Xi muilkorft steeds meer media

Foto AP

Het was natuurlijk een ongelijke strijd die de boekenuitgever Lee Po (65) nooit kon winnen van de Chinese staatsveiligheidsdienst, ook niet in het vrijere Hongkong. Na bijna drie maanden van onzekerheid over zijn verblijfplaats dook hij daags voor Pasen weer op om te vertellen dat hij stopt met het uitgeven van werken die de Communistische Partij van China (CPC) en partijleider en president Xi Jinping niet bevallen.

„Ja, ik stop er mee, ik wil het verleden vergeten en helemaal opnieuw beginnen; laat mij en mijn familie met rust”, smeekt de lange, tengere Lee bij de ingang van zijn appartement op Hongkong Island. Kort, en steeds gespannen grijnzend, vertelt de uitgever die jarenlang goed verdiend heeft aan scabreuze werkjes over corrupte en oversekste partijbazen, dat „alle problemen nu zijn opgelost”.

Geen woord over de aard van die problemen met de Chinese autoriteiten, geen woord over of hij nu wel of niet ontvoerd is en door wie hij is vastgehouden en onder druk is gezet om te stoppen. Hij zwijgt en dat doen de twee andere teruggekeerde stafleden van het gesloten uitgevershuis Mighty Current ook. Nog twee medewerkers van de in totaal vijf man tellende staf van dit boekenbedrijf zijn overigens nog steeds spoorloos.

Stranger than fiction”, noemde maandag de South China Morning Post Lee Po’s relaas in een commentaar en merkte op dat het „opnieuw een duidelijk signaal is dat de Hongkongse vrijheden op het gebied van pers en meningsuiting onder druk staan”. Dat is nog mild uitgedrukt in de saga van ‘de vijf verdwenen boekverkopers van Hongkong’.

De details van hun verdwijning en herrijzenis (van drie van hen) blijven schimmig. Maar een feit is dat de Chinese staatsveiligheid erin geslaagd is een onafhankelijke, eigenzinnige uitgeverij stil te leggen. Voor Chinese toeristen wordt het steeds lastiger in Hongkong boeken en tijdschriften te kopen die op het vasteland verboden zijn, want de meeste boekhandels op het vliegveld en bij de veerboten worden vanaf april gesloten.

Niet alleen Lee Po voerde een ongelijke strijd tegen het reusachtige Chinese veiligheidsapparaat, dat grensoverschrijdend te werk gaat. In de afgelopen weken zijn ook op het vasteland weer journalisten van staatsmedia, en de CPC welgezinde bloggers met miljoenen volgers en werknemers van een overheidswebsite opgepakt. Deze website, Wujie, publiceerde onlangs een open brief van bezorgde en loyale CPC-leden waarin president Xi Jinping werd opgeroepen af te treden omdat hij, net als Mao Zedong, een „persoonlijkheidscultus” aan het opbouwen is. Naast de aanhouding van de 20 Wujie-medewerkers zijn ook enkele van hun familieleden in de Verenigde Staten bedreigd.

„Het lijkt erop alsof president Xi Jinping alle kritiek en ook die scabreuze boekjes over zijn eigen liefdesleven héél, héél erg persoonlijk neemt. Alles wijst erop op dat hij zich persoonlijk voelt aangevallen door de kritiek”, denkt David Bandurski (36), mediaspecialist van de Universiteit van Hongkong. De Mandarijn en Kantonees sprekende Bandurski leidt het China Media Project en werkte jarenlang voor het Chinese weekblad Nanfang Zhoumo in Guangzhou.

„Natuurlijk, sinds de Tiananmen-demonstraties in 1989 worden de media steeds strenger gecontroleerd. Dat ging in golven, maar er bleef ondanks de strenge controles altijd wel een grijs gebied over voor journalisten en schrijvers om interessante dingen te doen. In autoritaire landen gedijen media het best in chaotische regelgeving die voor grijze gebieden zorgt. Nieuw is dat nu deze ruimte met beperkte vrijheden en mogelijkheden aan het het verdwijnen is, het publieke domein weer kleiner wordt”, legt Bandurski uit.

Sinds Xi Jinping aan de macht is, is er sprake van een uitstroom aan ervaren journalisten die er, net als doorgewinterde uitgevers, mee stoppen; jongeren gaan liever naar goed betaalde pr-banen of beginnen eigen bedrijven.

