Een maand is geen vier weken

Verschillende instanties hanteren verschillende termijnen voor het persoonsgebonden budget voor ouderen en gehandicapten. Waarom?

De gehandicapte krijgt maandelijks budget voor WMO-zorg maar betaalt zijn eigen bijdrage per vier weken. Foto: Sabine Joosten/Hollandse Hoogte

Alles is geregeld, zo lijkt het als de brief van de gemeente arriveert na het ‘keukentafelgesprek’. Boodschap aan de oudere of gehandicapte ontvanger: de gemeente heeft een besluit genomen, u heeft recht op zoveel euro persoonsgebonden budget per vier weken.

Per vier weken.

Dat laatste lijkt een detail, maar hulpbehoevenden die thuis blijven wonen in plaats van naar een verpleeghuis te gaan, blijken wel vaker alert te moeten zijn op de kleine letters in contracten voor zorg thuis. Bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB) rekenen ze namelijk in maanden, niet in vier weken.

De bedragen die de SVB in haar correspondentie noemt, verschillen daardoor van de bedragen die de gemeente noemt. De schuld voor dit verschil ligt een beetje bij de gemeente, een beetje bij de SVB, en een beetje bij het CAK, het instituut dat de eigen bijdrage in rekening brengt.

Het CAK rept in correspondentie met ouderen en gehandicapten steevast van „perioden” en „periodebijdragen”, en daarin wordt gerekend met vier weken. Dat is voor veel gemeentes reden om in hun correspondentie ook met die eenheden te werken.

Dat is meelevend, maar die keuze maakt voor de ouderen en gehandicapten weinig uit. Zij blijven hoe dan ook te maken hebben met instanties die met afwijkende periodes en dus afwijkende bedragen werken, want de SVB blijft in maanden boekhouden.

Het aanvragen van een persoonsgebonden budget (pgb) is al zo complex en bureaucratisch geworden, waarom kon de overheid er dan op zijn minst niet voor zorgen dat alle betrokken instanties hetzelfde tijdsbestek bedoelen als zij in hun brieven over ‘periodes’ schrijven?

5.000 telefoontjes per dag

Het CAK is een grote data verwerkende fabriek die ooit door de verzekeraars is opgericht, maar in 2012 genationaliseerd werd. Er komen 1,5 miljoen telefoontjes per jaar binnen, omgerekend 5.000 per dag. Het CAK verzorgt sinds 1968 alle betalingen aan verpleeghuizen.

En sinds de politiek besloot dat ouderen vanaf 1997 een eigen bijdrage kunnen betalen voor hun zorg, rekent het CAK die uit. Juist daar komen veel vragen over. Op de site van het CAK kunnen bezoekers hun eigen bijdrage uitrekenen, maar velen verdwalen in het rekenprogramma. De Nationale Ombudsman sprak vorige week van „onbegrijpelijke informatie”.

Dat het CAK in weken rekent, komt doordat de salarissystemen in de zorgsector in 1997 in die eenheden administreerden.

In totaal 4.500 zorginstellingen leveren informatie over de geleverde zorg per week aan het CAK. Vier uur ondersteuning per week is 16 uur per vier weken. Maar per maand? Dan zou je dat moeten omrekenen en kom je op 17,2 uit. Niet handig, meent het CAK.

Systemen ombouwen

Maar de Sociale Verzekeringsbank heeft juist weer een systeem dat alleen in maanden kan opereren. Dat is historisch zo gegroeid. Sinds 2015 is de SVB eindverantwoordelijk voor de uitkering van persoonsgebonden budgetten. In 2013 – bij de eerste voorbereiding van hervormingen in de thuiszorg en wijzigingen van de pgb’s – waarschuwde de SVB al dat zij bij de eventuele uitkering van pgb’s niet in staat zou zijn om haar systemen naar vier weken om te bouwen. Zomer 2014 spraken Nederlandse gemeentes tegenover het ministerie van Volksgezondheid hun zorgen uit over deze administratieve verschillen.

Gevolg is dat de gehandicapten en ouderen per maand budget ontvangen, maar per vier weken een eigen bijdragen moeten betalen.

De staatssecretaris heeft pas afgelopen najaar bij het CAK de wens geuit om niet meer dertien maal per jaar (13 keer vier weken) eigen bijdrages in rekening te brengen maar voortaan twaalf maal per jaar, ofwel maandelijks. De instelling doet dit tenslotte al in de langdurige zorg, waarom kan het dan ook niet bij de zorg thuis die onder de Wet Maatschappelijke Ondersteuning wordt geleverd?

Een woordvoerder van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport bevestigt dat er „een traject” is ingezet om over te stappen naar één maand. „Dat klinkt natuurlijk simpel, maar in de praktijk vergt dat nogal wat aanpassingen.” Bij bijna 400 gemeentes en 4.500 zorginstellingen.

Het CAK is nu sinds het najaar bezig met een „uitvoeringstoets”. Normaal duurt zo’n toets twaalf weken, maar omdat het hier gaat om „een onderzoek onder ketenpartners naar de haalbaarheid”, vergt dit onderzoek meer tijd. Veranderen van de systemen zelf zal - indien het überhaupt mogelijk is – nog langer duren.

Een woordvoerder van het ministerie van VWS: „Kort samengevat: het gaat gebeuren, er wordt aan gewerkt door iedereen die het betreft. Een precieze planning is er nog niet.”