Museumdepot hoeft echt geen maatpak te zijn

Kunst bewaren Het zijn gouden tijden voor commerciële depots. De aanbieders hebben elk hun eigen ideeën over goedkoop kunst bewaren.

Interieur van het nieuwe Depot Amsterdam Foto Hein de Vries

Filmmuseum EYE opent deze zomer zijn nieuwe depot. Geen architectonische blikvanger middenin de stad, waar het publiek naar binnen kan, zoals het toekomstige Collectiegebouw van Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam, maar een sober gebouw in Amsterdam-Noord, waar de ongeveer 40.000 films uit de collectie die tot nu toe verspreid lagen op verschillende locaties in Noord-Holland voortaan dicht bij het museum bewaard zullen worden.

Het gebouw werd in sneltreinvaart neergezet: minister Jet Bussemaker (Cultuur) gaf in november 2014 het startsein voor de bouw en museumdirecteur Sandra den Hamer kon al op 5 januari dit jaar de sleutels in ontvangst nemen. In de zomer volgt nog een feestelijke opening.

De snelheid waarmee het project is gerealiseerd lijkt een wonder, in een tijd waarin bouwprojecten van musea gepaard gaan met politieke en maatschappelijke discussies over de kosten, de locatie, het ontwerp. Wat verschil maakt, is dat het depot niet door de overheid is neergezet, maar door een commerciële partij: WAD depots.

EYE wordt hoofdhuurder van ‘Depot Amsterdam’, voor in elk geval 25 jaar. Het filmmuseum huurt 80 procent van de ruimte. Het krijgt acht depotruimtes van elk 300 vierkante meter, die een klimaat hebben van -5 graden, 5 graden of 18 graden. Daarnaast zijn er ruimtes waarin museummedewerkers de collectie kunnen restaureren en films kunnen bekijken. Voor twee depots van elk 300 vierkante meter worden nog huurders gezocht, en er is één depot dat per vierkante meter zal worden verhuurd.

Als de overheid een depot bouwt, is dat volgens Arjen Pels Rijcken, directeur van WAD depots, altijd een „maatpak”. „Musea leveren een programma van eisen in en dan wordt er een architect gezocht die daar een bijpassend gebouw bij ontwerpt. Ik heb dit depot gebouwd als een confectiepak. Het is gestandaardiseerd, maar heeft dezelfde kwaliteit als zo’n maatdepot. Het prijsverschil is echter groot. Voor het depot van Boijmans wordt ruim 50 miljoen euro uitgetrokken. Ik kan een depot van dezelfde omvang en functionaliteit aan de rand van de stad neerzetten voor de helft van dat geld.”

WAD depots is een nieuwkomer op de markt voor museale depotruimte. Kunsttransporteurs zoals Crown, Kortmann en Hizkia Van Kralingen, verhuren al langer opslagruimte. „Het is een markt die snel groeit”, vertelt de eigenaar van dit laatste bedrijf, dat enkele jaren geleden een leegstaand gebouw langs de A4 ombouwde tot depot. Met 12.000 vierkante meter is dit het grootste commerciële kunstdepot van Nederland. „Wij huisvesten collecties van musea die weinig of geen depotruimte hebben, of die in een verbouwing zitten”, zegt Van Kralingen. „Zelfs van een museum dat is opgeheven en waarvan nog niet bekend is wat er met de collectie gaat gebeuren.”

Zijn concept is flexibel: de omvang van de opslagruimtes kan aangepast worden en de contracten kunnen zowel lang- als kortlopend zijn. In de ruimtes kan gewerkt worden door museummedewerkers, maar er is ook een professioneel atelier in huis, dat tegen betaling restauratiewerkzaamheden verricht.

Net als het depot van EYE is dit gebouw geklimatiseerd: de temperatuur wordt constant op hetzelfde niveau gehouden gehouden en de lucht ontvochtigd of bevochtigd. Een concurrerend bedrijf, Helicon, hanteert een andere methode. Volgens directeur Wouter Hijnberg is het aanvoeren van verwarmde of gekoelde lucht onnodig duur, en ook niet de beste manier om kunst te bewaren. In zijn depot in Zoeterwoude bewaart hij collecties in „potdicht” afgesloten ruimtes. „De essentie van conserveren is het dichtmaken van een ruimte, een blikje of een pot. Van dat principe maken wij gebruik. Wij voorkomen dat het vochtgehalte van de voorwerpen die we bewaren verandert, door muren te bouwen van materiaal dat niets doorlaat.”

Het Helicon-depot wordt niet met een installatie geklimatiseerd, maar voelt toch koel. „Dat is de temperatuur van de grond onder het gebouw”, zegt Hijnberg, „Door gebruik te maken van eenvoudige natuurkundige principes houden wij de exploitatiekosten laag. En je hebt ook nooit last van storingen in installaties.”

Welk concept ze ook aanbieden, bij alle depotverhuurders stromen de klanten binnen. Van Kralingen heeft al een tweede pand op het oog, dat hij wil ombouwen. „Aan het eind van het jaar zitten wij voor 80 procent vol”, zegt hij. Helicon mag een depot gaan bouwen voor musea in België. En WAD depots heeft afspraken met enkele musea over een tweede depotgebouw, bij Oegstgeest. Pels Rijcken: „Dat wordt, net als bij Boijmans, deels een open depot, waar het publiek een kijkje kan nemen.”