Ook nieuw is dat de overheid over steeds effectievere technische middelen beschikt om de nieuwe media te controleren en strak te houden. Het idee dat het internet zou leiden tot politieke hervormingen is nog lang geen realiteit, integendeel. Zelfs de speciale software om over de Chinese Digitale Muur heen te springen, werkt nauwelijks meer. Dat alles is het resultaat van nauwe samenwerking van de staat met de Chinese en internationale sofware-producenten. Dinsdag kondigden de autoriteiten nieuwe stappen aan om buitenlandse websites weg te houden uit China.

De vrijheid op Weibo, het Chinese twitter-systeem, is na enkele jaren van bloei en openheid ook al sterk ingeperkt. „Bloggers en twitteraars op Weibo konden van 2011 tot 2015 de publieke agenda bepalen en deden dat ook naar hartelust. De autoriteiten hebben inmiddels alle spraakmakende bloggers, de zogeheten ‘Grote VIP’s’ tot zwijgen gebracht, Weibo is niet meer relevant voor de publieke discussie en dat was ook de bedoeling’’, stelt Bandurski vast. WeChat, het Chinese WhatsApp, is vergeleken met Weibo een gesloten, en ongevaarlijk systeem en WhatsApp gebruiken Chinezen nauwelijks wegens gebrek aan functies.

„Nieuw is ook”, zegt Bandurski, „dat de autoriteiten er geen geheim meer van maken dat zij de oude en nieuwe media streng onder controle willen houden. China eist ook in cyberspace soevereiniteit op. Dat gebeurt openlijk en onbeschaamd. China wil aantonen dat er niet zoiets bestaat als internetvrijheid”.

Vorige maand bezocht Xi Jinping het Volksdagblad, het staatspersbureau Xinhua en de nationale omroep CCTV, de drie belangrijkste ‘rode megafoons’. Hij maakte duidelijk dat iedereen in de media van de partij moet houden en „absoluut loyaal” moet zijn. Alle media - digitaal of op papier, staatseigendom of commercieel - moeten zich concentreren op „positief nieuws en de juiste richting”. Wat positief nieuws is wordt bepaald door de partij, zei hij en voegde daaraan toe: ,,Alle media hebben dezelfde achternaam: de Partij’’. In deze context moet de oekaze aan de Chinese zakenpers worden gezien om alleen maar positief te schrijven over de afzwakking van de economie en niet over de grote problemen.

„Dat heet niet censureren, maar gidsen, sturen, begeleiden en omleiden van de publieke opinie”, lacht Bandurski. „En daar worden de betrokken staatsdiensten steeds beter in”. Sinds Xi’s aantreden is duidelijk dat de partij intellectuelen en de media geen millimeter ruimte gunt om de publieke agenda te bepalen, ook niet in Hongkong.

Over de vraag of China onder Xi afstevent op een nieuwe Culturele Revolutie naar het voorbeeld van Mao Zedong vijftig jaar geleden is onder China-volgers een debat losgebarsten. „Ik geloof niet dat we aan de vooravond staan van een nieuwe Culturele Revolutie, want daar is China in de afgelopen dertig jaar te veel voor veranderd. Een ideologische ommezwaai naar uiterst links is onmogelijk, maar er is wel heel veel onrust over de afzwakkende economie en de massaontslagen”, denkt Bandurski, die vanwege de gevoeligheid van zijn werk en zijn boeken, voorlopig niet naar het vasteland reist.

En hij is niet de enige. Velen in de Chinese en Hongkongse journalistiek en op universiteiten passen op wat zij zeggen in het openbaar, twitteren en e-mailen. Ook de Nederlandse historicus van de Universiteit van Hongkong, Frank Dikötter (55), die veel en kritisch publiceert over de gevoeligste periodes in de geschiedenis van de Volksrepubliek, mijdt het vasteland. „De analogie met de Culturele Revolutie klopt niet, want dat was een periode van door Mao Zedong uitgelokte chaos in de partij. Xi doet het tegenovergestelde; hij trekt de teugels in de partij heel strak aan en pakt andersdenkende intellectuelen, advocaten en journalisten hard aan. Dat is uit het klassieke boekje van Stalin en Lenin. Iedere dictator die aan de macht wil blijven bedrijft dit soort strakke eenpartij-staat-politiek”, aldus Dikötter.