Nuon maakt van centrale Eemshaven energie-opslag

De energiecentrale van Nuon in de Eemshaven wordt definitief steenkoolvrij en gaat stroom opslaan.

Gascentrale als batterij

Het zou het antwoord kunnen zijn op een van de meest prangende vragen van dit moment in de energiewereld: hoe en waar kun je overtollige stroom opslaan?

Nuon, de Nederlandse dochter van het Zweedse Vattenfall, denkt de oplossing te hebben gevonden: elektriciteit omzetten in ammoniak die je later kunt gebruiken als brandstof. Een gascentrale als superbatterij. De Magnum-centrale in Eemshaven moet de eerste worden.

Deze Pasen was het weer raak in Duitsland. Het stroomaanbod was hoog, omdat de productie uit zon en wind op volle toeren draaide, terwijl de vraag gering was: het waren feestdagen en kantoren en fabrieken waren dicht. Om te voorkomen dat het elektriciteitsnet uit elkaar klapte, moest de stroom tegen elke prijs worden afgevoerd, desnoods met geld toe voor de afnemer. In de toekomst kan deze overtollige stroom uitwijken naar het soort opslag dat Nuon voor ogen heeft.

Binnen tien jaar

Toegegeven, de oplossing is nog niet veel verder dan de tekentafel. Het concept moet nog worden uitgewerkt. Nuon en de TU Delft denken het over een jaar of vijf rond te hebben. Nog weer vijf jaar later zou het op grote schaal inzetbaar moeten zijn.

Het omzettingsproces bestaat uit drie stappen, legt Alexander van Ofwegen van Nuon uit. Eerst wordt de elektriciteit uit wind omgezet in vloeibare ammoniak (door waterstof te binden aan stikstof), vervolgens wordt deze ammoniak opgeslagen in grote tanks, en als het nodig is – omdat wind en zon op een bepaald moment onvoldoende produceren – wordt het gebruikt als brandstof. Er komen dan wel stikstof en waterdamp vrij, maar geen CO2.

Van Ofwegen: „Hiermee recycle je eigenlijk de energie uit wind of zon. Je gebruikt wind- of zonne-energie om ammoniak te maken en je maakt van de gascentrale bovendien een superbatterij.

Steenkolencentrales

De Magnum-centrale van Nuon in de Eemshaven kwam in 2013 in bedrijf. Oorspronkelijk was het de bedoeling om de centrale op verschillende brandstoffen te laten draaien: biomassa, gas en ook steenkool. Onder druk van natuur- en milieuorganisaties werd het plan om een kolencentrale toe te voegen in 2011 voorlopig opgeschort. Nu staat daar dus definitief een streep door.

De kolencentrale zou deel uitmaken van een nieuwe, schonere generatie kolencentrales die tien jaar geleden werden gepland, omdat toen een stroomtekort werd verwacht door de aanhoudende economische groei .

De markt ontwikkelde zich echter anders: de stroomprijzen kelderden – onder meer door concurrentie van gesubsidieerde groene stroom – en de kolencentrales, allemaal miljardeninvesteringen, zijn nauwelijks rendabel te krijgen.

Bovendien gaan er steeds meer stemmen op om de centrales te sluiten, omdat ze zo veel CO2 uitstoten. In de Tweede Kamer is een motie aangenomen om de kolencentrales zo snel mogelijk af te schakelen.

De nieuwe generatie kolencentrales bestaat uit een centrale van RWE (moederbedrijf van Essent), eveneens in de Eemshaven, en twee centrales op de Maasvlakte. Eén daarvan is van Uniper (de Benelux-tak van het Duitse Eon), de ander is van Engie, voorheen GDF-Suez.