Economie groeit komende vier jaar langzaam verder

Met bescheiden groei van gemiddeld 1,8 procent per jaar houdt economisch herstel aan, voorspelt Centraal Planbureau.

Winkelend publiek op de Lijnbaan in Rotterdam. Foto ANP / Robin Utrecht

Met een bescheiden groei van gemiddeld 1,8 procent per jaar houdt het economisch herstel gedurende de komende kabinetsperiode aan. Het overheidstekort zal, bij ongewijzigd beleid, in 2021 zijn omgebogen in een overschot van 0,6 procent en de werkloosheid daalt langzaam, maar niet spectaculair verder, tot 5,5 procent van de beroepsbevolking.

Dat zijn de belangrijkste conclusies van de Middellangetermijnraming die het Centraal Planbureau woensdag publiceerde. Deze studie is traditioneel de basis voor de partijprogramma’s voor de volgende Tweede Kamerverkiezingen, uiterlijk in maart volgend jaar.

Het CPB waarschuwt voor „grote internationale onzekerheden” die de economie de komende jaren negatief kunnen beïnvloeden. Denk aan aanhoudende terroristische dreiging, een nieuwe schuldencrisis, het mogelijke uittreden van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie en tegenvallende groei in China en andere zogeheten opkomende landen.

Met een gemiddelde groei van het bruto binnenlands product van 1,8 procent in de jaren 2018-2021 spreekt het planbureau van een „lichte inhaalgroei” na de crisisjaren sinds 2008.

Ondanks het stevige herstel van de overheidsfinanciën, van een tekort in de afgelopen jaren van gemiddeld 2,4 procent tot een klein overschot van 0,6 procent in 2021, profiteren de meeste Nederlanders daar nauwelijks van. „Huishoudens kunnen in de jaren 2018-2021 niet rekenen op koopkrachtstijging”, schrijft het CPB. Dat geldt zowel vooral voor gepensioneerden en uitkeringsgerechtigden. Mensen met een baan zullen hun koopkracht licht zien toenemen.

De inkomensongelijkheid, naast de bestrijding van de werkloosheid een ander belangrijk strijdpunt van het huidige kabinet Rutte II, zal na 2021 verder toenemen tot 3,2 procent. Dat wordt met name veroorzaakt door de toename zijn de tariefsverlagingen op de inkomstenbelasting in de tweede, derde en vierde schijf, de beperking van de zorgtoeslag en een versobering van de bijstand. Daarentegen verkleint de afbouw van de hypotheekrenteaftrek de inkomensongelijkheid wel weer iets.