Spijt na betasting: ‘Door de duivel bezocht’

Aanrandingen Almere Twee asielzoekers stonden terecht voor het betasten van meisjes in Almere. De officier van justitie eiste werkstraffen en een voorwaardelijke celstraf.

„Ciao!”, riep hij de meisjes nog na. Verdachte M. had ze zelfs uitgezwaaid. Nee echt, hij was zich van geen kwaad bewust, zo blijkt uit zijn verklaring aan de politie. Ze waren gewoon een beetje „aan het dollen” geweest. „Niet seksueel bedoeld.”

De zaak: drie aangiftes van aanranding, allemaal gepleegd op dezelfde nacht, met ongeveer hetzelfde scenario. Meisjes uit het uitgaanspubliek van Almere werden in een steeg gevraagd om een sigaret en vervolgens onzedelijk betast. Billen en borsten. Van tenminste één ander incident die avond is geen aangifte gedaan.

Als ik een getint iemand zie, ben ik bang, durf ik niet dichterbij te komen

Slachtoffer

De twee verdachten, M. (18) en G. (21), beide asielzoekers uit Eritrea, zijn vandaag niet bij hun eigen rechtszaak aanwezig. „Vanwege de media-aandacht”, zegt hun advocaat Jan Kees van den Brink. „Jammer”, vindt de rechter. „Ik had graag met ze gepraat. Maar ik begrijp wat u zegt.”

Aandacht vanuit de media was er inderdaad uitbundig. Het incident deed zich afgelopen september voor en leidde tot veel commotie, mede vanwege een tweet van Geert Wilders. De PVV-leider greep de zaak aan om zijn pleidooi om de grenzen dicht te gooien kracht bij te zetten: ‘#kominverzet’. Daar kwamen op Nieuwjaar nog de massa-aanrandingen in Keulen bij, waarna één van de ouders van de slachtoffers de media opzocht.

„Er moet voor worden gewaakt dat deze zaak niet in de vluchtelingendiscussie wordt getrokken”, waarschuwt de officier van justitie in haar pleidooi. „Het betreft hier een strafzaak die in zijn soort niet afwijkt van vergelijkbare zedenzaken gepleegd door autochtonen in uitgaanscentra.”

Donkere, nauwe steeg

Plaats delict: de Herbergsteeg in Almere, die de Grote Markt verbindt met de taxistandplaats. Volgens de officier van justitie een „donkere, nauwe steeg”, volgens de advocaat van de verdachten „gewoon een steeg met verlichting”. Hoe dan ook: het is een steeg behangen met beveiligingscamera’s. Beide partijen hebben de beelden kunnen zien.

Eén van de slachtoffers is wel aanwezig in de zaal. Op haar verzoek leest niet zij zelf, maar de rechter haar schriftelijke verklaring voor. Ze liep met een vriendin door de steeg, toen de verdachten om een sigaret vroegen. Haar vriendin gaf die, „om van ze af te zijn”.

Daarna werden de twee meisjes gevolgd. Het slachtoffer kreeg een tik tegen haar billen van M. Vervolgens sloeg G. van achter een arm om haar keel, en betastte haar billen. Haar vriendin hielp haar los te komen. „Ik ben huilend weggerend.”

Die avond kon ze alleen maar huilen, schrijft ze. „Steeds voelde ik die handen.” Ook nu lijdt ze onder het incident. „Als ik een getint iemand zie, ben ik bang. Dan durf ik niet dichtbij te komen.” Ze heeft last van „een kort lontje”, had concentratieproblemen en het onderwerp ‘vluchtelingen’ ligt gevoelig.

Volgens de advocaat had G. het meisje willen „bedanken” voor de sigaret en haar „onhandig” een kus op haar wang willen geven. Over de tik op de billen – duidelijk te zien op de camerabeelden – is geen discussie. Maar M. had daarbij „geen doel”, niets seksueels, heeft hij tegen de politie verklaard. Een domme fout. „Ik werd door de duivel bezocht.”

Jeugd- of volwassenenrecht?

Eén van de kwesties in deze zaak: moeten deze mannen volgens het jeugdrecht of volwassenenstrafrecht worden berecht?

Ten tijde van het incident was M. net twee maanden 18 jaar. Hij verkeert sinds 2014 in Nederland. Eritrea ontvluchtte hij met zijn familie nadat zijn vader, een militair, plots verdween en hijzelf diens plaats zou moeten innemen. Via Soedan bereikte hij uiteindelijk Nederland. Nu fungeert hij volgens een jeugdwerker „als gezinshoofd”.

Dat pleit volgens de officier juist weer tégen behandeling voor het jeugdstrafrecht. „Zijn vlucht laat zien dat hij zich als volwassene kan handhaven.”

M. zit op het vmbo, loopt stage in een kringloopwinkel en spreekt goed Nederlands, in tegenstelling tot G., die contact met Nederlanders zoveel mogelijk vermijdt. De twee verdachten hebben een tijdelijke verblijfsvergunning in Nederland. Die komt door deze zaak niet in gevaar, laat hun advocaat weten.

De officier eist uiteindelijk 140 uur werkstraf en 3 maanden voorwaardelijke jeugddetentie tegen de 18-jarige M., die bij alle drie de aanrandingen betrokken zou zijn geweest. Daarnaast vraagt ze om de zogeheten ‘Respect Limits’-leerstraf van 30 uur, een justitiële interventie voor jongens die seksueel grensoverschrijdend gedrag hebben vertoond.

Tegen de 21-jarige G., van één aanranding verdacht, wordt een werkstraf van 120 uur geëist en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 weken. De advocaat vraagt in beide gevallen om vrijspraak. Op 13 april doet de rechter uitspraak.

    • Thomas Rueb