OM wil 111 miljoen terug van Van den Nieuwenhuyzen

Volgens het OM heeft Van den Nieuwenhuyzen geprofiteerd van illegaal verstrekte leningen aan zijn concern RDM.

Joep van den Nieuwenhuyzen vorig jaar bij het Paleis van Justitie. ANP / Martijn Beekman

Het Openbaar Ministerie wil 111 miljoen euro terugvorderen van Joep van den Nieuwenhuyzen. Dat bleek donderdag bij de regiezitting van een ontnemingszaak tegen de ondernemer. De claim van justitie is veel hoger dan verwacht, eerder noemde het OM een bedrag van 42 miljoen euro dat zou worden gevorderd. Het OM heeft naar eigen zeggen “de koers aangepast”.

Na de vrijspraak van faillissementsfraude door het Haagse Gerechtshof in juni 2015 is de vordering niet langer gebaseerd op ‘wederechtelijk verkregen voordeel uit faillissementsfraude’. De nieuwe vordering is gebaseerd op ‘wederrechtelijk verkregen voordeel uit corruptie’. Volgens het OM heeft Van den Nieuwenhuyzen persoonlijk geprofiteerd van door omkoping verkregen leningen aan zijn defensieconcern RDM. Zijn voordeel bedraagt volgens een berekening van het OM ruim 111 miljoen euro.

De ontnemingszaak volgt op de langlopende rechtszaak tegen Van den Nieuwenhuyzen en Willem Scholten, oud-directeur van de Rotterdamse haven. Scholten gaf tussen 2002 en 2004 ruim 180 miljoen euro aan garanties voor bankleningen aan Van den Nieuwenhuyzen, een zaak die bekend werd als het havenschandaal. Als RDM niet zou kunnen voldoen aan de betalingsverplichtingen, stond het Havenbedrijf Rotterdam garant. In ruil voor de voorkeursbehandeling ontving Scholten gunsten en geld van Van den Nieuwenhuyzen, iets wat beide betrokkenen altijd zijn blijven ontkennen. Het grootste deel van de vordering, ruim 106 miljoen euro, betreft uitbetaalde leningen die, in de woorden van het OM, werden “bemachtigd met de corrupt verkregen garanties.”

Veroordeeld wegens omkoping

Van den Nieuwenhuyzen en Scholten zijn in juni 2015 door het Haagse Gerechtshof veroordeeld wegens ambtelijke omkoping en valsheid in geschrifte. De straffen in hoger beroep vielen aanzienlijk lager uit dan de straffen in eerste instantie en de eisen van het OM. Van den Nieuwenhuyzen werd veroordeeld tot één jaar gevangenisstraf, waarvan 285 dagen voorwaardelijk, en een boete van 150.000 euro. Omdat hij al tachtig dagen in voorarrest had gezeten hoefde hij niet de cel in.

De ondernemer werd vrijgesproken van faillissementsfraude. Het OM heeft hiertegen cassatie ingesteld. Vanwege de vrijspraak voor faillissementsfraude dacht Van den Nieuwenhuyzen dat de vordering van de baan was. Hij had niet gerekend op een koerswijziging van het OM. De rechtbank Rotterdam moet nu beslissen over de nieuwe claim van justitie.