Waarom VS belden? ‘Ik heb geen idee’

Kamerdebat Van der Steur maakte een fout: niet de FBI, maar de New Yorkse politie tipte Nederland over aanslagplegers.

Jesse Klaver (GroenLinks), Alexander Pechtold (D66), Geert Wilders (PVV) en Sybrand Buma (CDA) tijdens het debat over de aanslagen in Brussel. Foto ANP / Martijn Beekman

Minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD) moet de Tweede Kamer volgende week opnieuw uitleg geven over de Brusselse aanslagplegers Ibrahim en Khalid el-Bakraoui. De oppositie is ontevreden over de antwoorden die de minister gaf over Ibrahim, die door Turkije vorig jaar als vermoedelijke jihadist werd uitgezet naar Nederland.

De Tweede Kamer wil vooral opheldering over het nieuws dat de Nederlandse politie op de woensdag vóór de aanslagen in Brussel een tip van de FBI kreeg over de broers El-Bakraoui. Amerika wees Nederland erop dat zij in België gezocht worden. Precies hierover bleek vanmorgen dat Van der Steur ook nog eens een fout heeft gemaakt bij zijn informatievoorziening aan de Tweede Kamer: het was niet de FBI, maar de inlichtingeneenheid van de politie in New York die Nederland tipte.

De irritatie van de oppositie begon toen Nederland en België elkaar dinsdag tegenspraken. De tip van de Amerikanen was aan bod gekomen in een overleg tussen de Nederlandse en Belgische politie, zei Van der Steur. De Belgische federale politie ontkende dat. Dus hoe zit het nou, vroeg de oppositie zich af. „Gehakketak”, concludeerde D66-leider Alexander Pechtold.

Van der Steur kreeg het moeilijk toen hij niet kon uitleggen waarom de VS het nodig vonden om Nederland te informeren over de broers El-Bakraoui.

Wist Van der Steur eigenlijk wel waar Ibrahim was toen die tip binnenkwam, vroeg Wilders. „Die man kon nog steeds in Nederland zijn.” Van der Steur kon alleen zeggen dat hij niet in Nederland was „aangetroffen”.

„Dit antwoord rammelt echt aan alle kanten”, vond Pechtold. „Waarom denkt u dat de FBI Nederland belt?” Het antwoord van de minister: „Ik heb geen idee.” En waarom heeft Nederland dat dan niet aan de FBI – wat vanmorgen dus de New Yorkse politie bleek te zijn – gevraagd? Van der Steur: „Omdat die vraag niet gesteld is.”

‘Niet uit op positie minister’

De fractieleiders benaderden het debat aanvankelijk als inhoudelijke kwestie, waar de minister ‘gewoon’ uitleg over moest komen geven. Maar Van der Steur bracht zichzelf met onduidelijke antwoorden alsnog in een kwetsbare positie. De oppositie bleef vragen op hem afvuren.

De Tweede Kamer is „niet uit op de positie van de minister”, zei CDA-leider Sybrand van Haersma Buma na afloop van het debat. „De Tweede Kamer wil gewoon alle informatie hebben.”

Uitzetting naar Nederland mocht

Premier Rutte zei dinsdag dat de Belg El-Bakraoui vorige zomer er zelf voor kon kiezen om uitgezet te worden naar Nederland omdat het een Schengenland is. Maar Turkije mocht de reden van uitzetting alleen aan België melden, omdat het om een Belgische burger ging. Daardoor landde de vermoedelijke Syriëganger vorig jaar ongemerkt op Schiphol.

Het kabinet wil dat Turkije voortaan standaard „rechtstreeks contact” met Nederland opneemt over een uitzetting en ook dat „eerder en beter” context bij zo’n uitzetting wordt gegeven. Van der Steur wil hier ook in Europees verband afspraken over maken. Verder zei de minister voortaan standaard de Amerikaanse ‘watchlist’ van terroristen te zullen raadplegen in het geval van vermeende Syriëgangers. El-Bakraoui stond sinds september op een terroristenlijst van de FBI.

De fractieleiders hamerden erop dat de samenwerking tussen de geheime diensten in Europa beter moet. „De samenwerking moet dwingender worden opgelegd”, zei PvdA-leider Diederik Samsom. „Anders komt er niks van terecht.” Met concrete voorstellen kwamen de fractievoorzitters niet.

Syriëgangers langer opsluiten

De PvdA en de ChristenUnie kwamen met het idee om teruggekeerde Syriëgangers langer vast te kunnen houden in afwachting van hun proces. Een meerderheid van de Tweede Kamer bleek daarvoor. De Kamer wil dat het Openbaar Ministerie bij terroristische misdrijven minder bewijs nodig heeft om iemand in voorarrest te houden dan bij andere misdrijven. Zo’n ‘lichtere toets’ voor terrorisme is er nu al bij de eerste veertien dagen van het voorarrest.