De dood was gul met Pasen

peterwinnen0

Het was een tragisch ongeval; niemand had schuld. Zo vatte José Been, publiciteitsvrouw van de wielerploeg Wanty-Groupe Gobert, het samen op een persconferentie.

Ploegleider Hilaire Van der Schueren gaf, hevig geëmotioneerd en in

suggestieve bewoordingen weer hoe hij zijn renner aantrof op het asfalt. Dat het zeer ernstig was. Dat Antoine Demoitié kort daarvoor de wagen geroepen had voor een paar bidons. En dat dit dus zijn laatste woorden waren.

Vragen om bidons zijn mooie laatste woorden. In een bidon zit veel hoop.

Wat tot nu bekend is: Antoine Demoitié huisde in de derde waaier van een winderige Gent-Wevelgem. Een kwartet wielrenners kwam ten val. Een motard kon het kluwen niet meer ontwijken en kwam met machine en al terecht op het hoofd van de jongen die nog in de lente van zijn carrière zat.

Vragen om bidons zijn mooie laatste woorden. In een bidon zit veel hoop.

Als het om doden gaat hebben we graag een schuldige bij de hand. Het probleem is dat er geen schuldige is. De motard was ervaren en voorzichtig. Een liefhebber die de renners net een fractie meer liefhad dan de knalpijp tussen zijn enkels.

Ook al zijn ze niet symbolisch, toch krijgen gebeurtenissen vaak een symbolische betekenis. Een luide roep weerklinkt uit het peloton om het aantal motoren in koers drastisch te beperken. Het Duitse sprintkanon Marcel Kittel roept in een soort van open brief de internationale wielerunie op minstens evenveel aandacht te besteden aan de directe veiligheid van wielrenners op de weg als aan het voortvarende antidopingbeleid.

Inderdaad is er in de recente geschiedenis een aantal wielrenners van de weg gemaaid door motards die ofwel onervaren en onvoorzichtig waren ofwel andere dringende dingen te doen hadden. Misschien zijn sommige dringende dingen wel belangrijker geworden dan de koers – je weet het niet.

Ik koerste in de jaren tachtig. De vloot motards in en rond de koers was overweldigender dan nu. Maar ik heb me nooit onveilig gevoeld. Het hele zaakje bewoog zich voort als een rollende hooibaal. De motards zaten veel dichter op de renners dan nu, en de renners zaten dientengevolge ook veel dichter op de motards. Zolang je tussen de motoren zat, was je nog in koers. De motoren maakten de wereld draaglijk en vertrouwd.

In goedertierenheid zendt de Vlaamse televisie in de aanloop naar de Ronde van Vlaanderen oude maar integrale beelden uit van gedenkwaardige edities. Maandagnacht zag ik ‘rechtstreeks’ de finale van de in regen verzopen Ronde van 1985. Prachtige helikopterbeelden. Door de vochtaanslag op de cameralens kon je de coureurs alleen vermoeden. Wat nog coureur was, was omringd door een vaag patroon van zwarte stippen: de motards.

Ongeveer op hetzelfde tijdstip moet mijn uiterst gezond levende trainingsvriend P. zijn overleden. Zonder overleg hield zijn hart ermee op. Ja, de dood was gul deze Pasen.