Oekraïne-referendum: de belangrijkste vragen en antwoorden Over een week

Een week nog, dan stemt Nederland over het associatieverdrag met Oekraïne. NRC beantwoordt de belangrijkste vragen.

Ze vliegen elkaar flink in de haren, de voor- en tegenstanders van het associatieverdrag van de EU met Oekraïne. „Jullie zijn de useful idiots van Poetin”, krijgen de tegenstanders te horen. „Jullie bouwen de dictatoriale Europese superstaat steeds verder uit”, is hun antwoord aan de voorstanders. Maar sommige kiezers weten nog helemaal niet dat het referendum op 6 april plaatsvindt, of zitten vooral met heel veel vragen. Bij deze een poging tot neutrale antwoorden op vragen die er leven.

1. Waarom is er op 6 april een referendum over het associatieverdrag van de Europese Unie met Oekraïne?

Bij de initiatiefnemers van het Burgercomité EU leefde al langer de wens een referendum te organiseren over het vermeende gebrek aan democratie in de Europese Unie. Zodra in Nederland op 1 juni 2015 de Wet raadgevend referendum in werking trad, hebben ze gekeken welke net aangenomen wetten en verdragen volgens hen tot overdracht van bevoegdheden aan ‘Brussel’ leiden. Vervolgens hebben ze de hulp gezocht van weblog GeenStijl en het Forum voor Democratie.

Volgens Bart Nijman van GeenStijl laat het associatieverdrag met Oekraïne goed zien „dat de EU stilletjes doch zakelijk en doelgericht aan het uitbreiden is, waarbij het kiezersmandaat maximaal wordt opgerekt om grote, ingrijpende beslissingen stilletjes door te voeren”.

Het associatieverdrag sterkt de initiatiefnemers in hun overtuiging dat de EU democratisch tekortschiet. „Niemand mocht hier ooit wat over zeggen”, stelt Nijman.

Het feit dat zowel het Europees Parlement als alle 28 nationale parlementen van de EU goedkeuring aan het verdrag moeten geven, doet daar volgens de initiatiefnemers weinig aan af. Zij stellen dat de parlementen bijna altijd instemmen, terwijl aanzienlijke delen van de bevolking sceptisch zijn over nauwere samenwerking van Europa met anderen.

2. Wat staat er in dat associatieverdrag van de EU met Oekraïne?

Het associatieverdrag telt zonder de bijlagen 323 pagina’s. Daarvan gaan er 306 over handel. Daarin worden allerlei beloften opgesomd die de EU en Oekraïne elkaar doen om binnen tien jaar een vrijhandelszone tot stand te brengen. Dit betekent vooral dat Oekraïne zijn handelswetgeving in overeenstemming brengt met die van de Europese Unie.

De eerste 17 pagina’s van het verdrag bevatten ook politieke doelstellingen. De EU wil namelijk niet alleen handel drijven met Oekraïne, maar ook een ‘politieke associatie’ aangaan met het land. Het is vooral dit deel waar tegenstanders van het verdrag over vallen. Zij zien hierin duidelijke aanwijzingen dat het verdrag Oekraïne klaarstoomt voor volledig lidmaatschap van de Unie.

Zo erkent de EU in de eerste 17 pagina’s „de Europese ambities van Oekraïne en de keuze voor Europa […] ook inzake de verbintenis om een duurzame democratie en een markteconomie uit te bouwen”. De EU stelt in dit deel te streven naar vorderingen in het „toenaderingsproces” van Oekraïne om zo te komen tot de „geleidelijke economische integratie en de verdieping van de politieke associatie”. Hierbij schrijven de EU en Oekraïne ook te streven „naar meer contacten van mens tot mens”. Dat komt onder andere tot uiting in een herbevestiging van eerder gesloten verdragen over toekomstig visumvrij reizen voor Oekraïeners naar de EU, wat ook kan bijdragen aan de vrijhandel tussen beide.

In dit eerste deel, maar ook in het latere handelsdeel, wordt Oekraïne opgeroepen zijn „wetgeving geleidelijk af te stemmen op de EU-wetgeving”. Dit kan bijvoorbeeld betrekking hebben op de rechtspraak. Het is onaantrekkelijk om handel te drijven met een land waar tijdens een geschil niet vertrouwd kan worden op een onafhankelijke rechter.

