‘Motorrijden leer je alleen in de koers’

Minder motoren in wieler- koersen? Na de dood van Demoitié laait de discussie op. „Je hebt het vak niet on- der de knie na één cursus.”

De motorrijders in een wielerwedstrijd zitten in het verdomhoekje sinds de 25-jarige Waal Antoine Demoitié zondag werd aangereden en een paar uur later aan zijn verwondingen bezweek.

Een man met dertig jaar ervaring op een motor kon niet uitwijken toen Demoitié vlak voor hem viel. En dus laaide de discussie over de vele motoren in een wielerwedstrijd weer op. Voormalig Tourwinnaar Alberto Contador deed een dringende oproep aan de internationale wielrenunie UCI: ‘Er is nu behoefte aan controle’, schreef hij op Twitter. Sprinter Marcel Kittel kwam met een aanbeveling op Facebook: ‘Motorrijders moeten beter getraind worden.’

Hoe is de huidige situatie? In Vlaanderen kan iedere motorrijder voor 180 euro per jaar een zogenaamde volgerslicentie kopen, zei de Belgische journalist Armans Schreurs maandag bij de NOS. In Nederland vereist zo’n licentie een cursus van één dagdeel, laat Henk van Beusekom namens de Nederlandse wielerbond KNWU weten. Die licentie is drie jaar geldig en kost 45 euro.

In de 62 pagina’s tellende powerpointpresentatie ‘Applicatie Volger’ worden de basisregels van een wielerkoers aan de nieuwbakken motard uitgelegd. ‘Ga op smalle wegen nooit bij de kopgroep kijken’, en ‘Rijd achter de renners, nooit ernaast’, zijn zomaar wat aanwijzingen. Richtlijn bij een valpartij: ‘Stuur onmiddellijk naar rechts’.

Aan het eind van de presentatie is een motorrijder bevoegd in een nationale wielerkoers te rijden – een Nederlands kampioenschap, een kleine ronde als Veenendaal-Veenendaal. Een examen wordt niet afgenomen. De belangstelling is in Nederland „belachelijk hoog”, zegt Van Beusekom: jaarlijks komen er honderd nieuwe ‘volgers’ bij.

Wil de motard in de grootste koersen ter wereld rijden – wedstrijden als de Amstel Goldrace met het predicaat ‘WorldTour’ – dan is sinds juli 2013 nog een aanvullend UCI-certificaat vereist. Kost een extra vrijdagavond, zegt Van Beusekom.

Willy Wauthlé, Limburger met veertig jaar ervaring op een motor in koers, in binnen- en buitenland, zucht aan de telefoon eens diep en zegt dan: „De koers is chaos op zich en dat is de laatste jaren erger geworden. Echt, het heeft met gewoon motorrijden niet veel te maken.”

Wauthlé geeft een voorbeeld: „Als renners met 90 kilometer per uur van een helling rijden, dan word ik geacht er maximaal zeven meter vandaan te rijden om alles goed in beeld te brengen. Dat betekent dat ik met 102 omlaag moet, ook op smalle bergweggetjes. Dat is niet makkelijk.”

Het is een heus vak, vindt Wauthlé, en je leert het alleen in een wedstrijd. Motorrijden in koers heb je niet onder de knie na een avondje cursus. „De selectie is nu te vrijblijvend. Daarom ben ik zelf een opleiding begonnen. Jongens die zich aanmelden beginnen in kleine koersjes. Ik zie meteen of iemand het in zich heeft. De meesten vallen dan al af.”

Op die manier selecteert ook de organisatie van de Ronde van Vlaanderen, die komende zondag wordt verreden. Koersdirecteur Wim Van Herreweghe: „Rijden in de Ronde moet je verdienen. We hebben echt wel onze controlemechanismen.”

En dan nog kan het fout gaan.