Record ‘genen lenen’ van waterbeertje betwist

Waterbeertjes zijn wonderlijke diertjes die bestand zijn tegen zeer extreme omstandigheden. Maar ze hebben géén uitzonderlijk DNA-pakket, in tegenstelling tot wat een recente publicatie in PNAS beweerde. Donderdag lieten andere genetici in PNAS zien dat de vergaande conclusies berusten op slordig werk.

De kwestie waar het om gaat, staat sterk in de belangstelling van genetici. In het DNA-pakket (genoom) van dieren blijken genen aanwezig die in het verleden van andere, niet verwante organismen zijn overgenomen. Dit soort ‘horizontale genoverdacht’ is bij dieren een zeldzaam fenomeen. Het percentage ‘geleende genen’ ligt doorgaans tussen de 0,5 en 1,5 procent. Vaak zijn die genen afkomstig van bacteriën.

Maar bij waterbeertjes is wel 17 procent van de genen geleend, concludeerde een team van de University of North Carolina in november 2015. Dat is veruit het hoogste percentage in het dierenrijk. Via die genen zouden waterbeertjes zelfs hun extreme stressbestendigheid ontwikkeld kunnen hebben. Veel media berichtten over de vondst, waaronder ook NRC.

Een Brits team onder leiding van de University of Edinburgh meldt nu dat het percentage eerder 0,5 à 1 procent is. De groep bracht het genoom van hetzelfde waterbeertje opnieuw in kaart, met compleet andere resultaten. De Britten concluderen dat de Amerikanen bacteriële verontreiniging niet goed hebben verwijderd.