‘Schandalige opsluiting’ van journalist in Den Haag

De Franse journaliste Florence Hartmann, die sinds donderdag vastzit in Den Haag, kwam dinsdag vervroegd vrij wegens „goed gedrag”. Haar voormalige baas noemt haar arrestatie „onacceptabel” en „ridicuul”.

Florence Hartmann wordt aangehouden buiten het Joegoslaviëtribunaal in Den Haag. Foto ANP/Robin van Lonkhuijsen

Als verslaggever van Le Monde tijdens de oorlogen in voormalig Joegoslavië publiceerde de Franse journaliste Florence Hartmann (53) in de jaren negentig als eerste over de massamoord in een ziekenhuis bij Vukovar in Kroatië. Haar steeds activistischer strijd om oorlogsmisdadigers berecht te krijgen, zette ze tussen 2000 en 2006 voort als woordvoerster en adviseur van hoofdaanklager van het Joegoslavië-tribunaal Carla del Ponte. En afgelopen donderdag vierde ze in Den Haag buiten het hof met nabestaanden de veroordeling tot veertig jaar cel van de Bosnisch-Servische leider Radovan Karadzic. Die avond nog zat ze in dezelfde Scheveningse gevangenis als hij.

Dinsdag werd Hartmann na ruim vier dagen cel weer vrijgelaten. Maar over haar hardhandige arrestatie door bewakingspersoneel van het VN-hof met hulp van Nederlandse agenten raken haar Franse collega's niet uitgesproken. Dat ze werd vastgezet voor een veroordeling uit 2008 wegens ‘minachting van het hof’ is „absurd”, meent een steuncomité dat vorige week al haar vrijlating eiste. De hoofdredacteur van Le Monde (waar ze niet meer voor werkt) sprak van een „schandalige opsluiting” en zelfs haar voormalige baas Del Ponte noemde de kwestie „onacceptabel” en „ridicuul”.

Hartmann stond in 2008 terecht omdat ze vertrouwelijke informatie uit haar tijd als woordvoerder naar buiten zou hebben gebracht. In haar boek Paix et châtiment (Vrede en straf) uit 2007 onthulde ze dat de rechters in de zaak tegen de Servische leider Slobodan Milosevic in 2005 welbewust notulen van de Servische defensiestaf geheim hadden laten verklaren. Dat was op verzoek van Servië en Montenegro die vreesden voor hun „nationale veiligheid”, maar waarschijnlijk zo wisten te voorkomen dat ze via een procedure bij het Internationaal Strafhof later miljarden aan smartengeld aan nabestaanden zouden moeten betalen.

De documenten zouden de militaire commandostructuur van Servië beter in kaart hebben gebracht, schrijft Hartmann. De Bosnisch-Servische legerleider Ratko Mladic – die ze tijdens haar opsluiting in Scheveningen volgens haar advocaat op de luchtplaats zag lopen – zou volgens de documenten niet alleen materieel maar ook orders uit de Servische hoofdstad Belgrado hebben ontvangen: belangrijk bewijs in de Srebrenica-zaak.

Hartmann werd veroordeeld tot een boete van 7.000 euro, die ze weigerde te betalen. Toen het geld niet binnen de gestelde termijn binnen was, zette het hof de boete in 2011 om in een gevangenisstraf van zeven dagen. Maar Frankrijk heeft altijd geweigerd haar aan te houden omdat met het tribunaal alleen een overeenkomst bestaat verdachten van zware misdrijven uit te leveren.

Vergeefs had haar advocaat in het Paasweekeinde geprobeerd contact met het hof te krijgen. Hij zei in de Britse krant The Observer dat Hartmann in een isolatiecel zat, maar volgens een woordvoerder van het hof was dat niet waar. Dinsdag kwam ze alsnog vervroegd vrij wegens „goed gedrag” en omdat ze „tweederde van haar straf” heeft uitgezeten. Die regel van het tribunaal geldt kennelijk niet alleen voor oorlogsmisdadigers, maar ook voor veroordeelde oud-medewerkers.

    • Peter Vermaas