Terwijl u zich wentelt in egoïsme en zelfbeklag…

Door mijn huis slingert een brief uit 1959 over een zakelijke affaire. Afzender is R. Zuidema. Die neemt de vrijheid gegevens over kantooruren toe te zenden en sluit de brief trefzeker af. ‘De hoop uitsprekende U op deze manier van dienst te zijn geweest reken ik het tot een eer mij, met gevoelens van de meeste hoogachting jegens U, Zeer Geachte Heer, van U te noemen de dienstvaardige R. Zuidema.’

maximefebruari0

Ja, potjandorie, denk ik, zo moet dat! Die toon van toewijding, die bereidwilligheid en nederige attitude! Zien jullie dat, lamlendige eenentwintigste eeuwers met je millennium dat al mislukt is voor het is begonnen? Ziet u dat, decadente en atavistische krantenlezer met uw modern-barbaarse zelfzucht en uw eigenwaan? Of, ‘ziet U dat’, zo zou ik dat eigenlijk moeten schrijven, nu ik zo goed ben nette manieren bij te brengen aan de hopeloos verdoolde rasploert die U bent.

Zelf heb ik, en God is mijn getuige, mijn leven lang geprobeerd een slecht mens te worden. Kritisch, chagrijnig, niet gauw tevreden en altijd op zoek naar meer.

Maar opeens is dat voorbij. Onaangekondigd is een helder licht in mij ontstoken en tevreden stel vast ik dat ik niet de enige ben die straalt. Overal zie je opeens denkers die, dienstbaar en nederig, bereid zijn moreel leiding te geven aan dit platte, volgevreten, haastige, wantrouwige en depressieve volk.

Kijk maar, volgens een foldertje in mijn brievenbus gaat de filosoof Badiou de liefde opnieuw uitvinden. Want die liefde verdwijnt en wordt bedreigd. En dat is allemaal uw schuld, u, schijterige contemporain, met uw angst voor risico’s. U hebt niet lief – dat zult u niet ontkennen – en u bent te berekenend en te beroerd om een avontuur met iemand aan te gaan. ’Het hedendaagse Westen is in de ban van een verlangen naar comfort, veiligheid en zelfbescherming.’

Een filosoof met een boek over uw gejakker en gejaag

En, ja, hier. Nog een filosoof die een boek over de liefde schrijft, in reactie op de angstculturen in het Westen. En hier. Een filosoof die u laat weten dat u er een ‘vermoeide samenleving’ van hebt gemaakt. ‘De 21ste eeuw staat in het teken van neuro-aandoeningen: depressie, ADHD, borderline en burn-out’. Hier. Een filosoof met een boek over uw gejakker en gejaag. ‘Onze tijd wordt obees’. Dus ziet u nou zelf ook wel dat u zich hebt ontwikkeld tot een angstig, naar, humeurig mens? U mag zich verdorie wel gelukkig prijzen dat zoveel grote denkers zich over u ontfermen. Minkukel.

De denkers winden er terecht geen doekjes om. Ik blader nog wat verder door de flapteksten van boeken. ‘Betekenisvol leven’, lees ik, ‘is diepgaand problematisch geworden.’ ‘In de huidige samenleving is het ieder voor zich en niemand voor ons allen.’ ‘Om je heen wordt de hufterige, asociale mentaliteit steeds heviger zichtbaar.’ En dat komt door ‘de huidige borderlinegesteldheid van dreigende verbrokkeling, impulsiviteit en zinloosheid’.

Als je niet beter wist, zou je denken dat al die filosofen, psychiaters en sociologen collectief aan het radicaliseren waren geslagen. Zoveel wantrouwen ten aanzien van de samenleving, zo weinig geloof in de medemens, zoveel boosheid over het overheidsbeleid: onder buurtwerkers heten dit overduidelijke signalen van extremisme en radicalisering. Maar dat zijn ze niet! In het geval van de sociologen en de filosofen wijzen ze op diepgevoelde liefde voor de medemens. ‘Do I contradict myself? Very well then I contradict myself’, zou Walt Whitman zeggen.

Terwijl u steeds verder afglijdt in uw hufterige, asociale mentaliteit, brengen de boeken u zingeving en een bezield verband. Waar u het aan te danken heeft, mag Joost weten, maar een hogere macht moet deze commentatoren als redding op uw pad hebben gebracht. Terwijl u zich wentelt in egoïsme en zelfbeklag, groeien zij uit tot geweten van de natie met hun scherpe analyses van uw onfatsoen.

Toch is hun diagnose alleen niet genoeg. Iemand moet een exempel zijn. Iemand moet niet over de weg denken, maar de weg wijzen. En dat is waarom ik vandaag niet over de liefdevolle samenleving heb geschreven, maar al schrijvende liefde heb willen uitstralen. Want in mij is een helder licht ontstoken en ik ben opbouwend en hartelijk en teder en dat wil ik zijn en dat wil ik laten zien ‘and yes I said yes I will yes’, zou Molly Bloom zeggen.

Dringt het nu tot uw botte hersens door? Begrijpt u nou waarom ik, het voorbeeld van R. Zuidema volgend, zo toegewijd ben aan uw vadsige en schofterige leven, vandaag? In de hoop u op deze manier van dienst te zijn geweest reken ik mij deze bereidwilligheid tot een eer, maar mijn morele leiding zal aan u in uw paranoïde neuro-verachtelijkheid wel weer niet zijn besteed. Tuig van de richel.