Altijd maar klaarstaan

‘Mantelzorger’ Malou van Hintum beschreef (26/3) hoe de zorg voor haar zieke vader haar dreigt op te breken. Er kwamen veel reacties binnen.

Als dochter moet je er zijn

Ik moet huilen van herkenning bij het artikel van Malou van Hintum. Mijn vader is overleden, maar ik voel weer alle frustratie, stress en druk uit de tijd dat ik de mantelzorg voor hem moest combineren met een veeleisende baan en een gezin. Het was niet te doen. Meest frustrerend is de vanzelfsprekendheid waarmee zorgverleners ervan uit gaan dat je als dochter continu beschikbaar bent. Hoezo nog werk en kinderen? Geen boodschap aan. Of is het vooral schuldgevoel dat je er niet altijd kunt zijn voor je vader, en dus een slechte dochter bent? De lijst met taken die ‘voor de familie’ zijn moet heroverwogen worden in het licht van de toenemende arbeidsparticipatie van vrouwen die in de leeftijd van zorgende dochters zijn en op die leeftijd nog een gezin hebben.

Vader hoort in verpleeghuis

Het is waar dat zorginstellingen de neiging hebben gemakzuchtig te zeggen ‘dat is een taak voor de familie’ – zelfs in verpleeghuizen.

In het verhaal van mevrouw Van Hintum over de thuiszorg ligt dat anders. Thuiszorg is bedoeld voor mensen die nog in staat zijn zelfstandig te wonen, maar wel hulp nodig hebben. De vader van Milou van Hintum is niet meer in staat thuis te wonen en moet dus naar een verpleeghuis.

Een goed functionerend verpleeghuis doet weinig beroep op familiehulp – en zeker niet om naar de apotheek te gaan of de patiënt in bed te leggen. En als er een wachttijd is voor opname in een verpleeghuis, kan zonder veel problemen pgb-geld worden aangevraagd om hulp in huis in te huren.

A.G.Sciarone

Zelf beter regelen

Voor eenvoudige klusjes als recepten ophalen en vervoer naar het ziekenhuis moet je het halve land door. Het bevreemdt Malou van Hintum dat de thuiszorg dit een taak van de familie vindt en ze verwacht blijkbaar dat de thuiszorgmedewerker dit doet. Maar deze krijgt dat niet vergoed van de verzekeraar. En ‘even dit’ of ‘even dat’ leidt tot vele niet-declarabele uren. Het is ook niet afgesproken, gezien de lijst met ‘familietaken’ die Van Hintum vooraf zeker ontvangen heeft. Professionele zorg is aanvullend.(...)

Van Hintum had misstanden in de thuiszorg aan de kaak kunnen stellen (bureaucratie, opgeknipte zorg) of haar lezers kunnen adviseren. Dat is zinvoller dan twee pagina’s frustratie over zorgverleners, terwijl je het zelf niet hebt afgesproken of geregeld.

Arno de Vries werkzaam in de thuiszorg

De overheid rekent zich rijk

Zeer herkenbaar, het artikel van Malou van Hintum. De overheid rekent zich rijk met familie die wel zorgt voor de ouderen. Ze denkt vanuit de tijd toen ouders tien kinderen hadden in hetzelfde dorp. (...) Toenemend zijn vergrijsde gehuwden beiden op zorg aangewezen. Ze hebben weinig kinderen, die ver weg wonen – als het al in Nederland is. De sociale kring is opgedroogd door het langzaam hulpbehoevend worden, of is zelf even hulpbehoevend. Zelfs de zorgformulieren zijn daar nog niet op ingesteld. Er bestaat in het digitale patiëntendossier geen vakje om te melden dat de partner/broer/kind óók in een rolstoel zit, of hartpatiënt is, of epileptisch, of mentaal beperkt. Dat deze niet steeds kan opdraven, dus. De overheid rekent zich rijk met zorgbehoeftige ‘gevallen’ die allemaal een batterij springlevende kerngezonde hulpgrage familieleden en vrienden om zich heen hebben op loopafstand om voor die ene zorgbehoeftige iets te doen. Daarom kan er ook zoveel bezuinigd worden.

Yosé Höhne-Sparborth

Het kan ook anders

De bezuinigingen in de zorg hebben hard toegeslagen. Mijn ouders verblijven in een verzorgingshuis, ieder in een andere kamer.

Vader is bedlegerig en wordt dagelijks tegen het middaguur ‘gewassen’ met een vochtig doekje. Moeder is halfzijdig verlamd en kan niet zelfstandig naar het toilet. Op een bel wordt traag gereageerd. (...) Het kan ook anders. Ik werk als verpleegkundige op een woonvoorziening voor ernstig meervoudig beperkten. Wij hebben wél tijd voor ziekenhuisbezoek met de bewoners. Ook gaan we met ze naar de tandarts, huisarts en kapper. Voor de mensen waarbij dat te bezwaarlijk is, komt de huisarts, kapper, masseur en pedicure gewoon op de woonvoorziening. Ik hoop dat de bezuinigingsronden aan mijn werkadres voorbij gaan.

Ans Korver, Hoogkarspel

Erken dan: het leven is eindig

Is het ook niet de taak van de familie om te accepteren dat het leven eindig is,

dat het ‘op’ is, zoals Jan Wolkers zei.

Huur voor de laatste moeilijke periode een verpleegkundige in die je helpt om zonder de

medische ‘dictatuur’ op een natuurlijke manier aan het einde te komen. (Veel oudere mensen hebben een huis of geld op de bank).

Ineke Marsman