Underdog die niet van opgeven weet

Hoewel hij als kind een beenbeugel heeft, droomt Michael Edwards ervan om aan de Olympische Spelen mee te doen. Eddie the Eagle is een film over een wat sukkelige dromer die nooit opgeeft, zelfs al wordt hij door vrijwel niemand serieus genomen. Het levert een prettige formulefilm op die vooral leunt op de excentriciteit van zijn bebrilde hoofdpersonage. Het verhaal is gebaseerd op het leven van de skischansspringer die in 1988 aan de Spelen in Calgary meedeed.

Een groot gedeelte van Eddie the Eagle speelt zich af in Garmisch-Partenkirchen, heilige grond voor skispringers. Hier sluit Michael vriendschap met een ooit veelbelovende Amerikaanse atleet die zijn talent verkwanselde aan drank en nu zijn dagen slijt in Garmisch-Partenkirchen. De gedesillusioneerde Peary (Hugh Jackman) wordt al snel de coach van de onervaren maar enthousiaste Michael (Taron Egerton) die zich dolgraag wil kwalificeren voor de Winterspelen.

Door uitgekiende shots en suggestieve camerabewegingen slaagt regisseur Dexter Fletcher er uitstekend in de angstaanjagende diepte te suggereren waarin de skispringers een tijdje rondzweven alvorens ze landen. En omdat Eddie the Eagle zich rond 1988 afspeelt, zit er uitsluitend jarentachtigmuziek in: van Frankie Goes to Hollywood tot (natuurlijk) Van Halens Jump.

Eddie the Eagle is vooral een inspirerend verhaal over een uit de arbeidersklasse afkomstige underdog. Het hele Britse olympische comité en al zijn teamgenoten, die allemaal naar dure privéscholen gingen, zitten hem het liefst dwars. Maar als hij door zijn ongedwongen charme en aanstekelijke optimisme een lieveling van pers en publiek wordt, schuift de pr-afdeling hem naar voren. De charismatische Michael – Eddie the Eagle – Edwards is natuurlijk uitstekende publiciteit voor de Britse atletiek.