Papa Noël stuurde zeker achttien jongeren naar Syrië

Aanslagen Brussel En een aantal van hen zijn inmiddels wereldberoemd. Nu radicaliseren jongeren op eigen houtje, zonder ronselaar.

Foto Reuters

Zijn aanhangers noemden hem Papa Noël, de kerstman, omdat hij zo gul was. Vooral dan voor jongeren die naar Syrië wilden vertrekken maar daar niet de middelen voor hadden.

Khalid Zerkani, een 42-jarige Brusselaar van Marokkaanse komaf, heeft zelf nooit een voet gezet in Syrië. Maar zeker achttien jongeren die onder zijn invloed stonden, hebben dat wel gedaan. En een aantal van hen zijn inmiddels wereldberoemd: Abdelhamid Abaaoud, de organisator van de aanslagen van Parijs; Chakib Akrouh, lid van het ‘terrassencommando’ in Parijs die zichzelf opblies tijdens de politie-inval in Saint-Denis; en Najim Laachraoui, de bommenmaker van Parijs en een van de kamikazes van Zaventem.

Zerkani voert ook naar Reda Kriket, de man die vorige week in Frankrijk werd gearresteerd toen hij op het punt stond om een nieuwe aanslag te plegen. En Kriket voert naar Rotterdam, waar deze week op verzoek van de Franse politie een handlanger werd opgepakt.

Er is de afgelopen week veel gezegd over het falen van de Belgische politie en justitie. Maar de veelheid aan processen waarin de namen van de daders van Parijs en Brussel opduiken suggereert eigenlijk het tegendeel. Zerkani werd vorig jaar tot twaalf jaar cel veroordeeld in het kader van een megaproces rond ronselnetwerken in Brussel. Ook Abaaoud, Akrouh en Kriket kregen celstraffen. (Dit proces wordt momenteel in beroep behandeld.)

Laachraoui’s naam duikt op in een tweede proces rond Zerkani, waar het vonnis in mei wordt verwacht. Veel namen duiken ook op in het proces rond Jean-Louis Denis, een Belgische bekeerling die in Brussel voor de strijd in Syrië ronselde, en die in januari tot tien jaar celstraf werd veroordeeld.

Maar op het moment dat die processen plaatsvonden, waren veel verdachten afwezig. Dood, in Syrië, of ze waren op de vlucht, aanslagen aan het voorbereiden.

„Het is niet eerlijk om te zeggen dat de Belgische autoriteiten weggekeken hebben. Op het parket is men al jaren met niets anders bezig”, zegt Sebastien Courtoy, een Brusselse advocaat die al lang terreurverdachten verdedigt en bij de meeste processen betrokken was. „Men kan wel zeggen dat men hen laten lopen heeft.”

Standbeelden voor Syriëgangers

Om dat te begrijpen moet men terug naar het begin. De zaak tegen Zerkani wordt geopend in april 2012. Maar de man wordt pas gearresteerd eind 2014.

In 2012 bestaat de Islamitische Staat (IS) nog niet. En er is begrip voor Syriëgangers. Ze worden vergeleken met de internationale brigades tijdens de Spaanse burgeroorlog. Het ten val brengen van de Syrische president Assad is officieel beleid in Europa en de Verenigde Staten.

De Belgische minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders zegt dat er binnen enkele jaren standbeelden voor hen zullen opgericht worden. Al waarschuwt hij ook al dat we ons zullen moeten beschermen tegen zij die geradicaliseerd terugkeren.

„Ik heb één verdachte gekend die zeven keer zonder problemen op en neer is gereisd tussen België en Syrië. Wanneer in 2014 de processen beginnen, voelen Syriëgangers zich verraden”, zegt Courtoy.

Khalid Zerkani opereerde in de Maritieme Wijk in Molenbeek. Het is een buurt waar de meeste Brusselaars één keer per jaar komen wanneer het zomerfestival Couleur Café plaatsvindt in het oude goederenstation Thurn en Taxis.

De wijk stond lang bekend om zijn coffeeshops: illegale drugshuizen die schuil gingen achter culturele verenigingen. Twee Marokkaanse families uit de Rif controleerden de drugshandel. Er was geen gebrek aan jongeren die opgeofferd konden worden. Als zo’n coffeeshop werd opgerold gingen de jongeren de cel in; de families zelf bleven buiten schot.

Zerkani vond er een goede voedingsbodem. Daar waar klassieke salafisten jongens op het goede pad wilden brengen, moedigde Zerkani hen juist aan om diefstallen te blijven plegen. Onder meer het beroven van toeristen die in het Zuidstation van de trein stappen.

De religie dient nu om het geweld te sacraliseren

In tijden van jihad zou dat geoorloofd zijn: het heet ghanima (oorlogsbuit). En het was voor de goede zaak: de opbrengst diende om mensen naar Syrië te sturen.

Tijdens het laatste proces rond Zerkani noemde federaal procureur Bernard Michel hem „de grootste ronselaar voor de jihad die België ooit heeft gekend”.

„Hij heeft een hele generatie jongeren gecorrumpeerd, vooral in de Maritieme wijk van Molenbeek. Hij was actief als ronselaar, heeft logistiek en financieel bijgedragen, en zelfs in de gevangenis heeft hij nog mensen aangezet om zich bij het jihadisme aan te sluiten.”

Advocaat Courtoy, die Zerkani nooit zelf heeft verdedigd, vindt het te kort door de bocht om Zerkani met alle zonden van de wereld te beladen.

„Ja, hij heeft hier en daar geld uitgedeeld en reizen naar Syrië gefaciliteerd. Maar dit zijn mensen die zonder hem ook zouden zijn gegaan. En er is het feit dat de aanslagen in Parijs en Brussel hebben plaatsgevonden terwijl Zerkani al in de gevangenis zat.”

Mogelijk is Zerkani al een gepasseerd station. Want als Abaaoud onder zijn invloed stond, dan was dat nog een vorm van klassieke radicalisering. Bij de broers Abdeslam en El-Kabraoui kwam er geen ronselaar aan te pas; zij radicaliseerden op eigen houtje en in een mum van tijd.

„Vroeger kwam men eerst in aanraking met het salafisme”, zegt Younous Lamghari, een Marokkaanse onderzoeker naar radicalisering in Molenbeek.

„Het salafisme waste de zonden uit het verleden weg. Enkelingen radicaliseerden verder. Nu biedt de markt iets anders aan: het ene moment ben je crimineel, het volgende moment wil je jezelf opblazen. De religie dient om het geweld te sacraliseren.”

Volgens Mehdi Abbes, een andere Brusselse advocaat die veel jihadisten heeft verdedigt, heeft de nieuwe generatie nauwelijks nog iets te maken met de Islam. „Dit zijn nietsnutten die niets hebben met de Koran of zelfs met het kalifaat. Ze willen een spoor nalaten, zorgen dat er binnen tien jaar nog over hen gepraat wordt op sociale media. Nu ga je van mij horen.”

Advocaat Courtoy is het met hem eens.

„Het zijn mensen die in het gewone leven nooit iets van betekenis waren geworden. Plotseling zijn het vedetten.”