Animo referenda neemt af bij hoogopgeleiden

SCP-rapport Vooral PVV’ers en SP’ers enthousiast over volksraadpleging.

Foto ANP / Lex van Lieshout

Referenda leken eerder een hebbedingetje van de intellectuele, progressieve elite. Nu zijn volksraadplegingen vooral populair onder lager- en middelbaar opgeleiden. Kiezers van SP en PVV zijn het meest enthousiast over referenda. De achterbannen van D66 en met name GroenLinks zijn juist steeds minder positief. Dat blijkt uit het kwartaalrapport Burgerperspectieven van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

Volgende week woensdag wordt een raadplegend referendum gehouden over het associatieverdrag tussen de Europese Unie en Oekraïne. De SP en PVV voeren, met de Partij voor de Dieren en 50Plus, campagne tegen het verdrag. De andere partijen raden aan voor het verdrag te stemmen.

Sinds 1972 is kiezers in allerlei onderzoeken de stelling voorgelegd: „Over sommige, voor ons land belangrijke beslissingen moet door de kiezers zelf worden gestemd, het zogenaamde referendum.”

Er is altijd een meerderheid voor dat standpunt geweest. Volgens de laatste cijfers, over 2014-2015, is 81 procent van de bevolking voor.

Bij CDA-kiezers is de minste animo voor referenda, al is een meerderheid wel voor de mogelijkheid. Met VVD, ChristenUnie en SGP stemde CDA tegen de wet die raadplegende referenda sinds vorig jaar mogelijk maakt.

Onder GroenLinks-aanhangers is nog minder behoefte aan referenda dan onder VVD’ers, terwijl onder de voorlopers CPN, PPR en PSP juist het meeste geloof in referenda was.

Bij D66 is de dalende lijn iets minder steil, maar ook daar is de steun voor referenda afgenomen tot onder de 70 procent. SP en PVV zijn in 2012 voor het eerst gemeten.

Het SCP verklaart dat „het referendum vooral populair is bij kiezers van partijen die zichzelf afficheren als protest- of vernieuwingspartijen. Het referendum past in kritiek op de gevestigde politieke orde en in pleidooien voor meer democratie”.

Het SCP meet ook apart wat mensen vinden van de stelling: „Het zou goed zijn als burgers meer konden meebeslissen over belangrijke politieke kwesties.” Een meerderheid van 65 procent is daar voor. Die uitslag is uitgesplitst naar opleidingsniveau. Daaruit blijkt dat lager- en middelbaar opgeleiden in meerderheid positief zijn over burgerinspraak, terwijl dat onder universitair geschoolden nog geen 20 procent is.