Muziek voor de schoonmaakster

De altvioliste rekt met haar Locomotive Festival de grenzen van de klassieke muziek op. Haar voorstelling ‘Bach en Bleekwater’ is een mix van theater en concert.

In het Concertgebouw speelde altvioliste Esther Apituley eens een rustig stukje klassiek, zoals dat in de Kleine Zaal met de beroemde akoestiek zeer gepast is. Maar plots gingen links en rechts op het podium de gordijnen open, een klarinettist en trompettist onthullend die luttele seconden een hels kabaal maakten. Daarna sloten de gordijnen weer en speelde Apituley door alsof er niets aan de hand was. Een ouder echtpaar op de eerste rij keek elkaar en daarna Apituley in ongeloof aan: wat was daar nou opeens gebeurd?

Apituley grijnst breed als ze eraan terugdenkt. „Ik houd zielsveel van klassieke muziek. Maar ik houd ook van theatrale elementen, van het onverwachte, van de ontregeling. En ik houd van het doorbreken van codes in de klassieke muziek. Wat dat betreft heb ik met de altviool een rare keuze gemaakt: het is een invulinstrument, harmonieën kleurend tussen de solo en bas. Een prachtig instrument maar ook weerbarstig en lastig om onder de knie te krijgen. Er zijn op de hele wereld maar een handjevol solisten.”

Had Apituley voor de viool gekozen, dan had haar leven er anders uitgezien, denkt ze. „Maar als altvioliste zat een solocarrière er niet in, en ontdekte ik vervolgens hoe leuk het is om de richting van het theater op te zoeken en verschillende disciplines te combineren.” Dat wilde ze oorspronkelijk in zalen als het Concertgebouw doen. „Maar een spotje ophangen kost daar 300 euro. Terwijl ik licht heel belangrijk vind bij het uitvoeren van muziek: de oren en ogen zitten dicht bij elkaar.”

Ze besloot een festival voor de altviool te beginnen, en de theaterzalen op te zoeken. Bijvoorbeeld met haar nieuwste voorstelling: Bach & Bleekwater, voor musici en een actrice, met een nieuwe toneeltekst van Ko van den Bosch. Twee musici (contrabas en mondharmonica) uit de geïmproviseerde muziek werken mee. Apituley: „Levendigheid is voor mij de essentie van muziek. Dus met noten die al honderd jaar dood zijn, is wat mij betreft veel geoorloofd – met respect voor de componist natuurlijk.”

Misschien is het niet heel toevallig dat Apituley de mater familias is van een theatergezin. Ze geeft een korte rondleiding door haar prachtige huis in Amsterdam. De werkkamer van echtgenoot en bekend acteur Hans Dagelet. Gang door: een ruime kamer waar je huisvoorstellingen zou kunnen geven. Zoon Mingus en dochter Charlie Chan Dagelet, inmiddels het huis uit, acteren eveneens.

In Bach & Bleekwater is een belangrijke rol geschreven voor de schoonmaakster die het podium dweilt. Als de musici opkomen wil ze snel afgaan, maar altvioliste Esther vraagt haar te blijven. Esther begint over de klassieke muziek die de fantasie prikkelt. Een veelzeggende dialoog ontstaat:

Schoonmaakster: „Dat heb ik dus helemaal niet.”

Esther: „Niet wat?”

Schoonmaakster: „Dat ik dingen zie. Ik ben nou net zo blij dat ik niks zie, als ik naar muziek luister. Ik luister, ogen dicht en ik ben achteruitdweilend weg.”

Natuurlijk blijkt gaandeweg dat ook de schoonmaakster wel degelijk beelden krijgt bij klassieke muziek (‘een chroompotige tafel die wegzakt in hoogpolig tapijt!’). De boodschap van Bach & Bleekwater lijkt daarmee ouderwets verheffend: alle mensen waarderen klassiek, als ze maar durven luisteren.

Apituley: „Het klinkt inderdaad opvoedkundig. Maar ik wil graag zoveel mogelijk nieuw publiek via een meer informele theatersetting naar bijvoorbeeld de Chaconne van Bach laten luisteren. Als je naar muziek luistert, zie je de meerwaarde van het leven.” Ze aarzelt even. „En wie weet zou er misschien geen oorlog meer in de wereld zijn. Ik weet dat dit naïef klinkt, maar muziek is zuiver en verbindt.

„Ook al is het overleven als muzikant ook in deze maatschappij heel moeilijk: hoe meer obstakels er op de weg zijn, hoe harder ik ervoor vecht. Klassieke muziek zal altijd overwinnen.”