In het verdrag wordt ook gestreefd naar „steeds nauwere samenwerking op andere gebieden van wederzijds belang”. Zo zal er een politieke dialoog op het niveau van ministers tot stand komen in een nieuw te vormen Associatieraad. Over „specifieke gebieden en kwesties” zal ook militair worden overlegd. Oekraïne gaat nadrukkelijker deelnemen aan civiele en militaire EU-operaties om conflicten te bestrijden, zoals Europa die uitvoert in Bosnië en eerder in Tsjaad en Congo. Oekraïne gaat ook vaker deelnemen aan oefeningen in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid van de EU.

3. Is het associatieverdrag met Oekraïne anders dan andere associatieverdragen die de EU heeft gesloten?

Ja, want de EU kent een hele reeks van associatieverdragen met landen en groepen landen, waarbij die verdragen telkens onderling van elkaar verschillen. Het belangrijkste verschil wordt gevormd door de vraag of er in het associatieverdrag wordt gesproken van toekomstig EU-lidmaatschap. In de associatieverdragen met Turkije en Balkanlanden als Albanië, Servië en Kroatië (ondertussen EU-lid) is dat het geval. In het associatieverdrag met Oekraïne staat niet dat de associatie kan uitmonden in een lidmaatschap van de EU.

Overeenkomsten tussen het associatieverdrag met Oekraïne en die met andere landen zijn er ook genoeg. Ook het associatieverdrag met het ver weg gelegen Chili kent bijvoorbeeld een politiek deel waarin deels dezelfde ‘politieke associatie’ wordt nagestreefd als in het verdrag met Oekraïne. Met Chili wordt volgens het associatieverdrag zelfs ook samengewerkt op het gebied van buitenland- en veiligheidsbeleid en tegen terrorisme.

Het is wel zo dat de associatie die de EU met het nabije Oekraïne nastreeft nauwer is dan met het ver weg gelegen Chili. Bij Oekraïne is het veel meer dan bij Chili de bedoeling om het land politiek met de EU te verbinden en vooral economisch nauw in de Unie te integreren. EU-buitenlandcoördinator Catherine Ashton noemde het verdrag met Oekraïne in 2013 „de meest ambitieuze overeenkomst die de EU ooit aan een partnerland heeft aangeboden”.

4. Wat willen de organisatoren bereiken met het referendum?

Dat verschilt een beetje per initiatiefnemer. De parapluorganisatie onder de naam GeenPeil voerde aanvankelijk campagne tegen het verdrag, maar zegt nu zo veel mogelijk mensen naar de stembus te willen trekken, zodat met een voldoende hoog opkomstpercentage (30 procent) sprake is van een rechtsgeldig referendum. Bart Nijman van GeenStijl, die ook de drijvende kracht is achter GeenPeil, zegt onvrede in de samenleving te willen kanaliseren „om daarmee binnen de kaders van de democratie een noodsignaal af te geven”. Volgens Nijman moet de kiezer meer inspraak krijgen in de Europese besluitvorming, zodat de burger „niet enkel betaalt voor megalomane idealen waar hij verder geen enkele emotie, solidariteit of verbintenis bij voelt”.

Nijman zegt dat GeenPeil ter wille van de democratie nu een neutrale positie inneemt en dus geen stemadvies geeft. Op GeenStijl is veruit het grootste deel van de berichten die over het associatieverdrag verschijnen nog altijd negatief.

De andere initiatiefnemers, Het Burgercomité EU en het Forum voor Democratie, zijn ronduit tegen het associatieverdrag en roepen burgers op het akkoord met Oekraïne te verwerpen.

5. Wie zijn de tegenstanders van het associatieverdrag?

Behalve het al genoemde Burgercomité EU, het Forum voor Democratie en weblog GeenStijl gaat het in de Tweede Kamer om de PVV, de SP en de Partij voor de Dieren.

