Minister van Defensie Hennis: ik koester mijn vrijheid en stem ‘ja’

Een vrije samenleving is ons krachtigste wapen, schrijft minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert. „Een stabiel Oekraïne is in ons aller belang.”

AMSTERDAM - Jeanine Hennis en haar Duitse collega minister van Defensie Ursula von der Leyen ondertekenen aan boord van Zr.Ms. Karel Doorman een verklaring over nauwere samenwerking op marinegebied. Foto Evert-Jan Daniels / ANP

In de jaren negentig verhuisde ik naar Letland. Ik was 23 jaar oud en ging werken in Riga, voor de Europese Commissie. Oude televisiebeelden over het IJzeren Gordijn had ik nog vaag op m’n netvlies staan. Voor mijn Letse collega’s waren dit echter tastbare herinneringen. En meer dan dat. Op indringende wijze werd ik geconfronteerd met het directe verleden van dat land. Het wantrouwen. De pijn. De armoede. In dit prachtige land waren de erfenissen van de Sovjetoverheersing nog volop aanwezig. Misschien besefte ik toen pas echt hoe bijzonder het is om in een vrije samenleving op te groeien. Hoe kwetsbaar dit alles is. Hoe gemakkelijk het is om die vrijheid te verliezen, en hoe moeilijk het is om die vrijheid weer terug te winnen. Duidelijk is dat die vrijheid ons niet vanzelf komt aanwaaien. Iedere dag opnieuw moet hiervoor hard geknokt worden. Dichtbij en ver weg. Het werd mijn drijfveer om te doen wat ik doe.

Jaren later kwam ik in contact met de oppositie in Wit-Rusland. Een land dat tot op de dag van vandaag gebukt gaat onder het regime van Loekasjenko. Mijn contact met de Wit-Russische oppositie groeide uit tot een bijzondere samenwerking. Hun wens? Vrij om te zijn, vrij om te zeggen, vrij om keuzes te maken. Bij wederom een bezoek aan Wit-Rusland in 2006 – ik was inmiddels lid van het Europees Parlement – werd ik opgepakt, verhoord en uitgezet. Ik zou een gevaar voor de staatsveiligheid opleveren.

In mijn huidige functie, als minister van Defensie, weet ik één ding zeker: een vrije samenleving is ons krachtigste wapen. En Nederland wordt niet veiliger door de inwoners van Oekraïne het recht te onthouden om zelf te bepalen met wie zij afspraken willen maken over bijvoorbeeld handel en stabiliteit. Woensdag 6 april gaat Nederland naar de stembus. Ik hoop zeer dat iedereen van dit voorrecht gebruik zal maken. Het associatieakkoord met Oekraïne beoogt de samenwerking te versterken, de handel over en weer te vergroten en de ring van stabiliteit rond Europa te bestendigen. Ook voor Nederland geldt: hoe groter die ring van stabiliteit en welvaart om ons heen, hoe veiliger wij zijn en hoe meer handel wij kunnen drijven. Wij allemaal hebben profijt bij vrije, stabiele democratieën aan de grenzen van de Europese Unie.

Stabiliteit aan de Europese grenzen is broodnodig

Begin jaren negentig werd Oekraïne onafhankelijk, het land viel niet langer onder Sovjetbewind. In 2013 bleek die onafhankelijkheid echter nog steeds omstreden. Het Maidanplein stroomde vol. Vele, vele mensen eisten het recht op om in vrijheid, zonder dwang van derden, de koers van hun land te bepalen. De onafhankelijkheid van Oekraïne moest opnieuw worden bevochten. En ja, het staat Vladimir Poetin uiteraard vrij om het niet eens te zijn met deze soevereine keuze van Oekraïne. Maar het intrappen van de Oekraïense deur, de brute annexatie van de Krim en de verdere destabilisatie van Oost-Oekraïne, was en is volstrekt onacceptabel.

Het referendum op 6 april aanstaande gaat ergens over. Het gaat over het versterken van een prille democratie, over fundamentele rechten, over de aanpak van corruptie, over ondernemen. Het gaat over het bieden van perspectief. Over de vrijheid van Oekraïne om zelf te bepalen welk pad zij wil bewandelen. Hiervoor hebben mensen hun leven gegeven, op het Maidan-plein en elders. Ook bij opeenvolgende verkiezingen hebben de inwoners van Oekraïne, in West en Oost, een duidelijke keuze gemaakt. Een keuze voor een vrije en democratische samenleving. En laat het helder zijn: zij zijn heel goed in staat, en ook volledig bevoegd, om hierover zelf te beslissen. Wie zijn wij om hen de rug toe te keren? Oekraïne is een soeverein land. Het is geen kolonie van Rusland, ook niet van de Europese Unie. Wel acht ik stabiliteit aan de Europese grenzen broodnodig, en die stabiliteit wordt niet vergroot door een land te negeren of aan z’n lot over te laten. Met het verwerpen van het associatieakkoord zouden zij die uit zijn op chaos alsnog worden beloond.

Het akkoord heeft niets maar dan ook niets te maken met een EU-lidmaatschap van Oekraïne, maar alles met de vrijheid van handelen. Dit akkoord is een kans. Er zijn tegenstanders die beweren dat het verstandig zou zijn om het akkoord af te blazen omdat het tot een provocatie zou leiden. Diezelfde mensen heb ik echter nooit gehoord over de Nederlandse F-16’s die met regelmaat in actie komen omdat Russische bommenwerpers onaangekondigd ons luchtruim binnenvliegen, met alle risico’s van dien. Die mensen heb ik nooit gehoord over de inzet van Nederlandse schepen om Russische vlootverbanden in de gaten te houden als ze door de Nederlandse Exclusieve Economische Zone varen. Ook heb ik ze nooit gehoord over de inzet van onze F-16’s in het kader van bijvoorbeeld de bewaking van het Letse luchtruim (NATO’s Baltic Air Policing Mission), het land waar ik in de jaren negentig woonde. We doen dit niet omdat we Rusland vrezen, maar omdat we onze vrijheid koesteren en weten dat die vrijheid niet vanzelfsprekend is.

Met dit associatieakkoord wordt ook geen NAVO-lidmaatschap nagestreefd. Sterker nog, op geen enkele manier verplichten wij ons tot bijstand in geval van bijvoorbeeld een gewapend conflict. Het akkoord gaat over handel, stabiliteit en rechtszekerheid. Het gaat niet aan om ons daarvoor te excuseren. Een goede samenwerking met al onze buren, dus ook met Rusland, is het streven. We kunnen echter niet toestaan dat de ene buur de andere het mes op de keel zet. Een stabiel Oekraïne is in ons aller belang. Ook Rusland is hierbij gebaat. Als de vrijheid je iets waard is, stem dan ‘ja’ op 6 april aanstaande.