Wat zijn de belangrijkste argumenten van de voorstanders?

Fotograaf Jurgen Huiskes zocht jonge Oekraïeners op, fotografeerde ze en vroeg ze naar hun land, hun dromen en wat ze van het aankomende referendum weten.

Wat is er waar van deze argumenten?

Bewering 1

Het associatieverdrag is goed voor Nederland, omdat het de handel met Oekraïne bevordert, terwijl het Nederland geen cent extra kost.

Het is inderdaad waarschijnlijk dat het associatieverdrag de handel met Oekraïne bevordert, al zullen de economische voordelen daarvan voor Nederland aanvankelijk beperkt zijn. Dat komt doordat de economie van Oekraïne momenteel kleiner is dan die van Noord-Holland. Dat neemt niet weg dat het land met ruim 45 miljoen inwoners op de langere termijn, als het welvarender is, een interessante afzetmarkt voor Nederlandse producten zou kunnen worden, zo laat ABN Amro weten (zie bewering 4 van de tegenstanders). En voor onderbouwing van de bewering dat het het verdrag Nederland geen cent extra kost: zie bewering 1 van de tegenstanders.

Bewering 2

Het associatieverdrag is goed voor Oekraïne, omdat het zorgt voor hervormingen en tegelijk de handel met de EU bevordert.

Of het associatieverdrag Oekraïne daadwerkelijk zal hervormen en helpt bij de bestrijding van corruptie is aan het land zelf. Het is lang niet altijd zo dat afspraken die in associatieverdragen worden gemaakt ook worden nagekomen. Vertegenwoordigers van het IMF en de Wereldbank melden wel dat er de voorbije jaren al veel is gebeurd in het land. Onlangs trad een hervormingsgezinde minister juist af omdat hij te veel tegenwerking zei te ervaren. Ondertussen is deze minister, Aivaras Abromavicius van Economische Ontwikkeling, weer lid van de regering.

Dat het verdrag de handel van Oekraïne met de EU zal bevorderen valt door het wegnemen van handelsbarrières en importtarieven wel te verwachten. Of de Oekraïense economie uiteindelijk baat zal hebben bij het associatieverdrag moet worden afgewacht. In theorie krijgen de Oekraïeners door het verdrag eenvoudiger toegang tot een EU-markt met meer dan 500 miljoen consumenten. De kansen zijn dus groot.

Sinds Oost-Europese landen als Hongarije, Polen, Roemenië en Slowakije rond 1995 vrijhandelsverdragen met de EU sloten is hun economie fors gegroeid.

Bewering 3

Een stem tegen het associatieverdrag is een stem voor Poetin.

Het is waar dat Poetin fel gekant is tegen het associatieverdrag. Hij heeft er alles aan gedaan om te voorkomen dat de vorige Oekraïense president Janoekovitsj het verdrag zou tekenen, omdat het land daarmee uit de Russische invloedssfeer dreigde te verdwijnen. Een welvarend Oekraïne, met nauwe banden met de EU, zou ook in Rusland tot een roep om hervormingen en toenadering tot het Westen kunnen leiden. Mocht het associatieverdrag alsnog van tafel gaan, dan zou dat Poetin zeker goed uitkomen. Het zou Oekraïne verzwakt en verweesd achterlaten, waardoor Rusland zich geen zorgen meer zou hoeven te maken om een alternatief westers maatschappijmodel aan zijn grenzen.

Dit alles wil natuurlijk niet zeggen dat mensen die tegen het associatieverdrag zijn automatisch ook met Poetin sympathiseren.

In de brochure van het gezamenlijke referenduminitiatief GeenPeil staat wel expliciet dat Oekraïne tot de Russische invloedssfeer behoort. Iets wat de democratisch gekozen en pro-Europese regering van het land natuurlijk ten felste bestrijdt.

Bewering 4

Het is belangrijk voor ons dat in Kiev een bewind de lakens uitdeelt dat ons gunstig is gezind en niet Rusland.

Oekraïne en Europa moeten een hechte band krijgen Aleksej (30)

Van dit argument is lastig te beoordelen wat het waarheidsgehalte is. In het verleden was er in Kiev meestal een pro-Russische regering, maar er zullen weinig Nederlanders zeggen dat ze daar last van hebben gehad. Mensen die dit argument gebruiken wijzen er soms op dat je het huidige Rusland beter drie grenzen verderop (Duitsland, Polen en Oekraïne) dan twee grenzen (Duitsland en Polen) kan hebben liggen. Of Rusland werkelijk een bedreiging vormt voor NAVO-landen in de regio, zoals Polen en de Baltische staten, is de vraag. Feit is dat die dreiging daar wel wordt gevoeld. In die zin zou een Rusland met Oekraïne in zijn invloedssfeer een sterker Rusland zijn en mogelijk ook een grotere bedreiging voor deze NAVO-landen vormen, en daarmee indirect ook voor NAVO-bondgenoot Nederland. Anderzijds kan een Oekraïne dat nauwer bij de EU betrokken raakt leiden tot verdere radicalisering in het Kremlin, terwijl de Russen zich nu al zo bedreigd zeggen te voelen door de NAVO. Dat zou dus uiteindelijk ook tot meer onveiligheid voor Nederland kunnen leiden.

