Van der Steur: informatie over broers kwam niet van FBI

Foto ANP / Martijn Beekman

Niet de FBI, maar de inlichtingeneenheid van de New York Police Department heeft Nederland op 16 maart dit jaar geïnformeerd over de twee Brusselse aanslagplegers Ibrahim el-Bakraoui en zijn broer Khalid. Dat schrijft minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD) woensdag in een brief aan de Tweede Kamer.

Van der Steur geeft in zijn brief toe dat hij een fout heeft gemaakt in zijn informatievoorziening aan de Tweede Kamer. Hij beweerde dinsdag dat de FBI Nederland had gemeld dat beide broers “werden gezocht door de Belgische autoriteiten”. Ibrahim El Bakraoui werd gezocht vanwege “zijn criminele antecedenten”. Zijn broer Khalid vanwege “terrorisme, extremisme en ronselen”.

Tijdens het Kamerdebat dinsdagavond vroeg de Kamer Van der Steur om na te gaan waarom de FBI Nederland eigenlijk tipte over de broers. Van der Steur moest het antwoord schuldig blijven, maar zette de vraag uit bij de politie en constateert nu “dat er ten aanzien van de afzender van de informatie een fout is gemaakt”:

De Nederlandse liaison op de ambassade in Washington heeft het bericht ontvangen van een andere grote Amerikaanse opsporingsinstantie, namelijk de Intelligence Division van de New York Police Department (NYPD). De liaison heeft deze informatie zoals te doen gebruikelijk zonder vermelding van de herkomst doorgestuurd aan de Nationale Politie. Vervolgens is in Nederland aangenomen dat de informatie afkomstig zou zijn van de FBI.

PVV-leider Wilders sprak in reactie op het laatste nieuws op Twitter over “geklungel”:

Twitter avatar geertwilderspvv Geert Wilders Wat een geklungel weer. https://t.co/FOj2kMPjC8

D66-leider Pechtold liet weten dat Nederland in “deze onzekere tijden met gruwelijke aanslagen” op betrouwbare informatie van de overheid rekenen. “Het is pijnlijk en verontrustend dat we daarin keer op keer teleurgesteld worden.” Fractieleider Jesse Klaver van GroenLinks spreekt van “een pijnlijke fout” van Van der Steur:

“Het is ook pijnlijk dat we blijkbaar Belgische informatie over een terrorist die mogelijk in ons land verblijft moeten krijgen via de politie van New York.”

Van der Steur zei woensdagochtend tegen persbureau ANP dat hij politieke gevolgen niet uitsluit omdat hij de Tweede Kamer verkeerd heeft ingelicht over Amerikaanse terreurinformatie. “Dat kan altijd wel, maar dat is niet aan mij”, zei hij nadat hij de Kamer over de vergissing had geïnformeerd. Hij wilde verder niet op de kwestie ingaan.

‘Antwoord rammelt aan alle kanten’

De oppositie in de Tweede Kamer was in het Kamerdebat dinsdagavond ontevreden over de antwoorden die de minister gaf over Ibrahim, die door Turkije vorig jaar als vermoedelijke jihadist werd uitgezet naar Nederland. Amerika wees Nederland erop dat zij in België gezocht worden. De irritatie van de oppositie begon toen Nederland en België elkaar dinsdag tegenspraken. De tip van de Amerikanen was aan bod gekomen in een overleg tussen de Nederlandse en Belgische politie, zei Van der Steur. De Belgische federale politie ontkende dat. Dus hoe zit het nou, vroeg de oppositie zich af.

Van der Steur kreeg het moeilijk toen hij niet kon uitleggen waarom de VS het nodig vonden om Nederland te informeren over de broers El-Bakraoui. Wist Van der Steur eigenlijk wel waar Ibrahim was toen die tip binnenkwam, vroeg Wilders. „Die man kon nog steeds in Nederland zijn.” Van der Steur kon alleen zeggen dat hij niet in Nederland was „aangetroffen”. „Dit antwoord rammelt echt aan alle kanten”, vond Pechtold. „Waarom denkt u dat de FBI Nederland belt?” Het antwoord van de minister: „Ik heb geen idee waarom de FBI een e-mail heeft gestuurd aan Nederland.” En waarom heeft Nederland dat dan niet aan de FBI – wat vanmorgen dus de New Yorkse politie bleek te zijn – gevraagd? Van der Steur: „Omdat die vraag niet gesteld is.”

‘Niet uit op positie minister’

De fractieleiders benaderden het debat aanvankelijk als inhoudelijke kwestie, waar de minister ‘gewoon’ uitleg over moest komen geven. Maar Van der Steur bracht zichzelf met onduidelijke antwoorden alsnog in een kwetsbare positie. De oppositie bleef vragen op hem afvuren.

De Tweede Kamer is „niet uit op de positie van de minister”, zei CDA-leider Sybrand van Haersma Buma na afloop van het debat. „De Tweede Kamer wil gewoon alle informatie hebben.”