Wat Rivette leerde van Balzac: een boek verfilmen doe je zo

Hij behoorde tot de oorspronkelijke ‘Bende van Vier’ van de nouvelle vague met met Jean-Luc Godard, Francois Truffaut en Eric Rohmer. Maar van die vier bleef Jacques Rivette, die eerder dit jaar overleed, altijd de minst bekende. Toch krijgt hij in het jongste nummer van het filmtijdschrift Cahiers du Cinéma een fraai, veelomvattend afscheidsnummer – de cinefiele equivalent van een staatsbegrafenis.

Rivettes paradoxale status – verzekerd van zijn plaats in de filmhistorie, toch een relatieve onbekende – heeft veel te maken met de uitzonderlijke lengte van zijn films, die daardoor vaak lastig uit te brengen waren in de bioscoop. Rivette was gefascineerd door experimenten met duur en lengte. Het onlangs gerestaureerde Out 1. Noli mi tangere (1971) – een grotendeel geïmproviseerde film over twee theatergroepen die een Griekse tragedie op de planken brengen – was door de onhanteerbare lengte van bijna 13 uur decennialang nauwelijks te zien.

Cahiers du Cinéma koos een inventieve manier om de meester te eren, die zijn filmloopbaan begon als een van de meest uitgesproken critici van het blad. Aan het woord komen de actrices die een hoofdrol speelden in zijn werk: Bulle Ogier die met hem werkte in onder meer L’amour fou (1969), Sandrine Bonnaire in Jeanne la Pucelle (1994), en Jane Birkin, de actrice met wie Rivette samenwerkte van L’Amour par terre (1984) tot 36 vues du Pic Saint Loup (2009). Rivette gaf zijn acteurs uitzonderlijke vrijheid. Hij geloofde in ‘l’acteur createur’ (‘de scheppende acteur’) en was in dat opzicht de tegenpool van Hitchcock (‘Acteurs zijn vee’.)

Om die verhouding tussen regisseur en acteur draait impliciet ook zijn meesterwerk, La Belle Noiseuse (1991). Emmanuele Béart speelt het naaktmodel van schilder Michel Piccoli in een film die gedetailleerd de wording van een schilderij in beeld brengt. De film is gebaseerd op het korte verhaal Het onbekende meesterwerk van Balzac, dat gaat over de onmogelijke droom van een schilder om het ultieme meesterwerk te scheppen. Balzac was een leven lang een inspiratiebron van Rivette. Toch beschouwde hij diens werk als ‘onverfilmbaar’. De filmmaker die de romanschrijver nauwgezet volgt, is niet meer dan een illustrator. Rivette gebruikte Balzac louter als een rijke bron van ideeën, die hij naar zijn hand kon zetten. Dat is een les die veel filmmakers die een boek onder handen nemen nog steeds moeten leren.