Knopenvogel

De Kaapse ibis (Geronticus calvus) is een vogel die leeft in grasland in bergachtige streken van Zuid-Afrika. De vogel is smakelijk en werd daarom bejaagd en zeldzaam. Groot was de opwinding toen in 1972 een nog onbekende kolonie van zes paren werd ontdekt nabij Pietersburg in Transvaal.

Tijdens veldwerk deed Peter le Sueur Milstein daar een verbazingwekkende ontdekking: de grond rondom de nesten lag bezaaid met knopen. Hij deed er uitgebreid verslag van in Bokmakierie (1973), met een paginagrote foto die in een catalogus van een knopenfabrikant niet zou misstaan. Een belangrijke vaststelling was dat buiten de kolonie geen knopen gevonden waren en dat losse knopen sowieso zeldzaam zijn in het afgelegen Afrikaanse ‘veld’. De ibissen moesten ze dus aangevoerd hebben.

Stukjes keverschild die sommige knoopgaatjes vulden, wezen er op dat de ibissen de knopen hadden ingeslikt en vervolgens uitgebraakt. Ze hadden ze aangezien voor loopkevers, de belangrijkste prooi van de vogels. In de vervolgstudie More bald ibis buttons (1974) kwam de vogelkundige met de statistieken: 156 knopen van 10 tot 23 millimeter (gemiddeld 14,8).

De uitermate hoge ‘selectiedruk’ of gerichtheid van ibissen op een specifieke prooi, in dit geval knopen, zorgde ook voor vergissingen. Bij gebrek aan knopen aten ze zelfs het lipje van een bierblikje en een tandpastadop.