Dansers HNB tonen Cruijffiaanse bravoure

Het Nationale Ballet danst Apollon Musagète van George Balanchine foto Angela Sterling

Onvermijdelijk dringt de vergelijking zich aan je op, kijkend naar het kleinere voetenwerk van de mannen in Best of Balanchine van Het Nationale Ballet. Hij werd immers vaak een balletdanser genoemd, Johan Cruijff, en alle beelden die vorige week werden herhaald, lieten zien waarom. Vederlicht, elegant en met een bijna terloopse trefzekerheid aaiden en tikten zijn voeten de bal, net zoals de mannen van HNB de lucht strelen of doorsnijden in een programma rond de Russisch-Amerikaanse meesterchoreograaf George Balanchine.

Cruijffiaanse bravoure is ook te zien in de Tarantella Pas de deux (1964), een première voor HNB. Een galanummer dat met zijn ‘Siciliaanse’ kostuums en tamboerijntjes waarschijnlijk volgens scherpslijpers der goede smaak beter achterwege gelaten had kunnen worden, maar door liefhebbers wordt ervaren als lichte spoom tussen de drie gangen van een viersterrendiner.

Dat lichte geldt overigens niet voor Maia Makhateli en Remi Wörtmeyer, die zich het vuur uit de sloffen moeten dansen om de technisch loodzware, razendsnelle combinaties van passen, kleine en grotere sprongen binnen de muziek én exact volgens de regelen der balletkunst én met speelse luchthartigheid uit te voeren. Ze slagen met vlag en wimpel.

Het hoofdprogramma toont de breedte van Balanchines oeuvre, met referenties aan het tsaristische ballet in Theme and Variations (1947), neoklassieke vernieuwing uit de Diaghilev-periode in Apollon Musagète (1928) en ten slotte ‘absolute dans’ in Stravinsky Violin Concerto (1972), dat met zijn gebroken lijnen en extreem doorgetrokken poses als voorbode kan worden opgevat van het deconstructivisme van William Forsythe. Alle drie reprises, alle drie waard vele malen te worden gezien.

Met strak gerepeteerde groepsdelen toont het ensemble zich in goede staat. Het solistentableau blijft kwetsbaar, maar er zijn ook nu een paar solistische uitblinkers, onder wie genoemde dansers. In Theme and Variations is Anna Ol in alles secuur en verzorgd, met opvallend mooie, zangerige armen. Young Gyu Choi demonstreert in Violin Concerto zijn ongelooflijke precisie en fluwelen sprongkracht, die hij koppelt aan de licht ironische sportiviteit die bij dit ballet hoort.

De uitvoering van Apollon Musagète ontbeert een echt Balanchinesk karakter. Artur Shesterikov portretteert Apollo bekwaam, maar nogal vlak en onpersoonlijk. Daardoor mist ook zijn relatie tot Terpsichore, de muze van de dans, de goddelijke inspiratie. Gelukkig geeft Sasha Mukhamedov als Terpsichore de solo waarmee zij haar favorietenstatus wint wel vaart en sprankeling.