Als je praat op kantoor zoals Cruijff, dan ken je niet verliezen

Wekelijks rekent Japke-d. Bouma af met jeukwoorden op kantoor.

Johan Cruijff is dood. Dan kan je twee dingen doen. Bij de pakken neerzitten, een actie wie niks oplost, óf, en dan kom je in het tweede gedeelte: je ziet er de voordelen van. In dát geval kan je vaststellen dat hij die hele Passion in Amersfoort in één klap overbodig maakte – pure winst – én dat we de afgelopen week eindelijk weer eens volop van hem konden genieten.

japke0

Van zijn overrompelende choreografie op het veld, van zijn ranke gestalte – schijnbaar moeiteloos voortsnellend als een raspaard op de renbaan, maar bovenal, voor mij als taalnerd, van zijn onnavolgbare voetbaltaal. Want zoals hij met een bal aan de voet als geen ander kon versnellen, draaien, wenden, keren, vertragen, omgooien en stoppen, zo praatte hij ook en ik hield daarvan. Door hem ging ik voetbal kijken: éérst om hoe hij sprak, daarna pas om zijn spel. Je bent een legende of je bent het niet, maar híj was het.

Deze week in deze rubriek dus geen #jeukwoorden – hoewel er ook mensen zijn die jeuk kregen van de taal van Cruijff – maar in plaats daarvan een pleidooi om als Cruijff te gaan praten op kantoor. Niet alleen om hem te eren, maar vooral omdat zijn taal gewoon heel goed werkt in de kantoorjungle.

Neem mijn lievelingsquote: „Als ik wilde dat je het begreep, had ik het wel beter uitgelegd”, een uitspraak met een onsterfelijke dosis venijn in de staart en die schijnbaar zo simpele onweerlegbaarheid van een echt Cruijffisme: geen speld tussen te krijgen – werkt tegen elke betweter. Of neem „geitenkaas”: ideaal om te gebruiken voor gaten in de roosters als iedereen per ongeluk tegelijk op vakantie is of op sabbatical. Ook mooi: „Als je altijd te laat bent, moet je zorgen dat je eerder vertrekt”: perfect voor die ene collega waar iedereen last van heeft. Een strategievergadering? Dan past „Je kan niet verliezen als zij niet kunnen winnen” heel goed. Tegen de afdeling sales vind ik „Scoren is simpel, maar het is heel moeilijk om simpel te scoren” altijd heel goed werken.

Maar Cruijffismes zijn ook ideaal om tegen je baas te gebruiken. Zoals: „Ik maak eigenlijk nooit fouten want ik heb enorme moeite om me te vergissen” of: „Je gaat het pas zien als je het doorhebt”. Tegen eikels op kantoor werkt Cruijfftaal natuurlijk helemaal geweldig. Dan zeg je: „Het moeilijke van een makkelijke wedstrijd is om een zwakke tegenstander slecht te laten spelen”, „Je moet een gat voor je laten vallen en er dan zelf inlopen”, of, tegen een dure interim procesbegeleider: „Ik heb een zak geld nog nooit een goal zien maken.”

Verder hoeven we dan alleen nog maar wat frequenter „ofschoon” en „inherent” te gebruiken; veranderen we „dat betekent” stelselmatig in „dan praat je over”; vervang je elke „ik” ’ door „je” en wordt elke „die” een „wie”.

Zó gaan we vanaf nu praten op kantoor: tikkietakkie als Johan, met dezelfde verbale hakjes als hij. Want ofschoon je hem mist, en dan praat je over een gevoel wie inherent is aan de situatie: als je praat zoals hij, ken je nooit verliezen.