Woorden, woorden

Op Eerste Paasdag ging ik wat drinken met vrienden, en hoewel we ons best deden om opgewekt te zijn en het over verstopeieren te hebben, ging het al snel over Brussel. „Ik ben altijd zo somber na een aanslag”, zei een vriend, „en niet alleen om de voor de hand liggende redenen; de doden, de verdeeldheid, de angst. Wat me ook verdrietig stemt, is dat alles al gezegd lijkt. We lezen overal reacties die niet meer dan een herhaling zijn van de opinies die we na de aanslagen op Charlie Hebdo en Parijs tegenkwamen.”

Een vriendin knikte. „Hoe genuanceerd je ook bent, wat voor eyeopener je ook de wereld in slingert: de terreur neemt toe, de polarisatie wordt met de dag groter. Hadden we net zo goed niets kunnen zeggen.”

Ik moest denken aan de middelbare school. Daar werd bij elke repetitie of werkstuk vooral gevraagd naar je mening. Je kreeg eerder een cijfer voor argumentatie dan voor feitenkennis. Wij, in het Westen, zijn opgevoed met een heilig geloof in het hebben van een mening.

Je kreeg eerder een cijfer voor argumentatie dan voor feitenkennis

Na de aanslagen in Brussel volgde een opinielawine. Waarom de daders barbaren waren, waarom we niet bang hoefden te zijn, waarom dit niets over de islam zegt, waarom dit alles over de islam zegt, en ga zo maar door. Maar de enige beloning die we kregen voor het hebben van een mening, was de illusie de werkelijkheid tijdelijk te hebben bezworen. De meerderheid van de Tweede Kamer blijft achter het bombarderen van IS staan. En ook al zijn er veel stemmen opgegaan, nog steeds is Nederland geen politiestaat. We zijn even veilig en onveilig als voor we onze mond opentrokken.

Op slechte dagen krijg ik het gevoel dat het hebben van een mening niets meer uitricht. Op nog slechtere dagen moet ik denken aan de bijbelse stad Babel. De wereld droop nog wat na van de zondvloed, de mensheid sprak dezelfde taal en was verenigd onder één leider. Ze wilden een toren bouwen die tot de hemel zou reiken. God werd kwaad en sloeg hen met spraakverwarring, waardoor ze verdeeld raakten en de toren onvoltooid bleef.

Momenteel is er een kloof aan het ontstaan tussen woorden en gebeurtenissen. De woorden zijn aan de verliezende hand. De opvattingen vliegen ons om de oren, en het enige wat ze bewerkstelligen, is hardhorendheid. We proberen met onze statements een toren te maken waarin we ons veilig kunnen wanen, maar het bouwwerk stort om de paar maanden in. Onze enige reactie is de toren te herbouwen, met precies dezelfde materialen, in de hoop ooit tot de hemel te komen..