Een tijdloos wonder van coupetechniek

Ontwerpen van Comme des Garçons (l.),Balenciaga (de drie hoofdloze poppen),Dries Van Noten en uiterst rechtsYohji Yamamoto . Foto MoMu Antwerp/Stany Dederen

Langzaam draait hij rond, zodat je elke kant goed kunt bestuderen. De mouwloze, wijde en smal toelopende jurk van stijve zwarte zijde die Cristóbal Balenciaga bijna een halve eeuw geleden ontwierp, is even spectaculair als modern. Aan de voorkant loopt de hoge hals uit in twee omhoog stekende punten. Aan de achterkant zitten twee schouderbandjes, in de vorm van kettinkjes met ook zijden punten en daartussen een V-vormig rugdecolleté. Van opzij vormen de punten van de voor- en achterkant een rechte, naar beneden lopende lijn. Een tijdloos wonder van coupetechniek, en een bijna abstract ontwerp, met nauwelijks herkenbare referentie aan de modegeschiedenis, of aan het vrouwelijk lichaam.

Game changers heet de nieuwe expositie in het MoMu in Antwerpen, waarin ontwerpen van Balenciaga centraal staan. Ze worden vergezeld door vrouwenkleding van latere avant-gardistische labels als Comme des Garçons, Maison Martin Margiela, Pierre Cardin, Iris van Herpen en het inmiddels in de vergetelheid geraakte Spaanse Sybilla, plus een enkel vroeger stuk van Coco Chanel of Jean Patou. De ontwerpen zijn ingedeeld naar vorm. Er zijn kasten met kleding met uitvergrote volumes, kleding die bijna tweedimensionaal is, kleding met grote cirkels, en kleding die het lichaam als het ware verandert door er ongebruikelijke vormen aan toe te voegen. Er is aandacht voor kledingstukken die van de schouders afhangen en, uiteraard, voor abstracte mode.

De mode van de Spaanse ontwerper Cristóbal Balenciaga (1895-1972) wordt vaak vergeleken met andere kunstvormen: beeldhouwen, architectuur. In het begin van zijn Parijse carrière – Balenciaga verhuisde in 1937 naar de Franse hoofdstad – had hij succes met jurken met een strak lijfje en een wijde rok, die borst en heupen benadrukten. Maar toen Dior na de oorlog wereldberoemd werd met eenzelfde silhouet (dat toen de naam ‘New Look’ kreeg) zat Balenciaga al jaren op een ander spoor. In 1942 toonde hij zijn eerste coconjurk, waarvoor de inspiratie kwam uit de ‘Japanse’ stijl die Parijse couturiers begin 20ste eeuw omarmden; in 1917 opende hij zijn eerste winkel in San Sebastian, waar hij ontwerpen van onder meer Vionnet en Chanel verkocht. Vanaf het moment dat hij met de cocon kwam, volgde hij het vrouwelijk lichaam steeds minder; zijn kledingstukken hadden eigen, vaak geometrische vormen. De beroemde, extreem wijde babydolljurk uit 1958 is bijna een driehoek.

„Haute couture is een orkest dat wordt gedirigeerd door Balenciaga”, zei Dior eens. „Wij, de andere couturiers, zijn de muzikanten die zijn aanwijzingen volgen.” De dirigent, is de onvermijdelijke conclusie van deze fraaie en serieuze expositie, leidt 44 jaar na zijn dood nog steeds.