Bij concert Tal National vervaagt de grens tussen muzikanten en publiek

Het podium lijkt voor hen een obstakel. Veel liever dan daar rustig te spelen duiken de leden van de Afrikaanse band Tal National het publiek in om dans-battles te houden. Maar de toeschouwers in Rasa Utrecht zijn op dat moment nog niet zo ver. Want het vurige tempo van de liedjes van Tal National wordt bij dit concert in eerste instantie nog te vaak onderbroken voor aardige, maar vertragende praatjes tussendoor over de muziekcultuur van Niger. Pas na ruim een uur, wanneer de muzikanten niet meer praten maar spelen, liggen podium en dansvloer eindelijk in elkaars verlengde.

Met een mengeling van de meest dansbare stijlen uit West-Afrika weet Tal National heel goed hoe het een feestje moet bouwen, maar op tournee is de band niet zo flexibel als op plaat. De populairste band van Niger bestaat uit zo'n dertien muzikanten, maar heeft vliegtickets gekocht voor vijf. Dat betekent dat er één gitaar is, in plaats van de drie verschillende snaarinstrumenten, die op plaat met in elkaar grijpende ritmes een soulvol geluid weten te creëren.

Ook de vrouwelijke zang die op het album voor een fijn afrobeat-gevoel zorgt, ontbreekt. Het vijftal wordt daarnaast live nog iets verder beperkt door een niet al te vaardige percussionist op de talking drums.

Dat zijn kleine mankementen, maar zelfs als vijftal heeft Tal National nog veel in zijn mars. De band is trots op de verschillende bevolkingsgroepen die ze vertegenwoordigd. Zo is er Toeareg-gitaar, de constante roffel van de Fulani drummer en de zang in de traditie van de Mali-blues.

Als tegen het einde van het concert het ritme even snel en organisch begint te variëren als op het album Zoy Zoy, durft een toehoorder zelfs spontaan achter de microfoon de complexe beats van koebelpercussie te voorzien. Eindelijk is het gewenste effect daar: de grens tussen publiek en muzikanten vervaagt.