GSK stopt met medicijnenpatenten in de armste landen

Het Britse bedrijf maakt het mogelijk dat andere producenten voor minder of geen geld merkmedicijnen mogen namaken.

Het hoofdkantoor van GSK in Londen. Foto Luke MacGregor / Reuters

Farmaceut GlaxoSmithKline (GSK) stopt in arme landen met het aanvragen van patenten voor medicijnen. Daardoor mogen andere producenten de merkgeneesmiddelen namaken, vaak tegen lagere kosten. Het bedrijf kondigde donderdag meerdere maatregelen aan om de beschikbaarheid van zijn medicijnen in minder rijke landen te verbeteren.

GSK vraagt voortaan geen patenten aan in zogenoemde Least Developed Countries (LDC’s) en Low Income Countries (LIC’s). In iets rijkere landen, de Lower Middle Income Countries of LMIC’s, wordt nog wel patent aangevraagd, maar worden voor tien jaar licenties uitgegeven ‘tegen een kleine vergoeding’. Ook als die landen economische groei doormaken en daardoor in een hogere inkomensgroep vallen, blijven de licenties voor die periode geldig. In die landen wonen zo’n twee miljard mensen.

GSK kondigde de plannen aan in aanloop naar de vergadering van een vergadering van de Verenigde Naties over beschikbaarheid van geneesmiddelen. Volgens topman Sir Andrew Witty is het huidige systeem van patenten noodzakelijk om investeringen mogelijk te maken:

“Veranderingen op het gebied van patenten en systemen van intellectueel eigendom zijn geen oplossing voor de complexe problematiek van betere gezondheidszorg in ontwikkelingslanden. Zo moet er bijvoorbeeld voor de bestrijding van kanker naast toegang tot behandelmethoden betere financiering, betere screening en diagnosticering, meer kankerspecialisten en betere ziekenhuisvoorzieningen georganiseerd worden.”

Het bedrijf blijft voor medicijnen patent aanvragen in High Income Countries en G20-landen. Tot die groep behoort ook Nederland. Volgens persbureau Reuters zal het besluit van GSK amper van invloed zijn op de omzet van het bedrijf, omdat in de armere landen toch al weinig wordt verdiend.