Van de organisaties buiten de Tweede Kamer zal GeenStijl bij de meeste mensen wel bekend zijn, voor het Burgercomité EU en het Forum voor Democratie geldt dat een stuk minder. Het burgercomité wordt vooral gedragen door de ‘bezorgde burgers’ Arjan van Dixhoorn en Pepijn van Houwelingen. Van Dixhoorn is historicus en Van Houwelingen werkt in overheidsdienst. Zij vinden elkaar in hun angst voor een ‘Europese superstaat’, waarin Nederland nog maar weinig te zeggen heeft.

Het Forum voor Democratie is opgericht door jurist en publicist Thierry Baudet. Volgens het forum is momenteel sprake van een ‘democratische revolutie’ waarin burgers steeds vaker direct invloed uitoefenen, zonder tussenkomst van politieke partijen. Zo zegt het forum betrokken te zijn geweest bij de succesvolle onlinepetitie tegen de benoeming van Loek Hermans tot waarnemend burgemeester van Zutphen.

Het forum is voorstander van een bescheiden EU „die ruimte laat voor de diversiteit van de lidstaten en slechts hun onderlinge handelsbetrekkingen faciliteert”. In het comité van aanbeveling van het Forum voor Democratie zitten onder anderen rechtsfilosoof Paul Cliteur, econoom Arjo Klamer en filosoof Ad Verbrugge.

6. Wie zijn de voorstanders van het associatieverdrag?

In de Tweede Kamer zijn dit alle partijen, behalve de PVV, de SP en de Partij voor de Dieren. In het maatschappelijke debat roert zich tot nu toe vooral Stem Voor Nederland: een initiatief van Joshua Livestro, oud-adviseur van voormalig VVD-leider Frits Bolkestein en de Amerikaanse Republikein Sarah Palin. In 2005 voerde Livestro nog campagne tegen de Europese Grondwet. Livestro wordt onder meer bijgestaan door oud-PvdA-Europarlementariër en voormalig partijvoorzitter Michiel van Hulten. De campagne van Stem Voor Nederland heeft een bijdrage van 200.000 euro ontvangen van Open Society Foundations, van de Hongaars-Amerikaanse miljardair George Soros. Werkgeverslobby VNO-NCW zou financiële steun aan Stem Voor Nederland overwegen.

7. Hoe luidt de vraag tijdens het referendum op 6 april?

De vraag luidt als volgt: „Bent u voor of tegen de wet tot goedkeuring van de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne?” In het referendum wordt burgers dus gevraagd of ze het ermee eens zijn dat het Nederlandse parlement akkoord is gegaan met het associatieverdrag met Oekraïne. Als antwoord kan ‘voor’ of ‘tegen’ worden gegeven. Een blanco stem wordt uitgebracht door niets aan te kruisen. Dat kan worden gezien als een stem tegen een referendum over dit onderwerp. Als protest tegen het referendum in het algemeen is dat natuurlijk niet zo handig, want door deel te nemen, vergroot je wel de kans dat de opkomstdrempel van 30 procent wordt gehaald.

8. Wat gebeurt er als ‘ja’ wint?

De uitkomst van het referendum op 6 april is alleen geldig bij een opkomst van 30 procent of hoger. Het referendum is ‘raadgevend’. Dat betekent dat het kabinet de wet tot goedkeuring van het associatieverdrag opnieuw in overweging moet nemen als er een rechtsgeldig ‘nee’ uit de stembus rolt. Bij een te lage opkomst of een ‘ja’ zal het kabinet de Nederlandse ratificatie van het verdrag afronden. Dat zou betekenen dat het associatieverdrag van de EU met Oekraïne definitief in werking kan treden.

