Ook CPB ziet inkomenskloof toenemen

Ramingen Centraal Planbureau Het CPB geeft met nieuwe ramingen de aftrap voor de verkiezingscampagne. Eén thema is al bekend: de kloof tussen arm en rijk.

Pakketbezorgers in Den Haag, die bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gaan protesteren tegen lage lonen. Foto Maarten Hartman

Worden de inkomensverschillen in Nederland nu groter of kleiner? SP-leider Emile Roemer en PvdA-leider Diederik Samsom raken het er maar niet over eens. Vorige maand riepen beide rivalen op televisie iets heel anders, op basis van andere grootheden.

Aan de hand van de bekende ‘koopkrachtplaatjes’ beweerde Roemer dat de hogere inkomensgroepen er veel meer op vooruit zijn gegaan dan de lagere. Samsom op zijn beurt wees naar de zogeheten Gini-coëfficiënt die inkomensongelijkheid weergeeft. Die zou volgens hem sinds vorig jaar aan het dalen zijn, wat op minder ongelijkheid wijst.

Het Centraal Planbureau gaf woensdag enig nieuw uitsluitsel. In de vierjaarlijkse Middellangetermijnverkenning (MLT) geeft het planbureau voor het eerst een voorspelling over belangrijke macro-economische ontwikkelingen in de volgende kabinetsperiode 2018-2021. Het biedt de politieke partijen houvast bij het opstellen van hun verkiezingsprogramma’s in de aanloop naar de volgende Tweede Kamerverkiezingen.

Voor het eerst beschouwt het CPB in deze raming de ontwikkeling van de inkomensongelijkheid op de lange termijn, aan de hand van de door Samsom geciteerde Gini-coëfficiënt. Wat blijkt? De PvdA-leider krijgt ongelijk, want het CPB schrijft: „Na 2021 neemt de inkomensongelijkheid verder toe.” Om precies te zijn: met 3,2 procent in de jaren 2021-2060. Het komt door een aantal maatregelen die volgens het huidige kabinet (van coalitiepartijen VVD en PvdA) nodig waren om Nederland uit de crisis te helpen, waaronder de beperking van de zorgtoeslag, een versobering van de bijstand en de afbouw van de algemene heffingskorting. Ook uit andere cijfers uit het rapport blijkt dat het inkomen voor mensen met een baan is toegenomen – en de komende jaren nog verder zal toenemen – en het inkomen voor mensen met een uitkering juist daalt.

„De aanpak van de PvdA is mislukt”, concludeert SP-Kamerlid Arnold Merkies dankbaar uit het CPB-rapport. Hij vindt het een kwalijke zaak dat de sociaal-democraten in weerwil van hun vorige verkiezingsslogan ‘Eerlijk delen’ met de VVD hebben meegewerkt aan het vergroten van sociale ongelijkheid. „Mensen met een uitkering en gepensioneerden gaan er de komende jaren voor de zoveelste keer op achteruit. Daar moet een einde aan komen.”

Maatregelen tegen topinkomens

Henk Nijboer, financieel woordvoerder van de PvdA-fractie in de Tweede Kamer, vindt dat het kabinet juist wél werk heeft gemaakt van „een evenwichtig inkomensbeleid”, een van de pijlers uit het regeerakkoord van Rutte II. Nijboer blijft volhouden dat de inkomensongelijkheid in de afgelopen jaren „niet echt” is opgelopen. Hij wijst op de maatregelen die topinkomens hebben geraakt, zoals het aan banden leggen van bankiersbonussen. En Nijboer verwacht nog een flink nivellerend effect van de nieuwe vermogensrendementsheffing die in 2017 ingaat. Dat effect is nog niet door het CPB meegewogen.

Beide Kamerleden zijn het over één ding eens: inkomensongelijkheid wordt een hoofdthema in de komende verkiezingscampagne.