Steeds meer kappers, maar vooral aan huis

Kappers Er gebeurt veel in de kappersbranche: er komt meer geld binnen, én er komen steeds meer kappers bij. Zoals zzp’er Babette, die thuis een salon heeft. „Ons mam wast de handdoeken.”

Kapster Babette Brekelmans (24) in haar kapsalon bij haar ouders in huis. „Ik heb hier alles wat een kapperszaak in de winkelstraat ook heeft.” Foto Robin Utrecht

Terwijl een tienjarige in de stoel bezorgd toekijkt hoe kapster Babette Brekelmans (24) de tondeuse op zijn donkerblonde haren zet, bestudeert zijn moeder de prijslijst op de toonbank. „Het is hier veel goedkoper dan bij de kappers in het dorp”, merkt ze op. „En de service is beter. Persoonlijker.”

Vier jaar geleden begon Brekelmans – kapster annex nagelstyliste – haar eigen salon. Gewoon vanuit huis, in een ruimte die voorheen dienst deed als showroom van het bouwbedrijf van haar vader. Waar vroeger voorbeelden stonden van stuc- en metselwerk, staat nu een rits shampooflessen.

Het aantal kapperszaken en schoonheidsspecialisten is de afgelopen vijf jaar met bijna een kwart gegroeid naar 52.000 zaken, blijkt uit cijfers van het CBS. Vooral het aantal zzp’ers, zoals Brekelmans, nam in deze periode toe: ruim 11.000. Dat zijn vooral kappers die een salon aan huis hebben of bij mensen thuis langsgaan.

Daar is niet iedereen in het kappersvak blij mee. Gert-Jan Deben van de Algemene Nederlandse Kappers Organisatie (ANKO) maakt zich zorgen over de grote toename. „Met concurrentie is niets mis”, zegt hij, maar hij vindt het wel belangrijk dat de branche „gekenmerkt wordt door professioneel vakmanschap en niet afglijdt naar een bedrijfstak van bijbaantjes.”

De brancheorganisatie en lokale kappers gingen het afgelopen jaar met gemeentes in gesprek om ze te overtuigen actie te ondernemen tegen deze ‘wildgroei’. „Beleidswijzigingen heeft dat vooralsnog niet opgeleverd, maar de gemeente bewustmaken van de ontwikkelingen is een goede start.”

Kappers kunnen sinds tien jaar vrij aan huis een zaak starten, zonder in het bezit te zijn van diploma’s of certificaten. Daarbij hoeven ze niet aan dezelfde eisen te voldoen als collega’s in een winkelpand. Hierdoor ontstaat volgens Deben een oneerlijke uitgangspositie op de markt, met grote gevolgen.

„In navolging van winkelketens dreigt nu ook de kapper uit de winkelstraat te verdwijnen.”

Dat betekent niet alleen meer leegstand, maar Deben verwacht ook een tekort aan leerwerkplekken, die met name in de grotere salons worden aangeboden.

„Maar knippen is toch geen winkelambacht? Knippen kun je overal”, vindt Jamay Smits (24). Ook hij is zzp’er met een salon aan huis. Of om precies te zijn: in een voormalige paardenschuur achter het huis. „Mijn klanten komen naar mij toe omdat ik echt de tijd voor ze neem.” Een knipbeurt duurt al snel een uur. „Persoonlijke aandacht is voor veel klanten belangrijk, daar hoef ik niet in een duur pand voor te zitten.”

Brekelmans is het daarmee eens. „Ik heb hier alles wat een kapperszaak in de winkelstraat ook heeft”, zegt ze terwijl ze door haar salon kijkt. Alleen een dure droogkap ontbreekt. „Permanenten en watergolven doe ik niet. Dat heb ik op school zo vaak gedaan, dat ik het beu was. Die rolletjes indraaien en zo, niet mijn ding.”

Van de onvrede van kappers in de winkelstraat over de sterke toename van zzp’ers en thuissalons merken beiden niet veel. „Alleen op Facebook plaatsen kappers wel eens onaardige reacties als een thuiskapster om advies vraagt”, zegt Brekelmans. Dat is natuurlijk ook lastig als je alleen werkt: er is nooit iemand om even snel te overleggen. Al gebruikt ze Facebook zelf nooit.

„Iedereen heeft toch een andere mening. Als ik echt advies nodig heb bel ik de noodlijn van L’Oréal. Die is daar speciaal voor bedoeld.”

Smits gebruikt Facebook en Whatsapp alleen om op de hoogte te blijven van de laatste ontwikkelingen, en het contact met klanten te onderhouden. „Leren is een kwestie van doen.”

‘Hét moment om iets op te zetten’

Tijdens de economische crisis gaven mensen minder geld uit aan de kapper. Ook in de salon in Tilburg, waar Brekelmans tot 2011 werkte, werd het rustiger. „Ik roep al vanaf mijn vierde dat ik een eigen salon wil. Dus toen mijn contract niet verlengd werd, dacht ik: dit is hét moment om iets op te zetten.”

Het voordeel van een salon aan huis zit hem in lagere vaste lasten, zegt Brekelmans. „Een pand in het centrum kost minimaal duizend euro per maand. Het enige wat ik hier betaal, is een vergoeding van 250 euro aan mijn ouders. Dat heb ik zelf voorgesteld. Ik maak toch gebruik van de ruimte, en gas, water en licht. Ons mam wast zelfs de handdoeken van de salon.” Een knip- en wasbeurt voor dames kost bij Brekelmans zeventien euro. Bij een reguliere salon is dat volgens haar al snel vijfentwintig euro.

Ook Smits heeft voordeel van een eigen salon aan huis. „Als ik niet voor mezelf was begonnen, had ik nooit mijn hele studie zelf kunnen betalen.” Hij combineert zijn werkzaamheden als kapper met een studie rechten. Het kappersvak wordt zwaar ondergewaardeerd, vindt hij. „Wat bazen hun personeel aan salaris betalen, is schandalig weinig. Dat staat niet in verhouding tot de belasting die je betaalt. Bovendien is het ook geestelijk best een zwaar beroep. Het vergt veel concentratie en geduld.”

Dat het kappersvak als zzp’er niet alleen voordelen heeft, merkte Brekelmans na een auto-ongeluk in november. Ze bleef daarna langere tijd rug- en nekklachten houden. ‘Veel rust nemen’ adviseerde de fysiotherapeut. Sindsdien werkt ze minder en moet ze af en toe een afspraak verzetten. Maar bang dat klanten nu massaal overstappen naar een andere kapper is ze niet. „Als mensen tevreden zijn, komen ze uiteindelijk toch wel weer terug.”