Het kind met de nieuwe speeldoos

We zien de doop van een baby. Een kathedraal. Straatvoetballertjes in okerkleurig strijklicht. Daniele Gatti. Ouverture voor een dirigent is een onorthodoxe documentaire.

Filmmaakster Carmen Cobos portretteert dirigent Gatti, vanaf augustus de zevende chef van het Concertgebouworkest, in interviews, repetities en beelden die zijn jeugdherinneringen illustreren. Die geënsceneerde fragmenten doen curieus aan. En waarom is geen knip gezet in Cobos’ misbare terzijdes („Je ziet er goed uit.” „Wil je koffie?”)? Omdat hij haar, waarschijnlijk juist door haar laconieke benadering, erg dichtbij laat komen.

Dat levert mooie momenten op. Herinneringen aan kleine Daniele in de Milanese arbeiderswijk met een vader met een passie voor klassieke muziek – opgevoed door een buurweduwe die op regendagen rondjes Milaan per tram met hem reed. Daniele die het liefst uren voetbalde, en zijn partituren beschaamd met de titel naar binnen draaide als hij naar het conservatorium reisde. De volwassen Daniele die, een sigaretje rokend op het bordes van het Concertgebouw, mijmert over een nieuw huis in Milaan. Een villaatje of toch een penthouse?

Fraai om te zien: als het Concertgebouworkest zijn wensen klank laat worden lichten zijn ogen – die vaak ook een weerbarstig temperament verraden – op als die van een kind met een nieuwe speeldoos.

Nuchtere ouders voorkwamen dat hij sterallures kreeg, vertelt hij. Bij het woord carrière trekt hij een vies gezicht. Maar hij weet wat hij wil, merkt harpiste Petra van der Heide. Gatti: „Vindt u het niet mooi, wat ik het wil?” Van der Heide: „Nee. Maar ik kan het proberen.” Gatti: „Graag. Ik stuur u bloemen.”

Mooi is een van de laatste scènes. Een gespannen Gatti tuigt zich op in rok – als een hogepriester voor de eredienst. „Als het goed gaat voel je je soms bijna onsterfelijk.”