9. Wat gebeurt er als ‘nee’ wint?

Bij een opkomst boven de 30 procent en een meerderheid tegen de wet tot goedkeuring van het associatieverdrag moet het kabinet die wet heroverwegen. In theorie kan het kabinet een ‘nee’ vervolgens naast zich neerleggen. Het is nog onbekend wat het kabinet gaat doen. In recente antwoorden van het kabinet op Kamervragen legt de regering uit dat het bij een ‘politiek feit’ in een lidstaat, bijvoorbeeld wanneer een verdrag schipbreuk leidt, gebruikelijk is dat er in de Europese Raad – dus door de Europese regeringsleiders – een oplossing wordt gezocht. Belangrijke handelsdelen van het associatieverdrag met Oekraïne zijn op 1 januari al voorlopig in werking getreden, maar dat kan volgens het kabinet niet voortduren als Nederland het verdrag niet ratificeert. Welke oplossing er dan eventueel wordt gevonden is nog niet bekend. Een probleem is dat alleen met instemming van alle 28 EU-landen de voorlopige toepassing van het verdrag kan worden gestaakt. Het is de vraag of alle landen daartoe bereid zijn als er maar één land, Nederland, dwarsligt. Maar een eventueel ‘nee’, dat na het referendum dus door het kabinet wordt overgenomen en in Brussel wordt uitgedragen, kan ook niet geheel worden genegeerd.

Een oplossing zouden nieuwe onderhandelingen met Oekraïne over de politieke delen van het verdrag kunnen zijn, terwijl de handelsdelen voorlopig van kracht blijven. Het zijn vooral de politieke delen waarin de tegenstanders aanwijzingen zien voor het snel klaarstomen van Oekraïne voor het lidmaatschap van de EU. Als daarin wordt gesnoeid zou het verdrag wellicht nog een keer aan het Nederlandse volk kunnen worden voorgelegd.

10. Moet je gaan stemmen als je tegen referenda bent?

Dat moet iedereen natuurlijk voor zichzelf bepalen. Als je vindt dat een ingewikkeld verdrag als een associatieakkoord bij uitstek iets is waar politici over moeten beslissen, dan lijkt het onlogisch om naar de stembus te gaan. Maar wat je ook van referenda vindt, het is een feit dat Nederland sinds juli 2015 een permanente referendumwet kent, dus er zullen nog wel meer volksraadplegingen volgen. Die kunnen politieke gevolgen hebben, dus misschien stem je dan toch liever mee. Je zou ook heel tactisch kunnen opereren: op de dag zelf bekijken hoe de opkomst uitpakt. Lijkt de opkomstdrempel van 30 procent sowieso te worden gehaald, dan kan je altijd nog gaan stemmen. Zo zorg je ervoor dat bij een rechtsgeldig referendum ook jouw stem wordt gehoord.

11. Moet je gaan stemmen als je vóór het associatieverdrag bent?

Bij een opkomst onder de 30 procent is het referendum van 6 april ongeldig. Daarom riepen de jongeren van GroenLinks op om niet te gaan stemmen. Ze zijn namelijk sceptisch over referenda, ze zien die als een bom onder de parlementaire democratie, en ze zijn voor het associatieverdrag met Oekraïne.

Toch kan dat een riskante strategie zijn. Een recente peiling wees uit dat de opkomstdrempel wel wordt gehaald. Als er dan vooral nee-stemmers komen opdagen, zou er weleens een overweldigend ‘nee’ uit de stembus kunnen rollen, wat het politieke signaal van het raadgevend referendum krachtiger maakt. Een kanttekening bij de recente peiling, door tv-programma EenVandaag, is dat er volgens de Zwolse rechtbank onevenredig veel politiek actieve mensen aan deelnemen. Daardoor kan de opkomst te hoog zijn ingeschat.

12. Moet je gaan stemmen als je tegen het associatieverdrag bent?

Dat hangt dus ook af van je mening over referenda. Met een ‘nee’ kun je in ieder geval je stem laten horen. Of met een Nederlands ‘nee’ het hele associatieverdrag van tafel gaat is de vraag. Voorlopig hebben de 27 andere EU-landen er namelijk wel mee ingestemd. Wel zou een Nederlands ‘nee’ kunnen leiden tot aanpassing van het verdrag, waarbij bijvoorbeeld de gevoelige delen over nauwe politieke associatie van de EU met Oekraïne verdwijnen. Het is onwaarschijnlijk dat de overige EU-landen ook de mogelijke handelsvoordelen van dit akkoord met Oekraïne kwijt willen. Daardoor zullen de handelsdelen ook voor Nederland waarschijnlijk van kracht blijven. (Zie vraag 9.)