Landmijnen en Duitse jochies

De Deense sergeant Rasmussen heeft een appeltje te schillen met de Duitsers: we leren hem kennen als hij vlak na de Duitse capitulatie in 1945 bruut een Wehrmachtsoldaat afrost. Gewoon omdat het kan. Hij is een bullebak voor het peloton Duitse krijgsgevangenen dat onder zijn leiding een stuk Deens strand mijnenvrij moeten maken.

Melkmuiltjes zijn het, geronseld door Hitlers Volkssturm. Hij hongert ze uit, negeert kil het gekrijs als het eerste hoogblonde jochie met bloedende stompies van het strand wordt gesleept. Maar als de teller stijgt, komt er een vaderlijke kant in de sergeant naar boven.

Land of Mine is schaamteloos sentimenteel: een zeer voorspelbare film over de menswording van een woesteling. Minder voorspelbaar zijn de mijnen. Er gaan er heel wat ontploffen, dat voel je aan, maar welke? Het bezorgt je al in de eerste scène afgekloven nagels, als de jochies in een bunker examen doen met echte mijnen. Waarna de Deense regisseur Zandvliet de inherente suspense van dat nare speelgoed heel effectief blijft inzetten. Spannend en ontroerend dus, Land of Mine, én een vergeten historische episode, én een relativering van nationale zelfgenoegzaamheid. De publieksprijs van het filmfestival Rotterdam is welverdiend.

    • Coen van Zwol