negentiende eeuw zijn ze schatplichtig: hun bedrijf hebben ze ‘Darwin, Sinke en Van Tongeren’ genoemd, als hommage aan de man die volgens hen de schoonheid en de magie van de natuur heeft laten zien.

Vorig jaar werd hun hele tentoonstelling in hun galerie in Londen – opgezette dieren én foto’s – in één keer gekocht door Damien Hirst voor zijn eigen ‘Murderme’-verzameling. Komt de ibis naast de schedel te staan? Op de foto’s bij galerie Kahmann zweeft die nog tussen leven en dood.