Inspirator in het hiernamaals

David Bowie Sinds zijn overlijden regent het eerbetonen aan Bowie. Vanavond is er een muzikale herdenking in Carnegie Hall.

Muurschildering van de Australische kunstenaar James Cochran, aka Jimmy C, in Brixton, de Londense buurt waar David Bowie opgroeide. Foto AFP / JUSTIN TALLIS

Elton John varieerde uitgebreid op zijn piano, soulzanger Miguel zong het met slechts een akoestische gitaar, Bruce Springsteen speelde een serieuze rockversie. Madonna zong, danste en speechte. Joe Jackson zong vanuit zijn tenen, Robbie Williams zong vanuit de huiskamer. Sinead O’Connor pogode. De Domtoren klingelde een droevig saluut.

Nadat David Bowie op 10 januari overleed, volgde er spontaan een stroom eerbetonen van collega-muzikanten die zijn liedjes uitvoerden. Bij concerten, tv-optredens, prijzengala’s of van achter de laptop thuis werden eigen versies gespeeld van, vooral, Life On Mars?, Space Oddity en Rebel, Rebel. Door allerlei soorten muzikanten, van jong tot oud, van rock tot elektronisch, van bekend tot onbekend: van veteraan Iggy Pop tot synthesizercombo Moodoïd in een Franstalig Let’s Dance.

Er waren meer manieren waarop David Bowie werd herdacht. Madonna vertelde hoe ze ooit, na het zien van zijn optreden in Detroit, besloot om zangeres te worden. En zoals velen benadrukte ze het bevrijdende effect van zijn uiterlijk en presentatie: ‘I learned it was ok to be a freak’. Maar het was vooral de ongekende hoeveelheid covers die de afgelopen tijd verschenen, die verraste: geen popster is na zijn overlijden in zoveel uitvoeringen ten gehore gebracht. Niet Michael Jackson, niet Lou Reed.

Behalve dat David Bowie de top van de pop-Olympus heeft bereikt, kun je er meer uit opmaken. De bijval van collega’s is een bewijs van zijn motiverende invloed. Bowies extravagante optreden – in gewatteerde catsuit, in sensueel duet met Mick Ronson – bij Top of The Pops in 1972 met de single Starman, was ooit de oerknal voor het ontstaan van een hele nieuwe generatie Britse popmuzikanten: New Order, The Smiths, Happy Mondays, Pet Shop Boys, en The Libertines. Die muzikanten beschreven die ervaring alsof ze bovenaan een springschans stonden, en de kennismaking met Bowie het duwtje was dat ze over de drempel hielp. Zoals zijn aanwezigheid destijds aanvuurde, zo stimuleert hij nog steeds: Bowie’s muziek inspireert om zelf muziek te maken.

Hij inspireerde door zijn muzikale klasse en presentatie. De liedjes waren eclectisch, verrassend, vonden het midden tussen experiment en popgevoel. Zijn steeds wisselende voorkomen en podiumact waren exuberant. Toch is de vraag waarom zijn kwaliteiten juist op dit moment zo uitgebreid weerklank vinden; hoe komt het dat uit de legende die hij al was, nu een mythische figuur geboren is?

Symbool voor een aantrekkelijke tijd

Wellicht wordt Bowie inmiddels niet meer alleen herinnerd om zijn muzikale kwaliteiten, maar staat hij ook symbool voor een aantrekkelijke periode - de jaren zeventig - waarin nog ruimte was voor grilligheid en variatie. De persoon David Bowie omvat de creatieve, persoonlijke vrijheid, het (seksuele) experiment, en alle fleur en malligheid die destijds voorhanden was, maar nu goeddeels lijkt uitgestorven.

Vanavond wordt in New York een muzikale herdenking voor Bowie gehouden. In Carnegie Hall zullen bands als The Pixies, The Roots, Blondie, Michael Stipe, en Laurie Anderson eigen versies van zijn nummers spelen. Het zegt iets over de bewondering ook tijdens zijn leven, dat de bijeenkomst ruim voor Bowie’s overlijden was georganiseerd; een jonge(re) garde zou samenkomen voor een viering van het Bowie-repertoire, in zijn aanwezigheid. Het had net zo’n evenement moeten worden als het concert in 1997 in Madison Square Garden, ter gelegenheid van Bowie’s vijftigste verjaardag. Daar voerden bevriende muzikanten uit veelal de alternatieve hoek (Sonic Youth, The Pixies) zijn liedjes uit.

De laatste jaren werd Bowie soms door collega’s gevraagd voor een vocale bijdrage aan hun opname of een rol als producer. Die verzoeken werden meestal afgewezen, vertelden betrokkenen onlangs. Over de film waarvoor David Grohl hem vroeg om een soundtrackliedje, zei Bowie: ‘Dat is niets voor mij’. En op de vraag of hij een couplet wilde zingen in een van Coldplays nieuwe composities, kreeg Chris Martin als antwoord: ‘Het is niet een erg goed liedje, hè?’

Eén band viel recentelijk bij hem in de smaak, het Canadese Arcade Fire, een zeskoppige groep rond het echtpaar Win Butler en Régine Chassagne. Na het verschijnen van hun debuut-cd Funeral (2004) prees hij hun grootse geluid en de caleidoscopische stijl waarin ‘Motown, Franse chansons en Talking Heads samenkomen’. Hij kocht een stapel van Funeral en deelde ze uit aan vrienden. Bowie en Arcade Fire traden meerdere keren samen op, zongen zijn nummers en hun nummers. En toen in 2013 hun indrukwekkende oerdans Reflektor als single verscheen, klonk op 4:45, omringd door bezwerende percussie en duivelse koortjes, zijn statige stem in het refrein.

Zes dagen na Bowie’s dood organiseerde Arcade Fire een huldeblijk in New Orleans. Samen met de plaatselijke Preservation Hall Jazz Band presenteerden ze een ‘second line parade’, oftewel een jazzbegrafenis zonder kist. Door het oude hart van de stad kronkelde de optocht van duizenden mensen in, zoals de uitnodiging verzocht, hun ‘beste David Bowie-uitdossing, of iets nog vreemders’.

Mannen, vrouwen, kinderen, zelfs honden, hadden een bliksemschicht op hun gezicht. Iedereen danste en draaide, trombones kraakten en schudden als oude bedspiralen. Win Butler en Régine Chassagne schuifelden tussen de menigte achter de jazzband, met megafoons tegen hun lippen. Samen zongen ze een uitbundig Heroes ter ere van Bowie in zijn nieuwste incarnatie, als inspirator in het hiernamaals.