Bij klachten na Lyme helpt geen pil

Mensen die lang na een Lyme-infectie klachten krijgen, worden niet beter als ze drie maanden antibiotica slikken.

Patiënten die ooit door een tekenbeet Lyme hebben gehad en die nu aan vermoeidheid, pijn of concentratiestoornissen lijden, knappen niet op van een lange, twaalf weken durende antibioticabehandeling. Het is aangetoond in een groot Nijmeegs onderzoek en op 31 maart gepubliceerd in The New England Journal of Medicine.

Het was een onderzoek naar de late klachten van de ziekte van Lyme. De ziekte van Lyme ontstaat door een infectie met de bacterie Borrelia burgdorferi. Die kan bij een tekenbeet het lichaam in komen. Bij 80 procent van de mensen die besmet zijn, verschijnt een uitdijende rode ring of vlek rond de beet. Zij krijgen een korte antibioticakuur. Naar schatting 10 procent van hen krijgt na maanden late klachten. Die kunnen heel divers zijn, zoals spierpijn, gewrichtspijn, zenuwpijn, vermoeidheid, concentratie- en geheugenstoornissen. Maar die verschijnselen kunnen ook door andere ziekten ontstaan.

Sommige artsen adviseren om die patiënten langdurig – twaalf weken of langer – met antibiotica te behandelen. Patiënten vragen er ook zelf om.

„Ja, ook hier in het gespecialiseerde Lyme-centrum in Nijmegen”, zegt Bart Jan Kullberg. Hij is hoogleraar infectieziekten aan het Radboudumc en leidde het onderzoek.

Kullberg: „Die mensen zijn vaak ernstig ziek – objectief meetbaar op vragenlijsten en bij tests. Zij vragen terecht of de klachten door nog aanwezige bacteriën komen. Er kan ook restschade zijn, of een nog aanwezige verstoring van het immuunsysteem na de Borrelia-infectie. Maar de klachten kunnen ook niks met hun doorgemaakte Lyme-ziekte te maken hebben.”

Wanneer er een nog aanwezige infectie wordt aangetoond, of als er bijvoorbeeld een duidelijke gewrichtsontsteking is, dan is iedereen het erover eens dat langdurige antibioticabehandeling wél werkt, zegt Kullberg. Maar voor de mensen met klachten na een doorgemaakte maar nu onvindbare Borrelia-infectie was de beste behandeling onbekend.

Dat is geen klein probleem. Tegen de 25.000 mensen komen jaarlijks met een Borrelia-besmetting bij hun huisarts, van wie zo’n 10 procent late klachten krijgt. Daar komen nog de mensen bij die klachten hebben en zich een tekenbeet herinneren, maar destijds niet behandeld zijn. Bij een minderheid van de mensen met late klachten is er nog steeds een duidelijke infectie. Kullberg: „Het gaat jaarlijks over minstens 2.000 mensen.”

Kullberg schetst drie mogelijkheden om de onbevredigende situatie voor die patiënten op te lossen: „Een arts kan zeggen: ik zie geen ziekte, dus die kan er ook niet zijn. Hij kan ook een proefbehandeling geven, zoals zo’n lange antibioticakuur, en daarna een andere. Of hij kan onderzoek opzetten om dingen te bevestigen of uit te sluiten. Dat laatste hebben wij gedaan.”

Onderzoek naar lange antibioticabehandeling was vaker gedaan, maar minder goed. Daardoor eindigde het Nijmeegse onderzoek met een toppublicatie in The New England Journal of Medicine. Na een eerste verbetering in de eerste drie maanden, zowel bij de placebo- als de antibioticaslikkers, gebeurde er niks in de daaropvolgende negen maanden.

Een lange antibioticabehandeling geeft dus alleen de bijwerkingen en die patiënten moeten iets anders.

Maar wat? Kullberg: „We weten het niet, maar staan overal voor open. Op het ogenblik doen we samen met het RIVM en het AMC Amsterdam een studie waaraan 2.000 mensen mee kunnen doen met een verse Borrelia-infectie. Die gaan we een jaar volgen om te kijken of ze late klachten krijgen. Ongeveer 200 mensen zullen die krijgen. We proberen te kijken of ze medisch, genetisch, psychologisch, sociaal, of in hun afweerreactie verschillen van de mensen die de late klachten niet krijgen. Als we iets vinden, gaan we daar een behandeling bij zoeken.”