‘Fout!’

Betweters moeten in hun hok. Breitner. Best of Balanchine. Jaap Flier.

foto Angela Sterling

Kunst doet het al snel verkeerd. „Fout!”, hoorde ik ooit uitgever Geert van Oorschot, alias schrijver R.J. Peskens, grommen. Hij keek naar Twee vorstinnen en een vorst, de verfilming van zijn roman en verhalen. Die mooie rol van Kitty Courbois? Zag hij niet. Wel alles wat er veranderd was. Daar ging hij weer, luid en fluisterend: „Fout!!”

In de Volkskrant kapittelde dinsdag een ingezondenbrievenschrijver de schilder Breitner vanwege zijn schilderijen van een meisje in de rode kimono. Fout! Die kimono zit namelijk verkeerd: met de omslag rechts over links in plaats van links over rechts. „Waarom heeft niemand Breitner hier op attent gemaakt?” Ja, waarom? Soms doet iets er niet toe, daarom.

Als je ergens iets vanaf weet, erger je je al snel wild. Zo ook cultuurhistoricus Peter Rietbergen. Die spoorde in deze krant collega-wetenschappers aan om als consultant „een voet tussen deur te krijgen bij film- en tv-producties”, in de strijd tegen wetenschappelijke missers. Nu wordt er voor historische films standaard veel research gedaan, maar toch: missers zijn er. Want filmers hebben ook wat anders aan hun hoofd. Hun film namelijk, en als die er beter van wordt, verdichten ze de waarheid. Maar het publiek denkt dat het klopt! – vreest de historicus. Tja. Laat de film met rust en zet je in voor beter geschiedenisonderwijs, zou ik zeggen. Want niemand is gebaat bij door wetenschappers vertroebelde kunst.

Het kan ook goed gaan. Het Nationale Ballet danst Best of Balanchine, met vier stukken van George Balanchine, de choreograaf die dans als zichtbare muziek beschouwt. Zijn balletten zijn mooi. Zo mooi dat ik ze niet kan onthouden. Wie zijn werk uitvoert, krijgt van de Balanchine Trust in de VS een instudeerder erbij die nog met ‘Mr. B.’ zelf heeft gewerkt. Balletmeester Rachel Beaujean: „Bij ons komt altijd Patricia Neary, ze is 74 en in topvorm. Dankzij haar behouden we de originele Balanchine-look: sportief en jaren-vijftig-elegant, ook al is dat niet meer in de mode.”

Balanchine zit al heel lang in de zenuwbanen van de Nederlandse dans. Ik zie het op het filmfestival Cinedans in de documentaire Jaap Flier – solist van Jellie Dekker. Danser Flier (1932) stond aan, of liever: lag in, de wieg van de Nederlandse dans.

Hans van Manen noemt hem „de beste danser die Nederland had en dat is ook heel lang zo gebleven”. Alleen al het shot van Flier en Van Manen, twee sierlijke veteranen, is onvergetelijk. Belangrijke film, hij legt sprankelend Nederlands cultureel erfgoed open. Maar u zult hem niet zien, want de televisie wil er geen zendtijd aan besteden.

Onbegrijpelijk.

Hier moet een cultuurhistoricus ingrijpen. Hij kan de staf van de NTR meeslepen naar Best of Balanchine. En ze dan op hun verantwoordelijkheden wijzen.