De waanzin van de liefde in huppelpasjes

Als je niet naar Het jaar van de kreeft gaat kijken, ben je een dief van je eigen geluk.

De man en de vrouw kijken elkaar aan en gaan dan springen. Hupjes, met twee voeten tegelijk. Ze zijn vrolijk en hun dansje is vrolijk makend. Ze gaan maar door, op de beukende noten van de pianist aan de vleugel. Aan hun plezier komt geen einde.

Wil je me nog steeds, vraagt ze. Alleen maar meer, antwoordt hij. Ze duwen op elkaar in, met handen op de rug. Tot twee keer toe verklaart zij dat ze dit nooit doet, dat ze trouw is. Als hij ligt tast ze met haar voet zijn lijf af, wurmt een been er in zijn broekspijp bij. Dan raken ze verstrengeld. Na afloop prijs hij haar kut, zij zijn lul.

Wondermooi is die uitbeelding van de aantrekkingskracht en verkennende erotische handelingen tussen deze man en vrouw in de openingsscènes. Vanaf dat moment weet je dat Het jaar van de kreeft, de toneelversie van de roman van Hugo Claus, een traktatie zal zijn. Vederlicht, frapperend en vloeiend, in de vaste hand van regisseur Luk Perceval. Hij had een idee, een gewaagd idee: niet imiteren, maar transformeren; de geest, de ziel van het werk van een ander genie eren door de schoonheid van het lichaam op de plaats van de woorden te zetten. Die operatie is volmaakt geslaagd.

Claus was een dichter die schitterende erotische poëzie schreef (‘Haar nagels naderen mijn hout,/ haar klauwzeer nadert mijn jachtige huid,/ Als een jachthoorn hangt zij in mijn haar te tuiten’). Die poëzie perst Perceval in de bewegingskunst van de twee formidabele acteurs van Toneelgroep Amsterdam: Maria Kraakman en Gijs Scholten van Aschat.

In de verfilming uit 1975, drie jaar na de verschijning van de erotische roman, speelden bink Rutger Hauer en deerne Willeke van Ammelrooy de hoofdrol. Wat Kraakman en Scholten van Aschat op die twee achterlopen aan glamour maken ze meer dan goed met de intensiteit van hun rauwe botsingen en hoekige omhelzingen, met haar ontwapenend gekke dansjes en zijn smachtende blikken.

Het verhaal is ondergeschikt geworden aan het fysieke spel van dit magnetische duo, maar in de slimme bewerking verliest het weinig van zijn kracht. De tekst wordt gevormd door precieze uitsnedes uit het boek. Deels in puntige dialogen, deels indirect, met Scholten van Aschat als verteller. Een jonge getrouwde vrouw beleeft een affaire met een oudere, rijke man en die relatie doorloopt na het vurige begin verschillende stadia: gekwetst raken, afstoting, verdiepte genegenheid. Onvermijdelijk komt het moment dat seksuele triomfen niet volstaan, omdat een mens meer wil dan zijn lust vieren. Dan volgt onthechting en ressentiment.

De stilte trilt mee

Van kardinaal belang is hoe daarbij de live gespeelde soundtrack van pianist Jeroen van Veen is geïntegreerd. Hij vormt in de voorstelling een onmisbare derde stem met zijn afwisseling van herfstnoten, vrolijke noten, speelgoednootjes, stormnoten en melancholieke noten, die soms een fundament voor de grillige emoties van de geliefden leggen en er andere keren alleen maar omheen krullen. Als zijn piano zwijgt, trilt zijn stilte mee.

De enige misser is het decor van mannelijke opblaaspoppen. De opblaaspop verwijst naar seks uit een ander domein: van koude wanhoop en doodsheid. Terwijl deze twee zich juist zo vastklampen aan het leven, aan de ander. Hun wanhoop is anders, want die ontstaat uit teleurstelling over wat de ander doet, die weer wordt gevoed door projectie en verwachtingen, doordat na de seks de wens komt de ander blijvend te bezitten.

Wat zo knap is aan deze adembenemende dansante voorstelling is dat Perceval de onberedeneerbare kant van liefde en seks weet te raken. Dat deel waar je met je verstand niet bij kan. Met haar ongekunstelde – maar ongetwijfeld nauwkeurig gechoreografeerde – huppelpasjes tekent Kraakman de waanzin van de liefde voor iedereen uit. Een laaiende vrouw met schaterend haar, zou Claus zeggen, veranderlijk en wisselvallig.

Zie de ontreddering en trots in de blik van Scholten van Aschat als zij een laatste keer in zijn armen valt. Zie hoe hij als een duikende zwemmer traag over haar neerstrijkt. Zie hoe Kraakman lasso draaiende polsbewegingen maakt. Zie hoe ze plat op de grond ligt en er een glimlach op haar gezicht groeit als ze eindelijk klaar komt. Er is veel te zien in Het jaar van de kreeft. Als je niet gaat kijken, ben je een dief van je eigen geluk.