Bewering 5

Het associatieverdrag met Oekraïne zorgt voor stabiliteit aan de buitengrenzen van de EU en zorgt zo ook voor meer veiligheid voor Nederland.

De gedachte hierachter is dat Oekraïne door het perspectief dat het verdrag biedt, verenigd blijft in zijn pro-Europese koers, de welvaart geleidelijk aan toeneemt, en radicale groepen de wind uit de zeilen wordt genomen. Zonder associatieverdrag vervalt het land wellicht in chaos, wat tot nieuw geweld zou kunnen leiden, waar ook andere landen bij betrokken kunnen raken. Dat zou ook kunnen leiden tot vluchtelingenstromen die wellicht ook Nederland bereiken.

Anderzijds valt nu nog niet te voorspellen in hoeverre Rusland agressief zal reageren als Oekraïne succesvol wordt in zijn pro-Europese koers en een uithangbord voor het Westen wordt.

Bewering 6

Het associatieverdrag verbetert de mensenrechten in Oekraïne.

Dat is wel een van de doelstellingen van het verdrag. Zo heeft Oekraïne onlangs wetgeving aangenomen die discriminatie op basis van seksuele oriëntatie moet tegengaan. In de praktijk ging het vooral om gelijke rechten op de arbeidsmarkt voor homo’s en lesbiennes. Dat is een voorwaarde voor toekomstig visumvrij reizen voor kort verblijf naar de EU waarover ook in het associatieverdrag wordt gesproken. Of dit in de praktijk echt tot gelijke rechten gaat leiden is nog de vraag. Oekraïne is een conservatief land waar tolerantie ten opzichte van homo’s en lesbiennes gevoelig ligt.

Bewering 7

Dit referendum is een ruim 40 miljoen euro kostend rancunereferendum.

Het referenduminitiatief GeenPeil verlangde inderdaad dat de regering ruim 40 miljoen euro voor het referendum zou uittrekken. Dat zijn ook de kosten die worden gemaakt bij Tweede Kamerverkiezingen. Aanvankelijk stelde het kabinet 20 miljoen beschikbaar, waarop diverse gemeenten aankondigden minder stembureaus te openen dan bij Tweede Kamerverkiezingen. Dat leidde ook tot protest van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Uiteindelijk kwam het kabinet met 30 miljoen over de brug. Uit een rondgang door de NOS bleek half februari dat er bij het referendum waarschijnlijk zo’n 10 procent minder stembureaus open zullen zijn dan bij de Statenverkiezingen in 2015.

Oud-VVD-Tweede Kamerlid Arend Jan Boekestijn en buitenlandspecialist Rob de Wijk betitelden GeenPeil als ‘rancunereferendum’. Ze stellen dat het de initiatiefnemers niet zozeer om het associatieverdrag gaat, als wel om mensen die het kabinet-Rutte en de EU slecht zijn gezind de kans te geven om eens lekker ‘nee’ te zeggen. Vanzelfsprekend wordt dat door de initiatiefnemers ontkend. Maar ze zeggen tegelijkertijd dat het referendum ook is bedoeld om mensen de kans te geven zich uit te spreken over het bredere EU-beleid.

Thierry Baudet ging op zondag 6 maart bij Buitenhof een stuk verder. Hij zei te hopen dat een eventueel Nederlands ‘nee’ bij het referendum op 6 april een eerste stap is op weg naar de val van de Europese Unie.

Bewering 8

Nederlands exporteurs en transporteurs zijn voor het associatieverdrag met Oekraïne.

Ook deze opmerking komt van Arend Jan Boekestijn en Rob de Wijk. In het algemeen valt dit niet zo te stellen. De Nepluvi, brancheorganisatie voor pluimveeslachters, is bijvoorbeeld tegen het verdrag. De pluimveeslachters vrezen oneerlijke concurrentie door lagere normen voor dierenwelzijn in Oekraïne. En er zullen genoeg exporteurs en transporteurs te vinden zijn die vinden dat de EU Oekraïne aan zijn lot moet overlaten en zo snel mogelijk de banden met Rusland moet herstellen. Daar valt voorlopig meer te verdienen dan in Oekraïne.

Het is wel zo dat de overkoepelende werkgeversorganisatie VNO-NCW voorstander is. Enerzijds simpelweg omdat het verdrag tot meer handel kan leiden, anderzijds ook omdat de werkgevers vinden dat „een vriendschapsverdrag met een zelfstandige natie” niet moet „afhangen van het humeur van de dienstdoende heerser van het buurland”, aldus een artikel op de website van VNO-NCW. „Dat zou betekenen dat de EU (en daarmee Nederland) onder curatele komt te staan van – in dit geval – Rusland”, aldus de werkgeversorganisatie.