Krabbendijke bidt om kracht tegen de islam

De streng christelijke dorpen Krabbendijke en Oostdijk in Zeeland denken dat ze een makkelijk doelwit zouden kunnen zijn voor islamitische extremisten. „De eindtijd is nabij.”

Dominee Sonnevelt, predikant in Krabbendijke: „Het komt nu wel heel dichtbij. Zaventem, daar neem ik altijd het vliegtuig als ik naar Israël ga.” Foto Andreas Terlaak

Dominee Sonnevelt (62) wil de angst voor de islam niet aanwakkeren, dus praat hij er maar af en toe over met zijn catechisanten. Maar als het onderwerp ter sprake komt, stelt hij ze scherpe vragen. Wat zou je doen als islamitische extremisten je tegen de muur zetten en dwingen om ‘Allah is groot’ te zeggen, en ‘Mohammed is zijn profeet’?

„Een van die jonge knapen”, zegt hij, „vond dat je zolang je geen echte christen bent, je dat dan maar beter gewoon kon zeggen. Je meende er toch niets van en je bleef wel in leven. Je genadetijd zou worden verlengd. Anders werd je doodgeschoten en ging je naar de hel.”

De dominee, in de pastorie van de Gereformeerde Gemeente in Krabbendijke, schudt zijn hoofd. „Andere jongens”, zegt hij, „waren het niet met hem eens en zeiden dat het laf was om Christus te verloochenen. Wat zouden de moslims lachen. Die waren bereid te sterven voor hun geloof en kijk die christenen nou. Die stonden te trillen op hun benen. En wat was je leven daarna nog waard? De duivel zou je op de nek kunnen springen en een touw aantrekken: er is geen hoop meer voor jou.”

Krabbendijke, op Zuid-Beveland, heeft bijna vijfduizend inwoners, van wie er tweeduizend lid zijn van de Gereformeerde Gemeente. De anderen gaan naar een hervormde of gewoon gereformeerde kerk. Actievoerders met varkensmutsen op hun hoofd zul je hier niet treffen, sowieso geen mensen die kabaal maken en agressief zijn tegen vluchtelingen. Want: gij zult de hongerigen spijzen, de naakten kleden en de vreemdelingen herbergen. Maar bang zijn ze wel.

Sharia

In november, kort na de aanslagen in Parijs, waren we in het naburige Oostdijk, waar 500 mensen wonen – veel van hen gaan ’s zondags twee of drie keer bij dominee Sonnevelt naar de kerk. Een jonge koeienmelker zei toen, gebarend naar de lege weilanden, dat hij tegenwoordig goed in de gaten hield wie het dorp binnenkwamen. Je wist maar nooit.

De directeur van de reformatorische middelbare school zei dat zijn leerlingen – 400, van wie vier niet wit, want geadopteerd – er weleens aan dachten wat een gemakkelijk doelwit de christenen hier zijn. Je neemt op zondagmorgen de afslag vanaf de A58 en ramt de deuren van de kerk open. Wereldnieuws.

Anderhalve week voor de aanslagen in Brussel zijn we bij Jos Meeuwsen (44), een gepromoveerde elektrotechnicus, die op station Rotterdam liever de loopbrug neemt dan de voetgangerstunnel – minder risico. Hij sluit niet uit, zegt hij, dat hij ooit met vrouw en kinderen zou emigreren. Het aantal moslims in Nederland zou zo groot kunnen worden dat zij het voor het zeggen krijgen en de sharia invoeren. Hij verwijst naar de roman Soumission van de Franse schrijver Michel Houellebecq waarin een moslimpartij in Frankrijk aan de macht komt. „Je denkt: het zal zo’n vaart niet lopen, en waarschijnlijk is dat terecht. Maar zo dachten de Joden in de Tweede Wereldoorlog ook.” Hij ziet het als zijn taak om als hoofd van zijn gezin de ontwikkelingen nauwkeurig te volgen.

Tegelijk zegt hij ook: „Als hier een vluchteling voor de deur staat, een echte vluchteling, dan zal ik hem voeden en kleden. Je kunt als christen je hoofd niet afwenden.” Eerder belegde hij een bijeenkomst over opvang van vluchtelingen in de gemeente.

Eindtijd

Bij ons tweede bezoek haalt de directeur van de middelbare school, Danny Janssen (54), wat leerlingen – vijf meisjes en twee jongens van rond de 15 – naar zijn kamer om ons te vertellen over hun angst voor wat er gaande is.

Eerst doen ze wat lacherig, maar opeens worden ze serieus en zeggen ze dat de eindtijd nabij zou kunnen zijn: de tijd die voorafgaat aan de wederkomst van Jezus. De tekenen zijn er: oorlogen, geruchten van oorlogen, aardbevingen, pestilentiën. Het maakt hen bang, want zouden zij dan al een nieuw hart hebben? Zo heet het als je bekeerd bent, door God uitverkoren voor het eeuwige leven. „Je denkt er niet aan, je duwt het weg”, zegt een meisje.

