‘Lastig om jezelf als dader te zien’

Een vergeten episode? Zijn film gaat ook over de zelfgenoegzaamheid die wij met Denen delen.

Een jonge Duitse krijgsgevangene aan het werk met mijnen inLand of Mine

Nederland en Denemarken hadden vlak na de Tweede Wereldoorlog een vergelijkbaar probleem: mijnenvelden. In Nederland hadden de Duitsers langs de kusten, maar ook in Brabant en de Betuwe, ruim 1,8 miljoen mijnen verstopt. Vlak na de oorlog vielen daardoor dagelijks drie burgerslachtoffers: veel oogst bleef op het veld liggen. Nog tijdens de oorlog werden veel mijnen geruimd door Nederlandse vrijwilligers en gevangen Nederlandse SS’ers: daarbij vielen zo’n vijftig doden. Na de oorlog leverden de Britten en Canadezen duizenden Duitse krijgsgevangenen. In ruim een half jaar mijnenruimen stierven er 210, raakten er ruim 200 zwaargewond en 500 licht.

Omdat de Derde Geneefse Conventie misbruik van krijgsgevangenen verbood, werd bepaald dat de Duitsers tijdelijk stateloos waren: hun Derde Rijk was immers van de kaart geveegd. Veel later baseerden Amerikanen hun eindeloze detentie in Guantánamo Bay op een soortgelijk juridisch foefje. Maar nood breek wet, kon je in 1945 aanvoeren. Het voelde – voelt nog steeds – logisch dat de Duitse bezetters hun eigen mijnenvelden moesten opruimen.

Het tv-programma Andere Tijden groef deze duistere, half vergeten historische episode al in 2007 op en inmiddels is er een boek over verschenen: Achtung Minen – Danger Mines van EOD’er Antoon Meijers. Uit Denemarken, dat een soortgelijk probleem op dezelfde manier oploste, komt nu een geslaagde film: Land of Mine (‘Under sandet’), die op het filmfestival van Rotterdam de publieksprijs won. In Denemarken is weinig onderzoek naar deze episode gedaan, vertelt regisseur Martin Zandvliet aldaar. „Het aantal Duitse dodelijke slachtoffers tijdens het ruimen van 2 miljoen mijnen was 250 tot 310, plus nog een veelvoud aan gewonden. Landmijnen zijn niet zozeer gemaakt om te doden, maar om te verminken. Dat betekent meer werk voor de vijand.”

Zandvliet werkte met een originele kaart op een Deens strand dat indertijd was geruimd: een week voor de opname werd daar nog een oude Duitse landmijn gevonden. „Dat hielp de filmploeg in de juiste paranoïde stemming”, grijnst de regisseur. „Maar die mijnen zijn zo roestig dat je er met een hamer op moet slaan voor een explosie.”

Deense bullebakken

Land of Mine toont Deense militairen als bullebakken die Duitse kindsoldaten uithongeren, treiteren en mishandelen. Dat kwam hem op kritiek van Deense historici te staan, zegt Zandvliet. „Het gros van de mijnenruimers waren volwassen militairen, geen onschuldige jochies die eerst door de nazi’s werden gemanipuleerd en daarna nog eens door ons gestraft. Maar dit is geen historisch document, dit is een speelfilm. Ik heb een boodschap en koos voor deze jochies om die over te brengen. Als je empathie voor vluchtelingen wilt, toon je een kind dat honger lijdt of dood op een strand aanspoelt. Daar is niks mis mee.”

En die boodschap van Land of Mine is? „Dat Denen niet alleen slachtoffers of helden zijn, de enige manier waarop we onszelf in de Tweede Wereldoorlog portretteren. Hoe sterk het verzet was, hoe goed we de Joden beschermden. Ik denk dat de tijd nu rijp is voor verhalen waarin wij tekortschieten. Wij Denen feliciteren onszelf continu omdat we het gelukkigste en meest open volk ter wereld zijn, maar lopen nu al ruim een decennium in Europa voorop in die mentaliteit van: ‘dit is óns land, grenzen dicht’.”

Het ergste in de medemens

Het doel is dus om zelfgenoegzaamheid te doorbreken? Zandvliet: „Ik geloof niet dat Denen slecht zijn, wel dat we nu worden geregeerd door angst. Terwijl er zo weinig is om echt bang over te zijn. Mijn tante liftte op haar vijftiende door Europa, toen het objectief gezien veel gevaarlijker was dan nu. Ik kan me echt niet voorstellen dat ik mijn dochter zoiets toesta. Ondenkbaar! We verwachten het ergste van onze medemensen, anders ben je naïef.”

Land of Mine past in de politieke wending die de Deense film het afgelopen decennium nam. Nadat filmbeweging Dogme in 1995 in navolging van Lars von Trier met rauwe stijlmiddelen had ingezoomd op psychologie, snijden jonge filmmakers als Tobias Lindholm (Krigen), maar ook Dogme-veteranen als Thomas Vinterberg en Susanne Bier, nu vooral morele en politieke kwesties aan. „Dat is een reactie op de grote ontwikkelingen van na 2000”, denkt Zandvliet. „We stuurden troepen naar Afghanistan en in eigen land kwam een heel sterke populistische beweging op. Ik ben verbaasd hoe snel het klimaat is veranderd. Dat een wet om vluchtelingen aan de grens kaal te plukken nu als normaal wordt ervaren. Dat zet je aan het denken, daarom neigt onze film waarschijnlijk meer tot politisering.”

In Duitsland stuitte de film op de omgekeerde reactie. Zandvliet: „Denen vinden het lastig zichzelf als daders te zien, Duitsers voelen zich nog steeds zo beschaamd over de oorlog dat ze moeite hebben met de slachtofferrol. Paradoxaal is dat, een volk dat als monsters wil worden gezien.”