Auw. Opnieuw pijn aan je pensioen

Vijf vragen over korten op de pensioenen De lage rente drukt op het vermogen van pensioenfondsen. De enige echte oplossing is hervorming van het stelsel.

Illustratie Pepijn Barnard

De vijf grootste pensioenfondsen van Nederland doen het niet goed. Hun vermogensdekking dalen en zijn onder de kritische grens beland. Het gevreesde woord valt weer: de pensioenen moeten waarschijnlijk gekort. Woensdagmiddag debatteert de Tweede Kamer over een herziening van het pensioenstelsel.

1. Wat is er aan de hand met de pensioenfondsen?

Veel pensioenfondsen staan er inderdaad slecht voor. Vier van de vijf grootste fondsen hadden in februari een dekkingsgraad (verhouding tussen hun vermogen en de pensioenuitkeringen van nu en later) van minder dan 90 procent. Nederlands grootste fonds ABP (overheid en onderwijs) zit op 88 procent. Het op een na grootste fonds Zorg en Welzijn zit op 87 procent en de metaalfondsen PMT en PME zitten beiden op ruim 89 procent. Alleen het fonds voor de Bouw, een rijker fonds, zit nog op een ruime 102 procent.

De dekkingsgraad moet van de toezichthouder, De Nederlandsche Bank (DNB), minimaal 105 procent zijn. Als pensioenfondsen onder de kritische grens van 90 procent zakken, moeten ze korten om te herstellen. Niet direct, want de toezichthouder kijkt naar de gemiddelde dekkingsgraad over de laatste 12 maanden op de laatste dag van het jaar. Als de dekkingsgraden van de fondsen op 31 december dus niet zijn verbeterd, en die kans is reëel, moeten ze in 2017 korten.

2. Waarom zijn de dekkingsgraden zo laag?

De nationale pensioenpot is niet leeg. Het totale vermogen van Nederlandse fondsen is tussen 2006 en eind vorig jaar gestegen van ongeveer 540 naar 1.310 miljard euro, volgens cijfers van DNB. Als je het vermogen van pensioenverzekeraars meerekent, gaat het zelfs om 1.450 miljard euro. Alleen, dat geld moet eerlijk verdeeld worden tussen de huidige en toekomstige gepensioneerden. Omdat mensen steeds ouder worden moeten fondsen steeds meer geld vasthouden voor later. Veel belangrijker nog is de strenge rekenrente waarmee fondsen hun dekkingsgraden berekenen. Als die rente laag is, zoals nu, moeten ze meer geld reserveren voor toekomstige pensioenuitkeringen. DNB heeft de rekenrente vorig jaar verlaagd, op basis van de lange rente in de markt. Het lagerentebeleid van de Europese Centrale Bank om bestedingen te stimuleren, drukt de dekkingsgraden van fondsen verder omlaag. Veel fondsen hebben zich ook niet afgedekt tegen het risico van langdurige lage rente.

3. Wat betekent het korten voor mijn portemonnee?

Het hangt af van het type pensioenfonds en of het rijk of arm is. Veel bedrijfspensioenfondsen van grote ondernemingen kunnen de pensioenen wel aanvullen. Bedrijfstakfondsen voor hele sectoren staan er financieel vaak niet zo denderend voor. De kortingen treffen direct ook een groot deel van de Nederlanders. Stel dat ABP, Zorg en Welzijn, PMT en PME volgend jaar moeten korten, dan gaat het al over bijna 7 miljoen deelnemers.

Gepensioneerden voelen dat direct in hun portemonnee, bij werkenden wordt een stukje van het spaargeld geschraapt. De pijn is alleen niet zo groot als veel mensen denken. Het gaat mogelijk om tienden van procenten tot misschien enkele procenten. Die kortingen mogen de fondsen volgens nieuwe regels uitsmeren over tien jaar. Per saldo zal het neerkomen op een korting van enkele euro’s per maand. Maar die korting komt wel bovenop de gemiste correctie voor inflatie van vele jaren. Veel fondsen hebben al lange tijd geen pensioenen meer verhoogd om de koopkracht op peil te houden. In tijden van bijna geen inflatie, zoals nu, maakt dat minder uit voor gepensioneerden. Maar bij ABP bijvoorbeeld is de gemiste inflatiecorrectie door de jaren heen opgelopen tot bijna 12 procent en bij Zorg en Welzijn tot 13 procent.

4. Kan er iets gedaan worden om korten te voorkomen?

Op korte termijn niet veel. Staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken, PvdA) heeft eerder gezegd te willen kijken naar koopkrachtherstel voor gepensioneerden. Hierbij kun je denken aan meer fiscale ouderenkorting of verhoging van de AOW – al is die laatste optie al snel duur. Een andere optie is dat fondsen in onderdekking nog langer mogen doen over herstel. Of dat ze meer beleggingsvrijheid krijgen, maar dat brengt ook risico’s met zich mee. Het wachten is op de aangekondigde hervorming van het pensioenstelsel. Het kabinet komt later dit jaar met een voorlopige uitwerking. De Pensioenfederatie, de koepelorganisatie van fondsen, is voorstander van een variant die de Sociaal Economische Raad (SER) momenteel onderzoekt. Het gaat om individuele pensioenpotjes die wel collectief worden belegd om de risico’s te delen. In een dergelijk systeem laat je alle gezamenlijke pensioenbeloften los en zijn dekkingsgraden niet meer nodig. Maar de discussie over de hervorming sleept zich al jaren voort. De vraag is of dit kabinet vóór de verkiezingen nog grote stappen zet.

5. Kloppen de geruststellende woorden van pensioenfondsen?

Als je stopt met werken, krijg je nog altijd gemiddeld drie keer je pensioeninleg terug, zei Zorg en Welzijn eerder. Vaak vier keer, zei ABP, zelfs als we je pensioen je leven lang niet verhogen, wordt je inleg alsnog verdubbeld. Dat klinkt als wervende reclame – terwijl de meeste werknemers hun pensioenfonds niet eens kunnen kiezen. Los van de alarmerende dekkingsgraad heeft Zorg en Welzijn over langere periode een rendement van ruim 8 procent. Een verpleegster die samen met haar werkgever over 39 jaar 84.000 euro aan premie inlegt, bouwt zo een pensioenpot op van 290.000 euro, zegt Zorg en Welzijn. De boodschap is dat pensioensparen (waarbij je de beheerkosten en risico’s gezamenlijk deelt) goedkoper blijft dan zelf geld beleggen of sparen – zeker met deze lage rente. Een relativerende gedachte is dat de rest van de wereld jaloers is op onze fondsen. Op Denemarken na heeft Nederland het beste pensioenstelsel ter wereld, volgens de ranglijst van Mercer.

Dit is een aangepaste versie van een eerder verhaal op nrc.nl