„Het komt nu wel heel dichtbij”, zegt dominee Sonnevelt als we een paar uur na de aanslagen in Brussel bij hem zijn. „Zaventem, daar neem ik het vliegtuig als ik naar Israël ga.” De dominee heeft in Israël gewoond en zendingswerk gedaan in het zuidoosten van Nigeria, waar Boko Haram actief is. Daardoor, zegt hij, is hij misschien wat minder bang voor extremisten dan zijn gemeenteleden. Zo erg als daar is het hier nog lang niet. „En als de Heere je bewaart, kun je zo tussen de aanslagen door lopen.”

Allah is groot

Wat zou hij zelf doen als hij door moslims gedwongen wordt om ‘Allah is groot’ te zeggen? „Ik bid om kracht dat ik dan overeind mag blijven en de Heere Jezus mag belijden. Ik bid om kracht dat ik op geen enkele manier zal toegeven.”

Het martelaarschap dus? „Ja, en er zijn zelfs momenten waarop ik denk: wat zou dat een voorrecht zijn.” Niet om er iets mee te verdienen, de hemel, of de eer – ‘wat is die man goed’ – nee, niet. „Het zou alleen uit liefde voor Hem zijn.” Maar hij weet dat Petrus ook zijn leven voor Jezus wilde geven, en toch de discipel werd die het diepst gevallen is door Hem in de Hof van Kajafas tot driemaal toe te verloochenen. „En zou ik boven Petrus staan? Petrus zit ook in mij.”

Dominee Sonnevelt zegt dat er in zijn gemeente weliswaar veel angst is voor de islam – en terecht, vindt hij, want het is een kwaadaardige godsdienst – maar toch niet voor moslims. De keren dat hij moslims door het dorp ziet lopen, Turkse vrouwen met kleine kinderen, dan is er zelfs een gevoel van verbondenheid. „Als je ziet hoe onze meiden er soms bijlopen en hoe netjes gekleed zij gaan… En ethisch, dat besef is er ook wel, staan we dicht bij elkaar. Gezinsvorming, abortus, gezagsverhoudingen, familiewaarden – je kunt het niet één op één gelijkstellen, maar we zitten wel in hetzelfde schuitje. We zien een liberale jihad van de politieke partijen die eropuit zijn om de laatste resten van het geloof in de Nederlandse wetgeving op te ruimen en ons weg te zetten als fundamentalisten.”

‘We weten je te vinden’

Op de school nodigt Danny Janssen soms een moslim uit, of hij gaat met leerlingen naar een project in Bangladesh. Maar verder kennen ze in Krabbendijke moslims vooral uit verhalen. In de Zeelandhallen in Goes, twintig kilometer verderop, was een christelijke Syriër die zijn bijbel buiten moest gaan lezen. Binnen werd er lelijk naar hem gekeken.

De dominee preekte eens vanaf de kansel in Veenendaal dat Jezus dé weg is, niet een weg, en niet Boeddha of Mohammed. Daarna kreeg hij een briefje van een zekere Ali die schreef: we weten je te vinden als wij straks in de meerderheid zijn. Hij dacht aan een lugubere grap van zijn catechisanten, maar kort daarop kwamen de aanslagen van 11 september.

Hoe snel zullen de moslims de baas zijn? Sonnevelt: „Ik ben een slechte profeet. Ik weet het niet.”

En de eindtijd, waar de leerlingen van Danny Janssen bang voor zijn? Denkend aan Matteüs 24, over ‘de laatste dingen’, ziet de dominee wel de ‘weeën van de eindtijd’. Hij weet hoe pijnlijk ze zijn, hij heeft het gezien bij zijn vrouw. Zeven kinderen.

„Die weeën lijken elkaar nu steeds sneller op te volgen, ook de bemoedigende. Een van de tekenen is dat het evangelie onder alle stammen en talen zal zijn verkondigd, en zover is het al bijna.” Daarbij: de toekomst van Israël, en de christenen wereldwijd die nu meer dan ooit vervolgd worden.

Maar niet in Nederland, want hier zijn geen sterke overtuigingen meer. „We willen alleen maar genieten. Alles moet lekker zijn, flashy.” Wat hem nog een scherpe vraag voor zijn catechisanten oplevert. „Zijn we eigenlijk wel interessant voor de tegenstander? Leven we genoeg als echte christenen? Als je alleen maar leeft voor jezelf en je vindt opeens mensen tegenover je met een godsdienst waarvoor ze willen sterven, ben je meteen al zwakker. Als we ergens voor stonden, hoefden we minder bang te zijn.”

Bijna zingend, alsof hij op de kansel staat: „Als je niet verbonden bent met Christus als krachtbron, waar haal je dan de naastenliefde vandaan? Als moslims gewelddadig zijn, moet we ze dan niet liefhebben? Zegent degene die u vervloeken, zei de Heere Jezus. Misschien is dat nog wel moeilijker dan voor Hem sterven in een ogenblik.”