Rutte ziet geen fouten in aanloop aanslagen ondanks tip FBI

De oppositie wil opheldering over wat Nederland wist over de broers El-Bakraoui.

Minister Ard van der Steur en minister-president Mark Rutte tijdens het debat over de aanslagen in Brussel. Foto Martijn Beekman / ANP

Premier Rutte vindt niet dat Nederland fouten heeft gemaakt in de aanloop naar de aanslagen in Brussel, ondanks een belangrijke tip van de FBI. De Tweede Kamer debatteerde dinsdag met premier Rutte, minister Van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD) en minister Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) over de aanslagen in Brussel, vorige week dinsdag.

Opnieuw ontstond dinsdag onduidelijkheid over de twee Brusselse aanslagplegers Ibrahim el-Bakraoui en zijn broer Khalid. Nederland en België spraken elkaar tegen, waardoor de Tweede Kamer in verwarring was.

Nieuw was dat de Nederlandse politie op de woensdag vóór de aanslagen in Brussel een tip van de FBI kreeg over de twee broers. De Amerikaanse inlichtingendienst had erop gewezen dat Ibrahim en Khalid el-Bakraoui gezocht werden door België. Ibrahim vanwege „criminele achtergronden” en Khalid vanwege zijn „radicale en terroristische achtergrond”.

Een dag na die tip zou dit aan bod zijn gekomen bij een overleg tussen de Nederlandse en Belgische politie, volgens Van der Steur. Maar de Belgische federale politie ontkende dat. Dus hoe zit het nou, vroeg de oppositie zich af. „Gehakketak”, concludeerde D66-leider Alexander Pechtold. Premier Rutte zei dat hij „niet kan concluderen dat door Nederland fouten zijn gemaakt”.

Van der Steur benadrukte dat België niet om een opsporingsbevel had gevraagd en dat Nederland zelf ook geen aanleiding had om er een uit te vaardigen. De oppositie nam hier echter geen genoegen mee. GroenLinks-leider Jesse Klaver zei niet te begrijpen hoe het kan dat Den Haag informatie van de FBI krijgt toegespeeld om hier vervolgens niets mee te doen. Ook Wilders, Pechtold en Bontes waren kritisch en verweten het kabinet misstappen.

Het Kamerdebat gaat volgende week verder. De oppositie eist dat Van der Steur dan het volledige verhaal presenteert over wat Nederland een week voor de aanslagen wist van de broers El-Bakraoui.

Uitzetting naar Nederland mocht

El-Bakraoui kon er zelf voor kiezen om uitgezet te worden naar Nederland omdat het een Schengenland is. Maar Turkije mocht de reden van uitzetting alleen aan België melden, omdat het om een Belgische burger ging. Daardoor landde de vermoedelijke Syriëganger vorig jaar ongemerkt op Schiphol.

Het kabinet wil dat Turkije voortaan standaard „rechtstreeks contact” met Nederland opneemt over een uitzetting en ook dat „eerder en beter” context bij zo’n uitzetting wordt gegeven. Van der Steur wil hier ook in Europees verband afspraken over maken. Verder kondigt de minister aan voortaan standaard de Amerikaanse ‘watchlist’ van terroristen te zullen raadplegen in het geval van vermeende Syriëgangers. El-Bakraoui stond sinds september op een terroristenlijst van de FBI.

Ook wil minister Van der Steur schrijft verder dat Nederland betere afspraken wil met Turkije over het delen van informatie over personen die naar ons land worden uitgezet. Turkije volgde vorig jaar zomer niet de gebruikelijke procedure om een uitzetting aan Nederland te melden, volgens Van der Steur.

Normaal wordt altijd gebeld met de politieofficier op de Nederlandse ambassade, met uitleg waarom iemand uitgezet wordt. El Bakraoui was vorig jaar de enige van ongeveer veertig uitgezette personen over wie niet gebeld werd. Wel werd een bericht gestuurd naar een ‘elektronisch portal’ dat hiervoor, volgens de minister, zelden wordt gebruikt. In het bericht onder het kopje ‘erg urgent’ werd geen reden van uitzetting genoemd.

Gebrek aan samenwerking

Ook VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra vond het ongemakkelijk dat Nederland en België elkaar over en weer beschuldigen. „Het beeld van landen die de verantwoordelijkheid naar elkaar afschuiven geeft een onbevredigend gevoel: wat is er nou gebeurd?” De samenwerking in Europa moet beter, zei ook coalitiegenoot PvdA-leider Diederik Samsom. „De samenwerking moet dwingender worden opgelegd. Anders komt er niks van terecht.” Alleen kwamen de fractieleiders hierover niet met concrete voorstellen.

Premier Rutte zei dat de samenwerking tussen inlichtingendiensten van EU-landen al verbetert. Ze delen al meer informatie binnen de Counter-Terrorism Group, waar ze die informatie volgens Rutte sinds dit jaar ook echt bespreken. Binnen deze groep wordt informatie vrijelijk gedeeld, bezwoer Rutte. „Hier geldt niet langer het ‘voor-wat-hoort-wat-principe.”

Langere voorhechtenis mogelijk

Het enige waar in elk geval een meerderheid in de Tweede Kamer voor te vinden was, is dat teruggekeerde Syriëgangers langer vastgehouden moeten kunnen worden in afwachting van hun proces. De Tweede Kamer zou een oproep daarover steunen van ChristenUnie en PvdA. Zij willen dat het Openbaar Ministerie bij terroristische misdrijven minder bewijs nodig heeft om iemand in voorarrest te houden dan bij andere misdrijven. Zo’n ‘lichtere toets’ voor terrorisme is er nu al bij de eerste veertien dagen van het voorarrest.